Nussbaum en onderwijs

In Heumakers bespreking van Martha Nussbaums Not for Profit (Boeken 27-08-10) keert hij zich terecht tegen de opvatting dat het onderwijs in dienst moet staan van een politieke ideologie. Maar zijn uitspraak dat men in Nederland ‘die (ideologisch) gewenste gelijkheid ook in de resultaten trachtte af te dwingen’ en dat dit streven ‘tot een funeste nivellering en dus niveauverlaging [heeft] geleid’ is in z’n algemeenheid (ideologisch getinte) onzin.

Eind jaren vijftig, begin jaren zestig dacht men dat het wel goed zat met het basisonderwijs. Wie toen wilde veranderen, moest met bewijzen komen. Mijn generatie, de eerste generatie onderzoekers van het onderwijs, toonde wetenschappelijk verantwoord aan dat er sprake was van talentverlies. Om dat verlies adequaat te kunnen meten, construeerden we toetsen. Die dwingen geen gelijkheid af, maar meten de mate van prestatieongelijkheid waar het onderwijs mee te maken krijgt zo rationeel mogelijk. Dat het daarna toch uit de hand liep, is te wijten aan dertig jaar bezuinigingsbeleid én aan het steeds gekleurder raken van onze schoolbevolking (met een enorme achterstandsproblematiek). Niettemin waren de oorspronkelijke ingrepen rationeel. In plaats van impliciet met links/ rechtsschema’s te werken, lijkt het daarom verstandiger onderscheid te maken tussen rationele/irrationele veranderingprocessen.

Het gelijkheidsidealisme waar Heumakers zich tegen keert, was eerder een gevolg van de ontvoogdingsmanie uit de jaren zestig, gepaard gaand met de dekolonisatiebewegingen uit die jaren – culminerend in de meirevoltes in Frankrijk . Deze elitaire democratiseringsgolf werd inderdaad niet ‘evidence based’ doorgevoerd, maar simpelweg met studentikoos machtsvertoon afgedwongen. Ten slotte heeft de omslag in het geestesklimaat na de jaren tachtig geleid tot een marktgericht, maar corruptiegevoelig studiefinancieringsstelsel.

Oscar de Wit, Amsterdam.