Studiefinanciering is maar een beetje controversieel

De nieuwe Tweede Kamer keurde een bezuiniging op studiefinanciering goed die de oude Kamer wilde uitstellen. SP boos, studenten teleurgesteld.

Te vroeg gejuicht. In maart kraaiden de studentenbonden nog victorie. De door minister Plasterk van Onderwijs (PvdA) geplande bezuinigingen op de studiefinanciering – bevriezing van de basisbeurs, versobering van de aanvullende beurs – leken na de val van het kabinet van de baan. De Tweede Kamer had ze controversieel verklaard. Maar een half jaar later is alles anders. Gisterochtend ging de Kamer in haar nieuwe samenstelling alsnog akkoord met de bezuiniging, die oploopt tot 68 miljoen euro in 2012. De officiële stemming is dinsdag.

De maatregelen bestaan uit twee delen. Het eerste is een bezuiniging van 18 miljoen op de basisbeurs, te realiseren door die twee jaar niet voor inflatie te corrigeren. Daarnaast wordt de aanvullende beurs na vijf maanden een prestatiebeurs, die studenten moeten terugbetalen als zij hun opleiding niet op tijd afronden. Nu is die termijn nog een jaar. Deze maatregel levert in 2011 40 miljoen euro op en in de jaren daarna ongeveer 50 miljoen euro.

Studentenbond LSVb was onaangenaam verrast toen de behandeling van het wetsvoorstel opeens weer op de agenda stond, zegt vicevoorzitter Maaike Verhoek. „We kregen vorige week een telefoontje van het ministerie van Onderwijs met de mededeling dat erover gedebatteerd ging worden. Wij verkeerden in de veronderstelling dat de wet controversieel was. Hieruit blijkt maar weer eens dat studenten het sluitstuk van de begroting zijn. Om geld bij studenten weg te halen, komt de Kamer zonder problemen terug op eerder genomen besluiten.”

Achter de schermen was echter het nodige gebeurd. Dat de bezuiniging politiek te gevoelig was verklaard, had het ministerie opgezadeld met een gat in de begroting. Staatssecretaris Van Bijsterveldt (CDA), die het dossier van Plasterk overnam, vroeg de pas geïnstalleerde Tweede Kamer deze zomer per brief of zij „opnieuw zou willen beoordelen of de behandeling van het wetsvoorstel al dan niet moet worden voortgezet”.

Een Kamermeerderheid van CDA, VVD en PvdA bleek gevoelig voor deze oproep. Tanja Jadnanansing (PvdA) zegt dat haar partij het in tijden van crisis onverantwoord vindt dit soort „relatief pijnloze” bezuinigingen op de lange baan te schuiven. „We staan er niet over te juichen, maar deze maatregel brengt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs niet in gevaar. Dat is voor ons het belangrijkste.”

De Kamerleden die er destijds voor hadden gepleit het wetsvoorstel controversieel te verklaren, ergeren zich aan de opstelling van de rest van de Tweede Kamer. Jasper van Dijk van de SP noemt het optreden van CDA, VVD en PvdA in deze zaak „een staaltje machtspolitiek van de eerste orde”.

Hij legt uit hoe de besluitvorming in de vaste Kamercommissie Onderwijs na de kabinetsval verliep. „Afgesproken werd dat als een partij serieuze bezwaren had tegen de behandeling van een wet, die wet door het demissionaire kabinet niet meer zou worden behandeld. De SP en GroenLinks gaven aan dat de wetswijziging over de studiefinanciering voor ons omstreden was, waarna hij controversieel werd verklaard.”

De ruiterlijke houding van de overige commissieleden ten opzichte van de minderheid blijkt na de verkiezingen weinig waard, constateert Van Dijk. „Als er ook maar één partij tegen een wet is, dan is die wet daarmee de facto omstreden. Maar kennelijk wilde men deze makkelijke bezuiniging graag binnenhalen.”

Een woordvoerder van Van Bijsterveldt meent dat de parlementaire mores en het gewoonterecht niet met voeten zijn getreden. „Dit gebeurt vaker als een controversieelverklaring consequenties heeft voor de begroting. ”