Venetië verdwijnt verder achter grote reclames

De Brug der Zuchten in Venetië. Foto Corinne Estrada

Op elke foto is minstens één naakte kerel te zien, en vaak meer. Ze zonnen in hun blootje op een vervallen pier, ze pijpen elkaar in desolate havenloodsen waar ze elk moment door de vloer heen kunnen zakken. In de jaren zeventig kon de homogemeenschap van Manhattan zich ongestoord uitleven in het verlaten havengebied van New York, en Peter Hujar legde het vast.

Hij is één van de ruim vijftig kunstenaars, onder wie ook nog bekendere namen als Thomas Struth, Cindy Sherman en Steve McQueen, van wie werk te zien is op de tentoonstelling ‘Mixed Use, Manhattan’ in het museum Reina Sofia in Madrid. Je kunt er heel goed zien hoe New York in de afgelopen dertig jaar is veranderd. De stad die wij kennen als het toppunt van dichtheid zat in de jaren zeventig slap in z’n vel, met veel lege gebouwen en veronachtzaamde ruimte met rondwaaiend zwerfafval. Dat is nu anders: de lege pieren en loodsen van toen zijn nu dure fitnessclubs en evenementenruimten, door de straten van de Meatpacking District stroomt geen bloed meer maar geld.

Ik betrapte me erop dat ik er nostalgisch van werd, van deze beelden van stukken stad waar niemand naar omkeek of een plan voor had, waar de boel de boel werd gelaten en er dus ruimte was voor het stoute, het ranzige, het ongeplande. Ook Amsterdam was in de jaren zeventig een shabby stad waar gaten van verwaarlozing in vielen.

Venetië is een stad waar pittoresk verval het beeld bepaalt. De Canal Grande presenteert overdag grandeur als vanouds, maar ’s avonds valt op hoeveel ramen donker blijven. Bij de presentatie van zijn plan om het dertiende-eeuwse pand Fondaco dei Tedeschi te transformeren in een warenhuis en cultureel centrum vatte Rem Koolhaas het Venetiaanse dilemma bondig samen: „Steeds meer bezoekers kijken naar steeds minder leven. Dit is de opgave aan de architectuur nu, om nieuw leven in het oude te ontwikkelen.”

Na decennia van desinteresse zijn steden steeds populairder geworden, vooral als toeristische bestemming. Waar dat toe kan leiden, is op Venetiës beroemde Brug der Zuchten te zien, die nagenoeg verdwijnt achter opeenvolgende megareclames, nu eens voor het modemerk Sisley, dan weer voor Coca-Cola. Met de opbrengsten worden de gebouwen erachter gerestaureerd – maar de reclame is zo opzichtig dat op internetfora bezoekers boos verklaren nooit meer iets van Sisley te zullen kopen (zie www.museumstrategyblog.com).

Van de Amerikaanse socioloog Richard Florida, goeroe van de creatieve klasse, hebben we geleerd dat steden ook de boer op moeten om zich aan potentiële bewoners te verkopen. In zo’n ‘aantrekkelijk woonmilieu’ is er voor de vervallen havenloodsen en de anonieme seks van Hujar alleen plaats in een fotoboek op de koffietafel. En de steden die geen unique sellingpoint heben, vallen domweg buiten de boot.

Dat is de nostalgie die ik voel als ik naar de foto’s kijk van Hujar en zijn tijdgenoten: niet zozeer het verlangen naar het verval zelf als het verlangen naar een stad zonder bijbedoelingen.