tijdschrift

Net als nY mengt het Nijmeegse Parmentier zich met periodieke ‘dossiers’, boordevol lijvige essays, volop in het maatschappelijke debat.

Schrijvers van proza of poëzie krijgen vaak pas aan het eind van een nummer de ruimte hun kunnen te etaleren; de prominentste plaatsen op de openingspagina’s zijn gereserveerd voor literatoren en academici die zich vanuit een literaire invalshoek uitlaten over letterkundige of actuele thema’s.

Ditmaal is een poging gedaan antwoord te geven op de vraag ‘wat de huidige verrechtsing voor de Nederlandse literatuur betekent’. Een nogal brede vraag. ‘Verrechtsing’ lijkt hier vervangbaar door ‘de opkomst van Geert Wilders’, want diens persoon doemt, al dan niet in witharige metafoor, in meerdere stukken op.

Ger Groot komt via een exercitie over golfbewegingen in het politieke landschap tot de conclusie dat ‘kunst de werkelijkheid peilt en verbeeldt, maar dat de zeggingskracht daarvan niet de leuze is’. Lucas Hüsgen neemt de lezer in een vlucht mee langs de geschiedenis van de Roemeense literatuur en alhoewel hij erin slaagt over diverse auteurs enthousiast te vertellen, komt het maar moeizaam in de buurt van de vragen die in het voorwoord van dit nummer worden gesteld. Want hoe gaat zoiets? Zo citeert Hüsgen een romanfragment van Fãnus Neagu, waarin inderdaad in abstractie iets over een totalitair politiek leider gezegd lijkt te worden. Je leest het, je vindt het prachtig, maar die hele Wilders is onmiddellijk uit je hoofd verdwenen. Laten Neagu en zijn collega’s over de grens alsjeblieft dit soort taal blijven schrijven, en laat het debat maar aan mensen in de politiek over.

Parmentier nr 2 kost € 9,- en wordt uitgegeven door Stichting Parmentier.