Krankzinnig

Twee filmpjes op tv in één etmaal die memorabel zijn – een mooie oogst.

Filmpje een.

EenVandaag laat zien hoe de politieke activiste Pamela Geller Geert Wilders bij het Amerikaanse publiek introduceert. Ze joelt uitzinnig en roept in de camera: „This is the man. The legend Geert Wilders.” Wilders staat ernaast en lacht gevleid.

Kijkend naar deze vrouw komt spontaan vooral deze gedachte bij me op: een krankzinnige. In hetzelfde item in EenVandaag zat David Horowitz, een Amerikaanse miljonair en geldschieter van Wilders, die hem „de nieuwe Winston Churchill” noemde. Potsierlijk natuurlijk, maar toch leek die Horowitz me geen krankzinnige. Maar Pamela Geller, ja, dat kan niet missen.

Op internet, zag ik later, zijn veel oude uitspraken van Geller te vinden bij Loonwatch.com. Zij wordt daar „the looniest (mafste) blogger ooit” genoemd. Je weet inderdaad niet wat je leest. Obama deed het met crackhoertjes, zijn moeder was bij pornografie betrokken, hij is in 1980 naar Pakistan gegaan om zich te laten indoctrineren voor de jihad en hij is bovendien een heus liefdeskind van de zwarte moslimactivist Malcolm X. Obama is ook, het kan niet op, een antisemiet. Gail Collins, columniste van The New York Times, schreef laatst: „Het is belangrijk om eraan te herinneren dat ongeveer vijf procent van onze bevolking volkomen gek is en altijd zal zijn.”

Pamela Geller is, zoals bekend, een van de drijvende krachten achter het protest tegen de te bouwen moskee op Ground Zero – dat is die moskee die geen echte moskee is, die trouwens ook niet op Ground Zero zou komen en die geleid wordt, zo schreef William Dalrymple in The New York Times, door een zachtmoedige soefi. Die hele ‘moskee’ is lange tijd geen item geweest in de Amerikaanse media, zelfs het rechtse Fox News was ervoor, maar pas toen hitsers als Geller met hun gegil begonnen, raakten media en publiek van de kook. Het zijn processen in de publieke opinie die mij vooral doen denken aan het McCarthyisme, de meedogenloze jacht op iedereen die communist zou kunnen zijn in het Amerika van de jaren vijftig onder leiding van de hystericus Joseph McCarthy, nota bene iemand met wie Wilders zich eens vergeleken heeft toen hij nog in opkomst was.

Wilder zal zich morgen in zijn toespraak in New York vermoedelijk enigszins matigen – hij wil dolgraag macht in Nederland en die is nog niet helemaal zeker gesteld zolang Tjeenk Willink in zijn nek hijgt – maar dit beeld blijft: een politicus die indirect deel zal uitmaken van de nieuwe Nederlandse regering, encanailleert zich in het buitenland met volstrekt geschifte duisterlingen.

Filmpje twee.

Bij het verlaten van het Binnenhof wordt Mark Rutte geïnterviewd door Rutger Castricum van PowNed. Die vraagt: „Is dat nou niet leuk voor je, al die zure linkse koppen hier?” Rutte lacht breed. „Film ze!” roept hij uitgelaten. Dan nemen de heren uiterst hartelijk afscheid van elkaar. Toffe jongens onder elkaar. Ze hebben macht, eindelijk, en ze zijn er nu al dronken van.

Het kan snel gaan.

PowNed: zo ben je anti-establishment en zo ben je het establishment zelf.

Rutte: zo ben je een door Rita Verdonk bedreigd Tweede Kamerlid en zo ben je staatsman. Nu nog de allure die daarbij hoort.