Klaar om te delen?

Verbieden houdt het illegaal downloaden van kunst niet tegen. Hoe groot moet je ambitie zijn om zo’n razendsnel en wereldwijd om zich heen grijpend fenomeen plat te willen leggen? Hoe hard moet je willen vechten, en vooral: hoeveel windmolens wil je bestrijden? Kunstenaars en bedrijven moeten nieuwe strategieën bedenken om overeind te blijven. In Tilburg begint een festival vol piraterij.

Ze lopen niet rond met een flaphoed, een gouden ring door hun oor en een papegaai op hun schouder. Ze graven geen schatten op, zijn niet degenen die op straat illegale kopieën aan de man brengen van Hollywoodkaskrakers. Zelfs zijn het niet de rovers die met bivakmutsen op en geweren in de hand vrachtschepen overvallen voor de kust van Somalië. Nee, de piraten van tegenwoordig zijn wij: u en ik. Onopvallend en geruisloos bewegen we ons voort.

Piraten van nu kennen geen kledingcodes, geen restricties, geen voorwaarden. Ons gereedschap bestaat uit een iPhone, een notebook, een Blackberry, een pc. Is er een internetverbinding in de buurt en hebben we de juiste software tot onze beschikking, dan slaan we onze slag – op het terras van het ontbijtcafé, in een coupé van een bullet-train, vaak ook in de auto of gewoon op de fiets.

Zijn we het type leunstoelpiraat – zeg maar consument –, dan luisteren we via legale en illegale muzieksites naar de nieuwste hippe bandjes. We controleren de blogs van lifestyle-goeroes als Nalden op muziek-, kleding-, en uitgaanstips, en checken ons Facebook-account op maffe foto’s en interessante videofilmpjes die vrienden van het net hebben gehaald. En passant downloaden we de nieuwste films van Gaspar Noé en Oliver Stone, nog voor ze in de Nederlandse bioscopen te zien zijn.

Beleven we onze piratenrol graag actief – zeg maar als producent –, dan rippen we, bewerken, remixen, editen, down- en uploaden content via mail of Youtube op het net. Alles en iedereen is toegankelijk en kan voortdurend worden vernieuwd. De enige vraag die telt is: are you ready to share?

Een ambivalent gevoel roepen die piraten op. Zeker, er is bewondering voor hun vrijgevochtenheid en creatieve durf. Want als de snelwegen bij wijze van spreken zijn aangelegd, waarom zou je dan niet je bestanden de wereld insturen en delen met iedereen die interesse toont? Waarom zou je, als je bij een bomvol concert het nieuwste album van Eels koopt, dat album níet willen delen met een ander die vervolgens die cd misschien ook zelf weer aanschaft? En als je voor een bepaald piepje in je eigen gemaakte liedje even het hele oeuvre van Brian Eno download – wat is daar mis mee?

De actieve piraat van nu zoekt niet het gat binnen, maar het gat buiten de markt – en soms zoekt diezelfde markt juist weer de piraat op en vraagt hem advies om een product te verbeteren (zoals producent New Line Cinema in 2006 deed voor de release van de film Snakes on a Plane).

Wie zich ergert aan de slappe dialogen en de saaie gevechtsscènes in de Star Wars sequels van George Lucas, maakt gewoon een betere versie en verspreidt die op het internet. Wie Paco da Lucia de grootste flamencogitarist van het melkwegstelsel vindt maar hem af en toe een tikkeltje meer schwung zou willen geven, laat hem eens lekker uit de maat spelen, rare hummetjes mompelen, zo iemand haalt Paco door de shredder en zet dat op Youtube. En zie: een genre (dat van de shreds) is geboren.

Piraten als u en ik vinden daar niets raars aan. Filesharing – vaak illegaal downloaden – is niet altijd een probleem, maar biedt juist openingen, nieuw zicht op oude zaken, nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden om ideeën te ontwikkelen, kennis te vergaren en te delen – zonder barrières of gedoe over auteursrechten. Heb je het nieuwste album van Massive Attack illegaal gedownload maar vind je de muziek niet om te pruimen? Dan verwijder je met een simpele druk op de knop het album weer uit je mediabibliotheek – een beetje zoals je vroeger in de platenzaak tegen de verkoper zei: ‘Die elpee hoef ik niet. Zet maar af.’

Deze democratische cyberdroom is in 1996 al vastgelegd in een heuse Declaration of Independence of Cyberspace. De opsteller daarvan is John Perry Barlow (1947), een met diverse talenten gezegende, gepensioneerde koeienboer uit Wyoming. Barlow is niet alleen voormalig songwriter van de psychedelische rockband Grateful Dead, maar ook essayist, dichter, politiek activist en fellow ‘Internet and Society’ aan Harvard University. Hij ijvert al jaren voor een vrije uitwisseling van kunst en ideeën via het internet. Waarom? Omdat die uitwisseling volgens Barlow de kunst en de kennis bevordert, mensen nieuwe wegen laat inslaan en verouderde industrieën als platenmaatschappijen en Hollywood-producenten dwingt op zoek te gaan naar andere bedrijfsmodellen.

Ook Matt Mason (1978), ex-radiopiraat in Londen, muziekjournalist, bladen- en televisiemaker, is zo’n voorstander van culturele piraterij. In zijn laatste boek Piraterij – hoe hackers, punkkapitalisten en graffitimiljonairs onze cultuur remixen en de wereld veranderen – houdt Mason, onder het motto ‘ontdek de piraat in jezelf’, een aanstekelijk pleidooi voor de culturele roofridder van nu. Ook Mason meent dat de ‘oude’ muziek- en de filmindustrie piraterij niet moet verbieden, het auteursrecht niet krampachtig moet afschermen, maar op zoek moet naar alternatieve strategieën, zoals in de modewereld al lang gebruikelijk is. Daar bestaat immers geen copyright. Daar is elk ontwerp vogelvrij – en toch komt het de industrie ten goede, niet alleen in creatief maar ook in commercieel opzicht.

Masons eigen boek is een mooie illustratie van het succes van zo’n strategie. Piraterij is in de boekwinkel te koop voor bijna 18 euro, maar ook te downloaden voor een prijs die de aspirant-lezer zelf mag bepalen. Wil hij er iets voor betalen of toch maar liever niets? Alles mag. Over zijn gedrukte boek maakt hij zich geen zorgen. Dat is inmiddels een wereldwijde bestseller.

Toch zitten er ook ongemakkelijke kanten aan culturele piraterij. Want hoe ga je bij de huidige technische mogelijkheden om met zoiets kwetsbaars als intellectueel eigendom? Wat betekent auteurschap als het mogelijk is om met behulp van nu nog peperdure driedimensionale printers het nieuwste model Nike-sneaker of een stoel van Rietveld van internet te downloaden, uit te printen en daadwerkelijk te gebruiken? Wat impliceert het grootscheeps illegaal downloaden van muziek via internet voor de musicus zelf? Wordt de musicus er doodongelukkig van, straatarm, of voelt alleen de platenmaatschappij die minder cd’s verkoopt het in de portemonnee?

Het is een vraag die bij iedere lezing over het onderwerp, op ieder debat over culturele piraterij naar voren komt. Zo ook tijdens het Incubate Festival voor Independent Culture, dat dit weekeinde in Tilburg losbarst en is gewijd aan het onderwerp. Op tientallen locaties in de binnenstad wordt de komende week een stortvloed aan remixes gepresenteerd.

„Intellectueel eigendom is de olie van de eenentwintigste eeuw.” Dat voorspelde Mark Getty, bestuursvoorzitter van Getty Images, de grootste beeldbank ter wereld, in het voorjaar van 2000 in The Economist. Getty maakte de vergelijking met olie omdat hij aan oorlog dacht. Zoals de twintigste eeuw streed om het bezit van de oliebronnen, zo zal de éénentwintigste eeuw volgens Getty strijden om het bezit van het auteurschap en het artistieke idee.

In de tien jaar die zijn verstreken sinds Getty zijn uitspraak deed, zijn inderdaad de eerste oorlogen gevoerd. In 2003 deed Madonna een vrij hopeloze poging om diefstal van haar muziek tegen te gaan. Toen haar album American Life uitkwam en fans probeerden via de website van KaZaA de nieuwe liedjes te downloaden, kregen ze in plaats van Madonna’s stampende beats een snauw van de popster in de oren geschetterd: ‘What the fuck do you think you’re doing!?’ De mp3-bestanden bleken lokeenden, nep-bestanden waar geen noot op stond. Boze fans grepen in: ze remixten Madonna’s grauw ‘What the fuck…’ en maakten er een danshit van. Eén piraat-activist hackte bovendien Madonna’s officiële site en zorgde ervoor dat alle liedjes gratis waren te downloaden. Hij of zij liet ook een kattenbelletje achter voor Madonna: ‘This is what the fuck I think I am doing.’

The Pirate Bay is een van oorsprong Zweedse filesharing website, die links aanbiedt naar torrents, via welke films, muziek en games gratis zijn te downloaden. Sinds 2009 wordt de organisatie achtervolgd door rechtszaken. Aanklacht: het grootscheeps schenden van auteursrechten. Er zijn gevangenisstraffen opgelegd, geldboetes uitgedeeld. Maar The Pirate Bay is en blijft onvoorstelbaar succesvol. Zo becijferde Alexa Internet – een dochteronderneming van Amazon die internetbewegingen wereldwijd registreert – in januari van dit jaar dat de site is geklommen naar de 98ste plaats van drukst bezochte websites ter wereld.

Hoe groot moet je ambitie zijn om zo’n razendsnel en wereldwijd om zich heen grijpend fenomeen plat te willen leggen? Hoe hard moet je willen vechten, en vooral: hoeveel windmolens wil je bestrijden? Deze week heeft de Belgische politie in samenwerking met Europol 48 websites gesloten die in veertien landen gekopieerde films, muziek en software verspreidden. Stichting Brein, die de rechten van de entertainmentindustrie in Nederland beschermt, is blij. Maar waarom eigenlijk? Eerdere veroordelingen of pogingen tot het platleggen van illegale downloadsites leidden tot niets. Is er een link verwijderd, dan zet een andere gebruiker hem wel weer op de site.

Volgens Mason, die ook optreedt op het Incubate Festival, zijn er productievere strategieën denkbaar dan verbieden, boetes uitdelen en platleggen. Rapper Mos Def bijvoorbeeld gaf vorig jaar zijn album The Ecstatic aan iedereen die een T-shirt van hem kocht. In het label van het shirt zat een code waarmee je de liedjes van de cd kon downloaden. Bij het T-shirt zat ook de cd-hoes en de tracklist. Artiest tevreden – koper tevreden. Via een legale downloadsite als Netflix kun je voor nog geen negen dollar alle films die je wilt zien, op je computer downloaden. Spotify biedt ongeveer hetzelfde voor muziek.

In dit verband is het opmerkelijk dat een traditionele filmmoloch als Disney in 1998 zich voor het Amerikaanse congres met succes hard maakte voor een uitbreiding van een wet op de verlenging van het copyright. Door die wet komt een figuur als Mickey Mouse pas na 2019 vrij beschikbaar in het publieke domein. Toch heeft Disney sinds 1998 een grote mentale ommezwaai gemaakt. En dat ligt alleen aan de druk die culturele piraten hebben uitgeoefend. In 2006 zei topvrouw Anne Sweeney van Disney-ABC tegen het blad Fortune: „Bij Disney interpreteren we piraterij inmiddels als een businessmodel zoals alle anderen.” Prince of Persia – de film naar aanleiding van de game – is een goed voorbeeld van Disneys meer consumentvriendelijke strategie. De film draait op dit ogenblik in de Nederlandse bioscopen maar is ook via Disney’s website te huur. Tegen een geringe vergoeding. Opdat, zoals Sweeney het zegt, „eerlijke gebruikers ook eerlijk blijven”.

Incubate Festival voor Independent Culture. Tilburg, 12 t/m 19 sept. Toegangsprijs: wat je wil geven. Inl. incubate.org.