Stresstests minder betrouwbaar

Niemand vindt het fijn om tot een verklaring gedwongen te worden. Maar dat is wel de onplezierige positie waarin het Committee of European Banking Supervisors (CEBS), dat de recente stresstests voor Europese banken heeft uitgevoerd, zich bevindt. Het comité moet opheldering geven over de gebruikte methodologie. Hoewel de uitkomst van de stresstests daardoor niet zal veranderen, zal deze geschiedenis niet bepaald helpen het vertrouwen in de Europese banken te herstellen.

Beleggers waren zich er wel van bewust dat de tests niet erg stressvol waren. Door expliciet de mogelijkheid van een staatsbankroet uit te sluiten, hebben de toezichthouders de banken toestemming gegeven potentiële verliezen op een groot deel van hun portefeuilles met staatsobligaties te negeren. Maar het gezicht kon worden gered door de banken te dwingen gedetailleerde informatie te geven over hun staatsobligaties, zodat beleggers hun eigen conclusies konden trekken. Nu ligt zelfs deze ‘oplossing’ onder vuur.

Aan banken werd onder meergevraagd hun netto en bruto gevoeligheid voor de schulden van Europese landen te onthullen. Maar het CEBS heeft nu moeten toegeven dat de informatie over de bruto posities niet klopte. Op grond van niet openbare richtlijnen van het CEBS aan de nationale toezichthouders mochten banken de posities in hun handelsboeken naar buiten brengen na aftrek van compenserende shortposities (waarmee ze zich hadden ingedekt tegen problemen).

In sommige gevallen zorgde dit voor een groot verschil. Na de stresstest onthulde Barclays dat zijn bruto gevoeligheid voor Italiaanse staatsobligaties eind maart op 787 miljoen pond stond. Maar uit de cijfers over het eerste half jaar van 2010 bleek dat de gevoeligheid van de Britse bank voor Italië eind juni – exclusief compenserende shortposities – feitelijk 8,6 miljard pond bedroeg.

Technisch is het standpunt van het CEBS nét houdbaar. Het comité kan betogen de banken te hebben gevraagd hun gevoeligheid voor staatsobligaties te openbaren, en niet ál hun bezittingen op dat vlak. Maar dit onderscheid was destijds bepaald niet duidelijk. Beleggers die er begrijpelijkerwijs van uit zijn gegaan dat de brutocijfers uit de stresstests alles omvatten, kunnen zich terecht tekortgedaan voelen.

De opheldering zal niets veranderen aan de uitkomst . Maar één van de centrale doelstellingen wordt er wél door ondermijnd: dat de onthullingen de transparantie van – en het vertrouwen in – de Europese bankensector zouden verbeteren. De jongste nervositeit op de markten duidt erop dat wat er aan goodwill over was na de tests nu definitief weg is.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com