Ogilvie is een gewone goochelaar

Onlangs interviewde NRC Handelsblad Derek Ogilvie, bekend omdat hij zegt met geesten te praten. Over zijn trucs ging het niet, aldus M. Koller en G.J. van ’t Land.

De Schot Derek Ogilvie, zaterdag geïnterviewd door deze krant, is een fenomeen, maar een goed verklaarbaar fenomeen. In volle zalen zegt hij dat hij kan praten met geesten die hem dingen doorgeven over mensen in de zaal.

Kan hij dit echt? Bewijs ontbreekt. Ogilvie heeft enkele malen meegewerkt aan onderzoek naar zijn vermeende gaven. Zo heeft hij zich laten onderzoeken door het Goldsmiths College in Londen en door de scepticus James Randi. Beide onderzoeken concludeerden dat Ogilvie geen bijzondere gaven kon aantonen.

Ogilvie kan dus niet aantonen wat hij zegt te kunnen. Er is dus iets anders aan de hand.

Het succes van Derek Ogilvie is te verklaren vanuit de psychologie. Wij zijn enkele malen bij zijn shows geweest. Hij begint met het maken van een selectie uit het publiek: „Er is iemand met rugpijn en last van de knie in de zaal, wil die gaan staan?” In een zaal met duizenden mensen is het geen wonder dat een aantal mensen zich hierin herkent. Deze groep krijgt nog een aantal vragen. „Heb je ook last van hoofdpijn?”, „ben je pas geleden verhuisd?”, enzovoorts. Uiteindelijk blijft iemand over die zich steeds weer aangesproken voelt. De persoon voelt zich onderdeel van een bijzondere gebeurtenis. De zaal leeft mee en lijkt onder de indruk.

Maar is het wel zo bijzonder? Derek Ogilvie selecteert op algemeen voorkomende zaken en het is logisch dat je in een volle zaal op die manier altijd wel een paar mensen overhoudt. Derek Ogilvie gebruikt de zogenoemde ‘shotgun’-methode waarmee je leden van het publiek selecteert door ‘high probability guesses’: gokken met een grote kans op een positief antwoord. Deze methode is ook populair onder mentalisten – een soort goochelaars.

Daarna gaat het spel fase twee in. Ogilvie gaat met de overgebleven persoon in gesprek. Een raadspel begint waarin de ondervraagde persoon zonder het zelf door te hebben aanwijzingen geeft over hetgeen wel en niet klopt. De gespreksstof van Ogilvie betreft voor meer dan 80 procent telkens terugkerende onderwerpen: bedden, huisraad, sieraden, seks, overlijden en geboorte. Zaken waar iedereen mee te maken heeft. Dat vergroot de kans op ‘hits’.

Zoals ook al uit de onderzoeken van Randi en de Londense universiteit bleek, gebruikt Derek Ogilvie hierbij de techniek van ‘cold reading’. Als Ogilvie de aanwijzingen niet helemaal scherp ziet, en een fout lijkt te maken, is er geen man overboord. ‘Cold reading’ biedt dan verschillende oplossingen. Hij kan er bijvoorbeeld overheen praten: ‘Ik kreeg het even niet duidelijk door.’ Hij kan ook juist zijn mening doordrukken onder het mom van ‘ik heb gelijk, maar jij bent dat even vergeten’ – controle is toch onmogelijk. De ondervraagde zal met de aandacht van de hele zaal op zich gericht zijn best doen om daarin mee te gaan. Hierdoor komt Derek Ogilvie geloofwaardig weg met fouten. De betrokkene en de zaal zijn diep onder de indruk. Na afloop lijkt Ogilvie uitsluitend positieve resultaten te hebben gescoord. De reden is dat mensen in zo’n raadspel de ‘hits’ onthouden, terwijl ze de missers negeren.

Al deze onderdelen van ‘cold reading’ zijn goed gedocumenteerde psychologische fenomenen. Iedereen kan ‘cold reading’ onder de knie krijgen. Goochelaars en mentalisten maken er graag gebruik van.

Ogilvie lijkt te geloven in zichzelf. Anders laat je jezelf niet onderzoeken. Maar als je wilt dat anderen in je bijzondere gaven geloven, moet je daar ook een bijzonder bewijs voor hebben. En dat is er niet.

Maarten Koller en Gert Jan van ’t Land zijn beide actief bij de Stichting Skepsis, die onderzoek doet naar pseudowetenschap en paranormale claims.