Lang leve het pensioen

Er is wat aan de hand met uw pensioen, zo lieten vijf grote pensioenfondsen vandaag weten in paginagrote advertenties in de dagbladen. Bovendien maakten enkele pensioenfondsen, zoals ABP (overheid en onderwijs), PMT (metaal en techniek) en Zorg en Welzijn, bekend dat hun dekkingsgraad onder de maat is. Ze hebben dus te weinig zekerheid over hun financiële middelen om te kunnen garanderen dat ze hun pensioenverplichtingen zullen nakomen.

Er is dus inderdaad wel wat aan de hand, maar er is geen reden om allerlei doemscenario’s te schetsen van mogelijke ontwikkelingen die de oudedagsvoorziening zouden bedreigen. Pensioenen zijn in Nederland in vergelijking met andere westerse landen hoog. Bovendien zal de komende ‘grijze generatie’ vermogender zijn dan alle vorige. Dus enige relativering van de geschetste problemen kan geen kwaad. Het is wel zaak dat er tijdig maatregelen worden genomen.

Een van de redenen voor de zorg bij de pensioenfondsen is dat de marktrente fors is gedaald. De rente op de langlopende staatsschuld bedraagt op het ogenblik 2,46 procent. De rekenrente voor pensioenfondsen volgt, overeenkomstig de huidige voorgeschreven waarderingsmethodiek, deze trend. De lage rente van nu betekent dat er meer geld in kas moet zijn om aan toekomstige pensioenverplichtingen te voldoen. Of andersom: een (toekomstige) verplichting zal moeten worden versoberd om met het geld van nu uit te komen.

Nu is de relevante rekenrente een dagkoers. In de pensioenbranche gaan steeds meer stemmen op om deze rentevoet voor langere tijd vast te zetten op een hoger niveau, dat het gemiddelde van de afgelopen jaren weerspiegelt. Dat zou de dekkingsgraad onmiddellijk verhogen. Bij een rekenrente van 4 procent is een groot deel van het dekkingsprobleem meteen verdwenen.

Dit argument lijkt redelijk. Er is inderdaad een grote kans dat de lage rente van nu een anomalie is. Maar dat is wel een voorspelling, of beter gezegd: een gok. Niemand weet of de rente hoger of lager wordt. Japan kent al meer dan tien jaar rentevoeten die de helft of soms nog minder zijn van wat nu in Nederland als ongewoon laag wordt gezien. De beste methode is daarom toch om de huidige dagkoers te nemen. Een hogere rekenrente koopt valse rust: men kan doen alsof er niets aan de hand is terwijl volgende, nu betalende, generaties dan misschien de hond in de pot vinden.

In wezen is een andere ‘tegenvaller’ voor de pensioenfondsen van grotere betekenis. Dat is de almaar stijgende levensverwachting van 65-plussers. Minister Donner (Sociale Zaken, CDA) heeft deze week de Tweede Kamer gevraagd spoed te betrachten met de behandeling van het wetsvoorstel om de AOW-leeftijd gefaseerd te verhogen naar 67. De Kamer zou er wijs aan doen niet alleen die fases te bekorten, maar de pensioengerechtigde leeftijd bovendien te koppelen aan de levensverwachting. Dan wordt het reële probleem van de pensioenfondsen een heel stuk kleiner.