Muziek kent geen kleur

Nog nooit vond op de Antillen zo’n grootschalig festival plaats als afgelopen weekeind, toen de eerste editie van North Sea Jazz Curaçao gehouden werd. „We vinden het een kick ons concept over de wereld te brengen.”

Publiek op de eerste editie van North Sea Jazz Curaçao. Foto's Andreas Terlaak Curacao, 04-09-2010. Een gemoedelijk sfeertje op North Sea Jazz Curacao. Stelletjes en vriendinnen staan omarmd te genieten van het concert van Natalie Cole. Foto: Andreas Terlaak

Hoge stiletto’s, nauwzittende jurken met franjes, opgesierd met flinke sieraden. Op een avond waarop de lucht zoet en zwoel is trekt Curaçao naar zijn allereerste ‘djes’. Shuttlebusjes rijden af en aan om de bezoekers van hun parkeerplaats in de omgeving naar de poort van het North Sea Jazz Festival te brengen. Enig fileleed is echter onvermijdelijk: een brassband in een begrafenisstoet blokkeert de weg en er is een kettingbotsing op de machtig hoge Koningin Julianabrug.

Eenmaal op het festivalterrein zijn de begroetingen niet van de lucht. Iedereen kent elkaar, zoveel is duidelijk. Veel mensen besloten op het laatste moment nog te komen. Anderen hebben maanden gespaard voor een kaartje. Concerten beginnen, maar Curaçaoënaars nemen de tijd. En eenmaal bij de podia worden ook hier kwetterend de nieuwtjes uitgewisseld en outfits bekeken. „Het is zien en gezien worden in een kleine gemeenschap”, zegt de Curaçaose jazzpianist Randal Corsen. „Muziek is niet per se de hoofdzaak.”

Twee miljoen mensen lazen op de Twitterpagina van soulzanger John Legend dat hij naar Curaçao zou gaan. Dat vinden ze mooi op het eiland. De eerste editie van North Sea Jazz Curaçao, met grote popsoulnamen (Lionel Ritchie, John Legend, Simply Red, Natalie Cole, George Benson, Sergio Mendes), relatief weinig maar goede jazz (Richard Bona, Michel Camilo) en populaire Zuid-Amerikaanse latinacts (India, Sierra Maestra, Luis Enrique) gaat al weken over de tong in de Caraïben. Een dergelijk massaal opgezet festival, mét North Sea Jazz-touch (meerdere podia en overlappende optredens) heeft hier nog nooit plaatsgevonden.

Struinend over het festivalterrein in en rond het WTC net buiten Willemstad, valt op hoeveel gelijkenissen deze tropische editie toch nog heeft met het overzeese moederfestival in Rotterdam. Een beetje herkenning tussen de palmbomen: de bekende NSJ-baniers – voorzien van tropische look, de muntjesloketten en de gevarieerde catering. En toch is alles net even anders: kleinschalig en lokaler natuurlijk, maar de rauwheid is charmant en kleurrijk.

Het acrobatische latinspel van de Dominicaanse jazzpianist Michel Camilo, die met publiek deelt dat hij hier ooit zijn honeymoon vierde, spreekt direct aan. Camilo excelleert in nadrukkelijke ritmes als de calypso, vaardig omspeeld met lucht en kwinkslagen. Ook pianist Randal Corsen kan op veel respons van zijn fans rekenen. Al moeten zijn levendige composities met Afro-Antilliaanse invloeden het op zeker moment afleggen tegen publiekslieveling Lionel Ritchie op het hoofdpodium. Men wil feesten bij het immense, speciaal uit Nederland verscheepte buitenpodium (de ‘Sam Cooke Stage’). En Lionel Ritchie toont zich, onverwachts, the right guy in the right place. Met tomeloze energie voorziet hij de menigte van smakelijke anekdotes en een hier perfect aansprekende hitcollectie. Mensen klimmen op de gammele tribunebanken, geleend uit het stadion vlakbij. Ze zwaaien, joelen, zingen. Ook buiten de hekken, bovenin de onvoltooide betonkarkassen, wordt er gedanst.

Curaçao is een muziekminnend eiland, met 28 commerciële radiostations. De Antilliaanse pers schreef veel over North Sea Jazz, meer nog dan over de lokale verkiezingen, maar nam een afwachtende houding in. Fel was men over de behoorlijk hoge toegangsprijzen. Maar als ‘teken van goodwill’ was het concert van de Colombiaanse salsaster Alberto Barros, waarmee het publiek werd opgewarmd, gratis.

Grote sterren over de vloer; het is voor iedereen wennen. De Antilliaanse fotografen klagen over de door concertorganisator Mojo, waartoe North Sea Jazz behoort, opgelegde fotorestricties. Belachelijk, op Curaçao werkt men zonder fotoregels, en mag alles met flits. Het is de adequate aanpak van Mojo versus een relaxte eilandmentaliteit. Dat kan wat overdonderend overkomen: de Nederlandse concertprofessional plaveit de weg wel even in tropenland.

Onzin, zegt directeur Jan Willem Luyken. Hij voelt bij dit Caraïbische festival eenzelfde thrill als bij de grote verhuizing van zijn festival van Den Haag naar Rotterdam. Want het is hier pionieren voor ’s werelds grootste indoorfestival: qua transport, de veiligheid, de af te dragen belastingen, het invliegen en onderbrengen van artiesten en crew. De Nederlandse taal is een voordeel. Een nadeel is de temperatuur, het festival is dan ook in een ander tempo gebouwd. De moordende hitte, volgens de eilandbewoners trekken rondrazende orkanen in de buurt alle wind weg, leidde tot een tropenrooster – zwaar werk tot diep in de nacht.

De expansiedrift van North Sea Jazz is groot. Tegenover vijf geslaagde overzeese edities in Kaapstad, staan stukgelopen pogingen in Londen, Qatar, China, Nairobi en St. Petersburg. Toch is het geen heilig moeten, benadrukt directeur Luyken. „We vinden het gewoon een kick om ons concept over de wereld te brengen. En we worden vaak benaderd.” Voor de Curaçaose productie tekent Gregory Elias, een op Curaçao geboren succesvolle zakenman die met zijn stichting Fundashon Bon Intenshon alle financiële risico’s draagt. Wat de productie kost, wil niemand zeggen. „Heel veel.” Veelzeggend is de komst van de Amerikaanse zangeres Natalie Cole. North Sea Jazz wist haar nooit eerder te boeken.

Fundashon Bon Intenshon wil met deze eerste editie, er volgen er in elk geval nog twee, internationaal een deuk in een pak boter slaan. Stichter Gregory Elias is een wat excentrieke, flegmatische weldoener die Curaçao in een positief daglicht wil zetten middels entertainment op hoog niveau. Het ging simpel – hij had een wensenlijst met topacts, en koos Mojo als uitvoerend expert, omdat hij bekend was met het werk van wijlen North Sea Jazz-oprichter Paul Ackett. „Aanvankelijk dacht ik aan een paar gratis concerten met grote namen per jaar. Maar alleenstaande concerten vind ik niet lekker. Dus werden het achttien acts over twee dagen.”

Maar vraag hem niet naar een muzikale visie. Hij lacht smalend. „Visie en dromen genoeg, maar daar blijft het bij. Ik wil Curaçao een plaats geven. Het eiland is toch het Caraïbische bassin, een kruispunt van Latijns-, Midden- en Zuid-Amerika. En naar Nederland wil ik de perceptie veranderen. Niet de slechte dingen benadrukken, maar een super positief cultuurbeeld geven. Muziek zie ik als makkelijk middel, het kent geen kleur en verbroedert.”

Zijn stichting heeft geen winstoogmerk, eventuele positieve resultaten gaan direct weer naar een ander project. En opmerkelijk, het lijstje voor de tweede editie heeft hij klaar: Phil Collins, Santana, John Mayer („en als dat niet kan nemen we zijn grootvader Eric Clapton”) en The Roots. Het is ambitieus en prijzig, maar Gregory Elias ziet het probleem niet. „Ik doe dit niet om er zakelijk wat mee te bereiken. Ik hoop over een paar jaar budgetneutraal te worden.”

North Sea Jazz Curaçao trok dit weekend achttienduizend mensen. Zeker als je weet dat een kaartje voor veel mensen de helft van hun huishuur is (165 dollar) – een tweedagenkaart kost 300 dollar – is dit een succes te noemen. En gelukkig, er kwamen niet alleen blanke, welgestelde Amerikanen en Nederlanders, maar er was veel publiek uit de Antillen, Suriname, Venezuela, Brazilië en Costa Rica. Met dit soort topacts die torenhoge gages vragen is de prijs niet lager te brengen, stelt de festivaldirectie. „Wat je krijgt is niet duur”, zegt Luyken. „Dit zijn artiesten die voor hun shows in Miami of in Las Vegas per avond dergelijke prijzen vragen. Per artiest kost het nu 20, 30 dollar.” Hij geeft toe dat de prijs niet in verhouding staat tot de Rotterdamse editie. „Een heel ander economisch model. Hier geen gemeentesubsidies, sponsoren en vipsecties. Van Elias moet alles een gelijke status hebben. Dus geen dure viptafels die vooraan staan.”

Bassist Richard Bona tekende voor een van de gloedvolste optredens. John Legend bracht een gestileerde show die nauwelijks verder reikte dan de eerste tien rijen. Vanuit Nederland reisde zangeres Giovanca, dochter van Antilliaanse ouders, af. Lang zong ze in de band van de Curaçaose zangeres Izaline Calister. Nu treedt ze voor het eerst op Curaçao op, met haar eigen band. En haar familie had gespaard.

Haar lichtvoetige soulmuziek is hier mondjesmaat bekend. De cd is niet te krijgen, een paar liedjes krijgen airplay. Radiostation Dolfijn FM startte een actie om haar op het festival te krijgen. Het ontroerde de zangeres.

Vlak voor haar optreden zegt Giovanca uit te zien naar het moment dat ze I Remember zal zingen. Ze zingt het al jaren en het gaat speciaal over Curaçao, in deels Papiamento. „Het nummer gaat over overdraagbare jeugdherinneringen. Mijn ouders hebben me zoveel over het eiland verteld dat het voor mij voelt of ik hier ben geboren. Ik kan op de Antillen zijn en denken: toen ik klein was... oh nee, toen mijn moeder klein was…” Ze logeert bij haar familie, waar ze de eenvoud van het dagelijkse Curaçaose bestaan leert kennen. De was doen in de tuin. Stroom kopen. Brood op de plank.

Op het festival wint Giovanca harten met haar ongedwongen, energieke optreden. Ze danst zich in het zweet. Maar ook de Curaçaose percussionist Pernell Saturnino, die bij haar te gast is, wordt joelend ontvangen. Stiekem had híj misschien wel de grootste glansrol op het festival. In vijf optredens bij verschillende artiesten de ritmes van zijn eiland roffelend.