SELECTIE CD

Interpol in 2007 op Lowlands. Foto Isabel Nabuurs 18-08-07, Lowlands Biddinghuizen Interpol Foto: Isabel Nabuurs

Interpol

cd pop

***

Het belangrijkste nieuws bij het verschijnen van het vierde album van de Amerikaanse groep Interpol is het vertrek van bassist en boegbeeld Carlos Dengler. Hij werkte nog wel mee aan het album, maar de resterende bandleden weten niet hoe nadrukkelijk ze moeten verkondigen dat Carlos D. voor „nieuwe artistieke uitdagingen” heeft gekozen.

Het is een teken aan de wand, net als het feit dat het album de saaie titel Interpol kreeg. Hun muziek voldoet aan een nauwgezette formule, die hier en daar sleetse plekken begint te vertonen. Nog altijd excelleert Interpol in statige, onheilszwangere muziek met een industriële, synthetische ondertoon.

Het uitstapje dat zanger Paul Banks maakte met de wat informelere muziek van zijn alter ego Julian Plenti, heeft hem hier juist weer stijver in het strakke maatkostuum gehesen. De mystiek die om Interpols muziek zweeft, verandert al te makkelijk in een onpersoonlijke zeurtoon. Halverwege het album revancheert de band zich met het magistrale Always malaise, dat met zijn spannende opbouw ontstijgt aan de pas op de plaats die Interpol in artistieke zin maakt.

Jan Vollaard

Klaxons

Surfing The Void

cd pop

***

Drie jaar heeft de Britse band Klaxons gedaan over het maken van een tweede cd, de opvolger van hun succesvolle debuut Myths Of The Near Future (2006). Drie jaar van producers verslijten, uiteenlopende soorten drugs consumeren, therapie volgen, en, uiteindelijk: rennen langs het strand in Californië, onder leiding van hardrockproducer Rick Robinson, die in zijn nabijgelegen studio de nieuwe opnamen maakte. En wat hebben deze omzwervingen opgeleverd? Een cd die eigenlijk niet eens zoveel verschilt van zijn voorganger.

De liedjes van Klaxons hebben een skelet van rockinstrumentarium, omkleed met de sfeer van een uitzinnige dansvloer. De uitbarstingen van synthetische schichten, gespierde basgitaar, rockdrums en stuwende gitaren zorgen voor opwinding, aangevuld met de tweestemmige zang van voormannen Jamie Reynolds en Simon Taylor.

Dankzij die zang krijgt Klaxons een menselijke maat te midden van het tumult, alsof de bandleden inzagen dat één stem niet voldoende was. Dat de muziek op deze tweede cd niet verrast, is geen probleem; Klaxons schrijven uitgewerkte composities, waarin veel te ontdekken valt.

HESTER CARVALHO

Matthew Dear

Black City

cd techno

****

Matthew Dear is een eigenzinnige muzikant die niet makkelijk is vast te pinnen op een stijl. Hij maakte het afgelopen decennium vooral naam als technoproducer. Onder een groot aantal namen (Audion, False, Jabberjaw) bracht hij dansvloertracks uit, die varieerden van pruttelende minimal tot scheurende techno.

In 2007 kwam hij ineens op de proppen met het popalbum Asa Breed, waarop hij zelf zong. Hoewel hij op Asa Breed meer terugviel op traditionele songstructuren, waren de klikkende klanken van minimal nooit ver weg. Dat resulteerde in een vreemde kruising tussen elektronica en liedjes, die wonderwel werkte.

Deze lijn trekt Dear door op Black City. Maar de nummers klinken compacter en meer gefocust; de referenties zijn hier eerder Brian Eno, Talking Heads, Depeche Mode en David Bowie. Donkere popmuziek dus, die je constant op het verkeerde been zet.

Het album is een verzameling vervreemdende funk en desoriënterende disco, die je het gevoel geeft dat Dear pure popmuziek te makkelijk vindt.

De hoogtepunten van het album zijn twee droefgeestige popliedjes van zeldzame schoonheid. Honey heeft fraaie, gelaagde vocalen, die af en toe worden overstemd door uithalen van ruis die als pijnscheuten door het nummer trekken.

En Gem is een prachtige pianoliedje, waarin Dear zingt over verzoening met het verlies van een geliefde: „All of my sad songs can’t make you change.”

Toon Beemsterboer