'Waarom zou je jezelf beperken?'

Een uur kreeg Pieter Steinz om in Camden Town te praten met Martin Amis, ‘grumpy old man’ in wording. Komende week verschijnt de vertaling van The Pregnant Widow, Amis’ wrange satire op de Seksuele Revolutie.

Een flipperkast. Dat is het eerste dat opvalt in de Londense woonkamer van Martin Amis. Al helemaal omdat het enorme L-vormige vertrek verder spaarzaam is gemeubileerd. De aandacht gaat niet uit naar de banken of de boekenkasten, of naar de ruwhouten vloer en de stijlvolle portretten en stillevens aan de wand. Je ziet vooral de flipperkast aan het raam: oranje met tijgermotieven, groot, niet al te modern.

Terwijl ik wacht op een onderhoud met de de 60-jarige schrijver – het lijkt erop dat hij zijn afspraak met Holland was vergeten – vraag ik me af of hij de kast beschouwt als een symbool. Bijvoorbeeld voor de pers in Groot-Brittannië, die hem geregeld alle hoeken van de kamer laat zien, als hij weer eens een van zijn boude uitspraken heeft gedaan; tegen vrouwen, tegen bejaarden, tegen linkse politici, of tegen zijn favoriete zwarte schapen, collega-schrijvers. Maar als Amis binnenkomt, in een wolk van tabaksrook (maar zonder sigaret), ontkent hij iedere metaforische relatie. Soms is een pinball machine gewoon een pinball machine; de schrijver flippert graag, al is hij er met de jaren minder behendig in geworden.

Een uur heb ik gekregen om met Amis te praten, en er zijn momenten dat ik me zelf een flipperballetje voel. Het onderwerp is The Pregnant Widow, Amis’ twaalfde roman, die nu in het Nederlands vertaald is. Maar het gesprek gaat alle kanten op, van het boek naar de wereld, van seks bij Jane Austen naar de ellende van het ouder worden, en van het feminisme naar de verhouding met zijn vader, de legendarische Angry Young Man Kingsley Amis (1922-1995): „Je kunt beter een slagerzoon zijn dan de zoon van een schrijver. Iedereen zal je altijd met je vader vergelijken, zelfs al heb je nooit met hem willen concurreren.”

Amis is wat de Engelsen good copy noemen: hij formuleert goed, en laat zich niet vastpinnen op zijn nieuwe boek. De met literaire en andere verwijzingen doorspekte antwoordenstroom wordt alleen onderbroken door een korte rookpauze die hij zichzelf na een half uur toestaat – in een andere kamer. „Als u me wilt excuseren, geef ik u even de tijd om uw aantekeningen bij elkaar te harken.”

The Pregnant Widow, bijna 500 pagina’s dik, is het satirische verhaal van de schrijver in spe Keith Nearing, een twintiger die een zomer doorbrengt op een Italiaans kasteel gevuld met jonge, veelal mooie mensen. Keith is in het gezelschap van zijn vriendin, en heeft zich bovendien voorgenomen om veel te lezen, maar dat let hem niet om achter de beeldschone Scheherazade aan te zitten. En om te filosoferen over leven, literatuur en vooral lust, want dit zijn de hoogtijdagen van de Seksuele Revolutie en de Tweede Feministische Golf. Een tijd die bepaald niet glorieus was, getuige het commentaar dat bijna veertig jaar later wordt geleverd door de alwetende verteller, die verdacht veel aan Amis zelf doet denken.

Is ‘The Pregnant Widow’ inderdaad ‘blindingly autobiographical’ zoals u in een interview heeft gezegd?

„Absoluut niet. Dat interview gaf ik toen het boek nog lang niet af was. Ik modderde met twee verhaallijnen, waarvan ik uiteindelijk de autobiografische heb laten vallen. Dat was een bevrijding. Het echte leven heeft voor een schrijver namelijk een belangrijk nadeel: het is dood. Het heeft geen vorm, het is niet mooi afgewerkt, en het gaat maar door, dag na dag. De enige schrijver die daar iets van wist te maken was Saul Bellow, omdat hij door zijn personages heen kon kijken. Ieder ander kan beter de woorden van Philip Roth in zijn oren knopen: ‘Schrijf niet over wat er gebeurt, maar over wat er niet gebeurt.’ Waarom zou je jezelf beperkingen opleggen?”

Maar lijkt Keith Nearing niet als twee druppels water op Martin Amis?

„Hij deelt wat biografische details met zijn schepper, ja. Hij is even oud en even lang [Amis bedoelt: even ontevreden met zijn lengte, PS], hij bracht net als ik een zomer door in een Italiaans landhuis, en hij heeft een losgeslagen, ten dode opgeschreven zusje dat je als een slachtoffer van de Seksuele Revolutie kunt beschouwen. Maar er zijn ook belangrijke verschillen. Zo gaat Keith werken in de reclamewereld, iets waar ik na zes weken gillend ben weggelopen: The road not taken. The road never seriously considered. Bovendien is hij een onecht kind en een weesjongen; hij heeft niets waarop hij kan terugvallen. Dat had ik wel, mijn vader was een beroemde schrijver.”

De roman speelt vooral in 1970. Wat was er zo bijzonder aan dat jaar?

„Het was een scharnierpunt in de Seksuele Revolutie – en in de man-vrouwverhoudingen. Ik herinner me hoe het daarvóór was: je trouwde om seks te kunnen hebben en pleegde vervolgens overspel om goede seks te hebben. Door de pil veranderde dat allemaal, en kon je ook vóór het huwelijk ervaring opdoen. In mijn tienerjaren leek de strijd tegen de oude moraal, die nog verder terugging dan de Victoriaanse tijd, definitief gewonnen. Het was allemaal te mooi om waar te zijn… en toen sloeg aan het eind van de jaren zestig de stemming om. Mensen konden moeilijk met de nieuw verworven vrijheid omgaan. De Seksuele Revolutie was een fluwelen revolutie, maar zeker geen bloedeloze. De geboorte van de nieuwe tijd ging met nogal wat weeën gepaard.”

Vandaar de titel ‘The Pregnant Widow’?

„Zoals ik aangeef in het motto bij de roman, heb ik die ontleend aan een citaat van [de Russische filosoof] Alexander Herzen. Hij schreef dat je je moet verheugen in het wegsterven van de vertrouwde maatschappelijke verhoudingen, maar waarschuwde voor de ‘lange nacht van chaos en ellende’ die ligt tussen de dood van het oude en de geboorte van het nieuwe: ‘de wereld die gaat, laat geen erfgenaam achter maar een zwangere weduwe.’ Je weet niet wat er uit de buik van die zwangere weduwe komt, maar het is een feit dat veel kinderen van bereaved mothers ernstige geestelijke problemen hebben. Dat maakt de titel mooi omineus.”

Herzen is bepaald niet de enige schrijver naar wie verwezen wordt in de roman.

„,Nee, alleen al omdat Keith zich heeft voorgenomen om tijdens zijn vakantie de klassieke Engelse literatuur door te nemen, van Clarissa van Samuel Richardson tot en met de complete Dickens. Ik laat hem commentaar geven op de minimale hoeveelheid seks in die grote romans – dat heeft mij zelf ook altijd gefascineerd. De romans van Jane Austen bijvoorbeeld are all about one fuck, en daar is de heldin meestal niet bij betrokken. Het duurt tot Thomas Hardy [eind 19de eeuw] voordat er eindelijk wat gebeurt.”

Keith gaat wel erg snel door al die dikke klassieken heen.

„,Ach, hij zal wel eens een paar bladzijden hebben overgeslagen. Zo deed ik het in elk geval.”

Behalve van Britse literatuur wemelt het in ‘The Pregnant Widow’ van de mythologische verwijzingen. Bent u niet bang dat die de moderne lezers afschrikken?

„Je hoeft de verwijzingen niet op te pikken om van het boek te genieten. Maar het is waar: er zit nogal wat Ovidius in. Zijn Metamorfosen bieden prachtige metaforen voor het moderne leven. Neem de mythe van Narcissus, die als een rode draad door The Pregnant Widow loopt. Narcissus is de man die op zichzelf verliefd wordt, en daarmee de stamvader van de narcisten die ik in het boek beschrijf. Maar zijn verhaal kan ons bovendien tot voorbeeld strekken: hij kwijnde weg in een vloek en een zucht, wij doen er een halve eeuw over.”

En daarmee zijn we bij een van de grote thema’s van de roman, de ouderdom die overdraaglijk is.

„Dat houdt me erg bezig. Keith zegt in de tweede helft van de roman dat de literatuur hem nooit gewaarschuwd heeft voor het proces van het ouder worden. Maar dat is natuurlijk niet waar; er zijn genoeg romans waarin dreigend over de ouderdom geschreven wordt, alleen hebben we die niet tot ons door laten dringen.

„Ouder worden is voor niemand leuk, schrijvers hebben het extra zwaar, en tegen mij zeggen ze al sinds mijn 48ste dat ik een has-been ben. Dat is onzin, waarschijnlijk halen ze me door de war met mijn vader. Maar met de jaren wordt het ontegenzeggelijk moeilijker om grote boeken te schrijven. Length equals difficulty. Ik denk ook dat dit mijn op een na laatste dikke boek is, daarna ga ik over op het kleinere werk.”

Worden dat, net als ‘The Pregnant Widow’, komische satires?

„Wat ik in elk geval niet ga schrijven zijn sombere romans, ook al weet ik dat die het goed doen bij jury’s die prijzen uitdelen. Ik heb de hoop op een Booker Prize-nominatie allang opgegeven, want ik zie niets in de Beckettiaanse gloom novels die tegenwoordig zo populair zijn.”

Maar juist van Samuel Beckett wordt toch altijd gezegd dat hij zo humoristisch is?

„Er zijn mensen die zeggen dat zijn proza grappig is, maar mij doet het alleen maar pijn. Een pijn die vervelend is, en niet ontroerend. Geef mij maar de komische roman, of liever the pleasure novel. Humorloze schrijvers zijn waardeloos. Alle grote schrijvers, Hardy misschien uitgezonderd, zijn grappig. En daar is een goede reden voor: het leven is grappig.”

Martin Amis: The Pregnant Widow. Jonathan Cape, 470 blz. € 17,-. De vertaling ‘De zwangere weduwe’, van Jan Pieter van der Sterre, verschijnt deze week bij Contact (336 blz. € 22,95).