Ruggespraak houden mag van de grondwet, net als dwarsliggen

tweede kamerParlementariërs vertegenwoordigen het volk ´zonder last of ruggespraak´. Want dat staat zo in de grondwet, zei CDA-fractieleider Maxime Verhagen vorige week. Alleen, dat staat er dus niet. Dat stónd er. De term ruggespraak is in 1983 geschrapt.

In artikel 67 van de grondwet staat nu dus al 27 jaar “De leden stemmen zonder last”. Dat schrijft  de splinternieuwe website denederlandsegrondwet.nl. De eerste zin op die site luidt dat de ‘doorsnee Nederlander’ nauwelijks weet wat er in de grondwet staat - en niet alleen de doorsnee Nederlander dus. De term ‘ruggespraak’ werd in 1983 geschrapt om duidelijk te maken dat parlementariërs wel degelijk overleg mochten hebben met hun kiezers. Ze hoeven er alleen niet naar te luisteren. Lees hier het bericht.

Ze stemmen daarna na naar eigen overtuiging - ze hebben geen ´last´ (plicht) in de zin van een bindend mandaat gekregen. Volgens A.K. Koekkoek (lees hier in: De grondwet, een systematisch en artikelsgewijs commentaar) zijn Kamerleden juridisch dus niet gebonden aan de inhoud van een regeerakkoord. Hooguit is hun binding moreel en politiek. Het Kamerlid behoudt altijd zijn zelfstandigheid en onafhankelijkheid als volksvertegenwoordiger. Ook het verkiezingsprogramma waarop het Kamerlid is gekozen werd door de wetgever niet beschouwd als een ´last´. Ook daarmee is dus geen juridische binding - alleen een politieke en morele.

Politieke partijen kunnen evenmin via de rechter Kamerleden terugroepen als ze ontevreden zijn over hun stemgedrag. De rechter heeft zich tot nu toe ook niet gemengd in verkiezingsafspraken tussen kandidaten en hun partijen. Lees deze uitspraak over een conflict rondom de gemeenteraad van Elsloo waarin de rechter zich niet bevoegd verklaarde. De betreffende afspraak binnen een partij wie een zetel in zou mogen nemen was geen ´eigendomsrecht´ of een schuld of enige andere rechtsbetrekking waar de burgerlijke rechter zich mee bezig mocht houden. Een afspraak op Aruba dat een statenlid zijn zetel verliest als hij het partijlidmaatschap opzegt uit 1988 beoordeelde de Hoge Raad overigens wel inhoudelijk. Lees hier een samenvatting. Zo´n deal is in strijd met het vrije mandaat van de volksvertegenwoordiger.

Kortom: ruggespraak met het land, de regio of de buurman houden is voor ieder Kamerlid altijd toegestaan. Maar daar vloeien geen afdwingbare plichten uit voort. Dwarsliggen is dus een recht.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.