Hoererij met gemeentelijke vergunning

Tien jaar na opheffing van het bordeelverbod is gedwongen prostitutie in Nederland nog steeds een groot probleem en zijn de werkomstandigheden voor de vrouwen niet verbeterd. „De overheid is naïef geweest.”

In een vooroorlogs schoolgebouw in het Westelijk havengebied van Amsterdam krijgen slachtoffers van mensenhandel voor PvdA-wethouder Lodewijk Asscher een gezicht. In dit opvanghuis, dat wordt bekostigd met geld van de gemeente, kunnen veelal buitenlandse vrouwen die zijn ontsnapt aan de macht van hun pooiers, een paar maanden tot rust komen. Maar de vragen over hun toekomst komen onvermijdelijk. Kunnen ze terug naar huis? En zo nee, mogen ze dan in Nederland blijven? Moeten ze aangifte doen? En wat gebeurt er als de rechter hun verhaal niet gelooft?

Asscher luistert, zijn handen gevouwen, naar de hulpverleners. Ze vertellen ingehouden over minderjarige meisjes die worden gedwongen tot prostitutie. Over een meisje dat werd aangetroffen in een kleine kamer, opgesloten met een matras en condooms. Over een jonge vrouw die op straat werd aangetroffen; als afval uit de auto gegooid door haar pooier omdat ze hoogzwanger was. Over de hopeloze situatie van Oost-Europese meisjes die door hun ouders zijn verkocht aan pooiers.

Toch zijn er lichtpuntjes, in elk geval in de opvang van de slachtoffers. Een meisje uit Nigeria bijvoorbeeld, loopt niet weg. Wethouder Asscher, die tot dan toe stilletjes heeft geluisterd bij zijn werkbezoek, vraagt: „Waarom zeggen jullie dat zo nadrukkelijk?” Omdat Nigeriaanse meisjes bijna altijd weer teruggaan naar hun pooiers, vertellen de hulpverleners. De meisjes worden gehersenspoeld, „in hun thuisland bewerkt met voodoo” en hebben helemaal niets behalve een tatoeage in hun arm met het 06-nummer van hun pooier.

Met het opheffen van het bordeelverbod in 2000 – prostitutie zelf is in Nederland al meer dan twee eeuwen legaal – werd de seksbranche in zijn geheel vrijgegeven. De prostitutie moest een normale bedrijfstak worden, waarin alle meerderjarigen met een verblijfstitel mogen werken. Na bijna een eeuw van gedogen mogen bordeelhouders hun kamers legaal verhuren. Als ze maar een vergunning hebben, de Arbowet naleven en belasting betalen. Prostituees moeten zich als zelfstandige inschrijven bij de Kamer van Koophandel.

In de praktijk is de gewenste normalisering en verbetering uitgebleven, blijkt onder meer uit het rapport ‘Prostitutie in Nederland na opheffing van het bordeelverbod’ (2008) van het onderzoekscentrum van het ministerie van Justitie WODC. Misstanden zoals gedwongen prostitutie en vrouwenhandel zijn niet verdwenen en het is zeer de vraag of ze minder erg zijn geworden. Prostituees zijn ongelukkiger dan vóór het bordeelverbod en gebruiken daarom meer pillen dan voorheen.

Tien jaar na de totale legalisering van de prostitutie meldt de overheid zich weer nadrukkelijk. De landelijke overheid wil, na enkele geruchtmakende kwesties met vrouwenhandel, de greep op de seksbranche vergroten. Voor alle activiteiten moet vergunning zijn verleend en prostituees moeten zich laten registreren, zo staat in de Wet regulering prostitutie die bij Tweede Kamer ligt.

Ook gemeenten maken werk van hun verantwoordelijkheid. Amsterdam is sinds enige jaren bezig het Wallengebied op te schonen en het aantal raambordelen drastisch terug te brengen. Arnhem sloot enkele jaren geleden het Spijkerkwartier. Amsterdam en Rotterdam doekten de tippelzones, in Utrecht en Eindhoven worden ze strak in de hand gehouden.

Asscher wil nog geen conclusies trekken over de aanpak: „Op zijn vroegst kunnen we in 2011 zien wat de effecten zijn op bijvoorbeeld de vrouwenhandel.” Hij beseft dat de bestrijding van uitwassen heel lastig is, „maar we zijn het verplicht aan de vrouwen”.

„We zijn als overheid wat naïef geweest toen we verwachtten dat de vrouwen het beter zouden krijgen door de opheffing van het bordeelverbod”, zegt Jeanine van Pinxteren, voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Centrum. „Het is voor bestuurders en politici ook erg lastig om inzicht te krijgen in die nogal bijzondere wereld van de prostitutie.”

Dat is ook de indruk van Marieke van Doorninck, gemeenteraadslid voor GroenLinks in Amsterdam en expert op het gebied van prostitutie en mensenhandel. Bij de legalisering in 2000 kwam het prostitutiebeleid bij de gemeenten te liggen. „Veel gemeenten wisten niet hoe ze met dit onderwerp om moesten gaan. Ik heb cursussen gegeven om bijvoorbeeld mensen van de Arbeidsinspectie of de Belastingdienst te leren hoe ze bij een bordeel naar binnen konden gaan.”

Hoeveel geld er omgaat in de gehele Nederlandse prostitutie is onbekend. Onderzoekers schatten het aantal prostituees in Nederland op 25.000, van wie iets minder dan de helft uit het buitenland komt en dan met name uit Zuid-Amerika en Oost-Europa. Prostituees werken in de ongeveer 1.200 seksbedrijven, op straat – al dan niet in een tippelzone – en thuis.

Hoe rendabel dat kan zijn leert een rekensom over de raambordelen op de Wallen. De prijs voor een raam ligt overdag (van 11.00 tot 20.00 uur) tussen de 75 en 100 euro. ’s Avonds (van 20.00 tot 04.00 uur) kost een raam tussen de 135 en 185 euro. Dat levert bij een volle bezetting een jaaromzet op van 75.000 tot 100.000 euro per raam, inclusief btw.

Het opheffen van het bordeelverbod heeft geen invloed gehad op het hoerenlopen, noch ten goede noch ten kwade. „In feite werd in 2000 de bestaande situatie gelegaliseerd”, zegt Van Doorninck. „Vervolgens hebben de meeste betrokken diensten het op zijn beloop gelaten. Dan moet je niet verwachten dat er veel verandert.”

Gemeenten hebben onvoldoende werk gemaakt van hun rol als verstrekker van vergunningen. „Het bordeelverbod leidde ertoe dat in veel gemeenten eindelijk eens een ambtenaar zich boog over prostitutie, dat was goed”, zegt Sander Flight van het onderzoeksbureau DSP. In 2006 lichtte Flight de gemeenten door. „Maar liefst 20 procent had geen prostitutiebeleid”, zegt Flight, die niet weet hoe de situatie nu is.

De laksheid van gemeenten komt voor een deel voort uit onwil om na te denken over prostitutie. Want het taboe op prostitutie is niet verdwenen met het opheffen van het bordeelverbod, zegt Van Doorninck. „Je kunt wel zeggen dat prostitutie een gewone sector is geworden, maar dat is niet zo.” Ook Flight signaleert dat nogal wat gemeenten prostitutie „een beetje vies” vinden.

Dat geldt voor christelijke gemeenten, die in enkele gevallen vrijstelling hebben gekregen van de verplichting een prostitutiebeleid op te zetten. Dat geldt ook voor een stad als Eindhoven, waar de tippelzone al jaren voor discussie zorgt. „De overheid die zo’n zone inricht, met pasjes en al voor de vrouwen, opereert in feite als bordeelhouder”, zegt oud-wethouder Hans Martin Don, tegenwoordig directeur bij het Leger des Heils. „Dat is moreel lastig.”

Formeel is de bordeelhouder sinds 2000 echter een gewone ondernemer. Desondanks houden niet alleen overheden, maar ook marktpartijen afstand tot de prostitutiesector, die bijvoorbeeld moeilijk bankleningen krijgt.

Door de prostitutie niet als een normale sector te behandelen rem je de innovatie, stelt Marieke van Doorninck. „Zo hadden we gehoopt op een door vrouwen geleid raambordeel, maar dat is er nooit gekomen.” De gemeente Amsterdam heeft wel geprobeerd om een ‘vrouwenbordeel’ op te zetten, maar het initiatief sneuvelde voortijdig in een storm van buitenlandse publiciteit.

Wethouder Asscher vindt dat de exploitanten meer kunnen doen, met name als het gaat om vrouwenhandel. „Je maakt mij niet wijs dat de exploitanten niet weten wat er aan de hand is. Een exploitant moet bijvoorbeeld geen raam verhuren aan een evident minderjarig meisje, zoals nu wel gebeurt.” Van Doorninck wil niet alle pijlen richten op de exploitanten: „In de negentiende eeuw zijn de misstanden in fabrieken niet opgelost door directeuren in de gevangenis te stoppen, maar door de arbeidsregels aan te scherpen.”

Het kabinet volgt die suggestie in de nieuwe kaderwet Regulering prostitutie. Daarin is een vergunningsplicht voor alle seksbedrijven opgenomen. Daarmee volgt de wetgever een aanbeveling van Corinne Dettmeijer, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel. „Na het opheffen van het bordeelverbod was er sprake van een onduidelijke situatie. Wat in de ene gemeente wel mocht, was in de andere gemeente verboden”, zegt ze. „Van die onduidelijkheid zijn we straks af.”

Maar daarmee is het probleem van de gedwongen prostitutie – circa 8 procent werkt onder dwang, aldus het WODC – niet opgelost. Vergunningen helpen niet als er geen toezicht is. „Toezicht en handhaving zijn twee van de valkuilen van de gereguleerde prostitutie”, zegt Dettmeijer. „Er zijn gemeenten die hun taak serieus nemen maar er zijn ook nog veel gemeenten die het probleem niet eens onderkennen.”

Het voorstel van het kabinet voor verplichte registratie van prostituees – het sluitstuk van de nieuwe wetgeving – roept veel vragen op. Dettmeijer ziet voordelen als er zorgvuldig wordt geregistreerd door mensen die weten waar ze op moeten letten. „Dan is het een mogelijkheid om signalen van slachtofferschap op te merken en voor te lichten”, aldus Dettmeijer.

Van Doorninck ziet er weinig in. „Prostituees willen anoniem blijven en zullen zich niet willen laten registeren. Waarom wordt de verantwoordelijkheid helemaal gelegd bij de vrouwen in plaats van bij de exploitanten?” Ook Flight heeft twijfels: „Bij verschillende beroepsgroepen is geprobeerd om een register op te zetten – notarissen, advocaten en nog veel meer – en dat is in alle gevallen mislukt. Dat zal hier ook gebeuren.”

In het opvangscentrum vraagt Asscher: „Wat kunnen wij doen tegen de vrouwenhandel?” De hulpverleners zouden graag zien dat meisjes in bijvoorbeeld Oost-Europa beter worden voorgelicht. En dat de politie meer capaciteit krijgt om de vrouwenhandel aan te pakken. „Dergelijke voorlichting is een nationale zaak, maar de politiezaken kan ik aankaarten in het overleg met het Openbaar Ministerie en de politie.”

Dit is deel 20 en het slot van een serie over prostitutie wereldwijd.