Overheid zal de banken toch wel beschermen

Er zijn veel vragen over de kwaliteit van de twee maanden oude stresstests voor Europese banken. Hadden die dan eigenlijk wel zin?

Volgens de stresstests op Europese banken hadden Franse banken op 31 maart voor 6,6 miljard euro aan Spaanse schuld in huis. Het ging om Spaanse staatsobligaties én leningen aan bedrijven. Maar nu komt de Bank of International Settlements (BIS) in Bazel ineens met totaal andere cijfers: er zou voor 34,7 miljard aan Spaanse schuld in Franse banken zitten.

Wie gelijk heeft, is lastig te bepalen. Allereerst dateren de BIS-cijfers van eind juli, terwijl het prikpunt van de Europese stresstests eind maart was – in de tussentijd hebben banken, vanwege de turbulentie van de Griekse schuldencrisis, veel gekocht en verkocht. Daarbij worden er in Europa drie verschillende boekhoudmethodes gebruikt voor banken. Die methodes, vertellen experts, zijn geënt op verschillende criteria en leveren verschillende resultaten. Er worden al jaren harmonisatiepogingen gedaan in Europa, maar elk land wil zijn eigen calculatiemethodes houden omdat het die gebruikt om banken fiscaal te belasten. En ten derde: de stresstests, die aantoonden dat zeven van de 91 Europese banken gezamenlijk 3,5 miljard euro extra kapitaal moesten aantrekken om tegen een stootje te kunnen, ‘dekten’ niet alle Franse banken: twintig procent deed niet mee. Ten slotte, ontdekte de Wall Street Journal afgelopen week, gaf de ene Franse bank wel Spaanse schuld op uit haar verzekeringspoot, maar de andere bank niet. Toen de krant speldenprikken deed bij een aantal andere grote Europese banken, kwamen soortgelijke verschillen aan het licht. Sommigen konden zelf niet verantwoorden waarom hun blootstelling aan Griekse obligatierisico’s volgens BIS ineens was verdubbeld, of juist met het vijfvoudige was verminderd. Andere banken, zoals Banco Santander, weigerden ieder commentaar. Dat maakt het onmogelijk om de uitslag van de stresstests te checken.

Dit werpt, amper twee maanden nadat de resultaten van de Europese stresstests werden gepubliceerd, opnieuw de vraag op wat ze eigenlijk voor zin hadden. Volgens het college van Europese banktoezichthouders (CEBS) in Londen, die de coördinatie deed, was het „een ongeëvenaarde oefening om de bestendigheid te bepalen van het EU-banksysteem tegen mogelijke economische schokken”. Toen beleggers dinsdag heftig reageerden op de onthullingen in de WSJ, wat voor onrust zorgde op markten tot in Azië, kwam het CEBS wederom met het argument dat BIS-data „onvergelijkbaar” zijn met de data die bij banktoezichthouders terechtkomen. Maar volgens insiders is het probleem met de stresstests meer dan een kwestie van boekhoudkundige semantiek. Zij bevestigen dat bepaalde banken „waar het niet pluis is” buiten de tests zijn gehouden, en dat andere banken soms zelf mochten opgeven wat ze wilden. Het doel van de tests was, zegt een betrokkene, „de markten geruststellen”. „Het was een puur politieke operatie. Ministeries, toezichthouders en banken wilden maar één boodschap afgeven: dat de overheid garandeert dat alles okay is met de banken. Die boodschap is volgens mij duidelijk overgekomen.”

Al in juni vertelde een Europese toezichthouder – anoniem – aan deze krant dat er een pandemonium zou uitbreken als de stresstests eerlijk werden uitgevoerd: „Er zijn banken die het goed doen. Bij anderen ligt de business sinds 2008 zowat stil. Als dit naar buiten komt, krijg je bankruns. Enorme paniek.” Hij wilde daarom geen stresstests openbaren. Maar nu dat toch moest, „is het een kwestie van openbare orde en moeten we de boel manipuleren.” Dit was overigens geen groot geheim. Bankanalisten en financiële commentatoren schreven vóór de publicatie van de resultaten al dat de tests niet serieus waren. JP Morgan legde op 16 juli klanten uit dat de lat opzettelijk laag zou liggen om zoveel mogelijk banken door de tests te krijgen: „Stresstests banken zullen het spel niet veranderen”.

Toch stelde de uitslag velen gerust. Beleggers en analisten die eerder sceptisch waren over de tests, prezen ze nu. In de Verenigde Staten hadden stresstests in 2009 exact hetzelfde effect, zegt een Brusselse bron geamuseerd: „Iedereen wist, die tests waren gemanipuleerd. De Amerikaanse overheid zorgde wel dat de banken er redelijk uitkwamen. Dit gaf de tests juist kracht: de boodschap was onmiskenbaar dat de regering voor de banken ging liggen, wat er ook gebeurde. De impliciete boodschap van de Europese tests is dezelfde: „Als u aan onze banken komt, komt u aan de overheid.”

Dit verklaart waarom Europese banken dit voorjaar, tijdens de Griekse schuldencrisis, niet minder maar méér Griekse staatsobligaties kochten. Zolang de Europese Centrale Bank – óók overheid – banken leningen geeft tegen één procent rente, zegt Carsten Brzeski van ING in Brussel, kopen veel banken meteen Griekse staatsobligaties die op vijf of zes procent staan. „Je verdient geld, en toch heb je een redelijk risicovrije belegging.” Die rentecurve is niets anders dan indirecte overheidsprotectie voor de Europese banksector. Hetzelfde mechanisme inspireerde de stresstests. Zo bezien zijn de huidige discussies over boekhoudkundige standaarden niet meer dan een afleidingsmanoeuvre.

Breakingviews pagina 16