Grass en Grimm? Dan denk je toch aan 'krill' en 'grill'

Hoe grijpbaar én ongrijpbaar taal kan zijn, blijkt uit twee intrigerende boeken. Robert McCrum reconstrueert de triomfmars van het Engels, dat dankzij het British Empire en de expansiedrift van de VS onstuitbaar oprukte. Jammer dat de auteur met zijn liefde voor het oratorisch talent van Churchill, ook zelf wat doorschiet in zijn beweringen. Daar tegenover staat Günter Grass’ ontdekking van het woordenboek van de gebroeders Grimm, een boek dat bij Hugo Brandt Corstius weer de zoek-, tel- en lachlust opwekte waar Grass soms debet aan is.

Günter Grass: Grimms Wörter. Eine Liebeserklärung. Steidl, 360 blz. € 29,80

De bijbel vertelt, naar eigen zeggen, niet een verzonnen verhaal, maar de waarheid over de schepping van de aarde en de mensen. Die flauwekul wordt smakelijk gemaakt door spannende, typisch wél verzonnen, prachtig opgeschreven geschiedenisjes die je tegelijk doen lachen en huilen. In de vierde klas van mijn middelbare school mocht je van een Utrechtse dominee les krijgen in de Hebreeuwse taal, zodat je het Oude Testament in de oorspronkelijke versie kon lezen. Ik vroeg de man: ‘Waarom schiep die God een appelboom en mocht Eva van hem geen appel eten ?’. ‘Ga maar weg’, zei de dominee.

Günter Grass vertelt, naar eigen zeggen, de diepe waarheid over de Duitse schrijver en taalkundige Jakob Grimm die, met zijn jongere broer Wilhelm, het eerste grote woordenboek ging maken van de Duitse taal. De Grimms zijn vooral bekend door hun opschrijven van de oeroude volkssprookjes die zij bij het volk in het Duits hoorden, maar die zo oud waren dat ze best in andere talen verzonnen konden zijn. Grass zwijgt over die verrukkelijke verhaaltjes, en ook over de door Jacob Grimm verzonnen Duitse taalkunde, maar hij concentreert zich op hun arbeid aan het woordenboek, waar de twee broers overigens niet verder kwamen dan de eerste zes letters.

Er is over dat woordenboek van de Grimms en over de twee broeders natuurlijk al veel geschreven, maar Grass haalt in zijn boek nooit een woord uit die studies aan. Hij doet alsof hij de eerste is die over de Grimm-broers schrijft. Dat wordt leuk als hij in de loop van het boek met die broers gaat praten in de dierentuin van Berlijn. Dat park heet wel Tiergarten, maar Grass heeft het alleen over bomen en struiken daar. Tiergarten is groter dan Hyde Park in Londen en kleiner dan Central Park in New York.

Dat praten met dode schrijvers is natuurlijk geestig, maar Grass doet met zijn stijl nog iets anders humoristisch. In het hoofdstuk over de letter A weet hij tientallen woorden die met een a beginnen te gebruiken – als het zelfstandige naamwoorden zijn beginnen ze tegenwoordig in het Duits met de hoofdletter A. Net als Luther wilden de Grimms die hoofdletters niet gebruiken, maar Duits doet het nog steeds. Grass zijn eerste alinea van hoofdstuk A eindigt met ‘Ach, alter Adam!’. Dat zou je kunnen vertalen in: ‘Ach, arme Adam!’, maar lang niet alle andere a-woorden in het A-hoofdstuk kun je door Nederlandse a-woorden vervangen. Bij hoofdstuk B , getiteld Briefwechsel, staat een heel gedicht vol B-woorden, zoals Grass dat in elk hoofdstuk doet.

Ik hou van schrijvers die zich verplichten om bepaalde, rare, eisen aan de woorden in hun tekst te gehoorzamen. Georges Perec schreef een heel boek waarin de letter E niet mocht voorkomen. Onlangs is het de Nederlander Guido van de Wiel gelukt om dat boek e-loos te vertalen, terwijl notabene alle Nederlandse lidwoorden die e bevatten. Heel knap, maar bij Perec schijnt het gebeurd te zijn dat het een Franse lezer niet opviel. De Russische schrijver Velemir Chlebnikov schreef een lang gedicht waarvan alle regels als je de letters van achter naar voren leest hetzelfde blijven. Die genialiteit is niet te vertalen. De reeksen A-woorden van Grass kun je ook niet vertalen want hun essentie is dat ze Duitse woorden zijn.

Behalve over de Grimms schrijft Grass ook over zichzelf. In de kranten staat dat hij nu toegeeft in het Duitse leger in Rusland gevochten te hebben. Inderdaad ging hij op zijn zeventiende in Dantzig in het leger, werd gewond en werd notabene in Rusland door de Amerikanen opgepakt. Dat wist ik al sinds 1973 toen in de Penguin-uitgave van Grass zijn boek Locale Anesthesie voorin te lezen was: ‘Grass vocht aan het eind van de oorlog in het Duitse leger en werd door de Amerikanen gepakt.’

Een goede vertaler zou natuurlijk zijn eigen taalgrappen kunnen verzinnen. Zo vallen de namen Grass en Grimm ons nogal op. In het Nederlands doen alleen het Noorse ‘krill’ en het Engelse grill en cross zo, maar in het Duits valt de verdubbelde medeklinker helemaal niet op. Toch ontdekte ik iets heel geks.

Op bladzijde 312 las ik een alinea die mij wat ongelukkig geformuleerd voorkwam, terwijl Grass altijd een prachtig leesbare en originele stijl hanteert. Ik tel het aantal woorden in die onhandige alinea. Het zijn er precies honderd. Dat moet toeval zijn, denkt u. In elk boek vind je wel een alinea van honderd woorden. Ik telde, omdat Grass nu eenmaal allerlei taalgrappen gebruikt, ook het aantal woorden in de vorige alinea. Die alinea telde ook precies honderd woorden! Dat kan haast geen toeval meer zijn. In de ene getelde alinea staat geen enkel woord dat met de letter T begint. De andere begint met: Net lag der Tiergarten und alles, was ihm von A bis Z anhing, achter mij. In die alinea van 100 woorden staat geen enkel woord dat met R begint. In de andere staat als enige R-woord: Reich. De titel van het hoofdstuk met de 100-woorden-alinea’s luidt: Ungezählte Kuckucksrufe. Ik moet eens gaan tellen hoe vaak een koekoek koek zegt. Er zitten vast meer geheime woordrituelen in dit boek. Grass had niet voor niets een kunstig Kinderlied in een dikke bloemlezing met de titel Poëtische Sprachspiele.

Een idioot ritueel is dat Grass terwijl hij het leven en de werken van de Grimmen beschrijft, ook uit zijn eigen leven veel vertelt: redevoeringen, vergaderingen, zijn leven in Dantzig, Duitse politiek. Wat die autobiografie met de geschiedenis van de woordenboekmakers te maken heeft blijft onduidelijk en dat zal veel lezers van het boek niet aangenaam zijn. Hij maakt het weer smakelijk door in die Tiergarten veel over het Reich te praten.

In het boek komt slechts eenmaal een Nederlandse naam voor (Rembrandt) en ook slechts één keer, met enige jaloezie, ’n Nederlands woord, namelijk: ‘een’. Het Duitse ein vindt hij minder aangenaam dan het Nederlandse telwoord en lidwoord ‘een’. Nu blijkt dat Grass daar niets van snapt en het niet aan een Nederlander heeft gevraagd. Wij schrijven het lidwoord ‘een’ en het telwoord ‘een’ inderdaad met dezelfde drie letters. Maar als je hardop leest: ‘een dun been’, dan rijmt het eerste woord op dun en niet op been. Wij schrijven ‘ ’n been’ en ‘één been’ inderdaad hetzelfde maar we spreken het totaal verschillend uit. Over Deens weet Grass iets veel ergers te zeggen: dat is gewoon Duits, zouden de Denen moeten toegeven!

Het boek van Grass roept veel vragen op. Dat maakt het een interessant boek. Het begint met de geschiedenis van de gebroeders Grimm die om politieke redenen hun banen in Göttingen kwijt raken en naar een andere Duitse staat moeten vluchten. Daar nemen ze het verzoek van een uitgever aan om een totaal Duits woordenboek te maken. Het is een wonder dat hun opvolgers daar na de verloren Tweede Wereldoorlog in Oost-Duitsland en West-Duitsland gezamenlijk aan werkten en dat het na 100 jaar in 33 delen, 120 centimeter breed, klaar komt. Dezelfde breedte als de Oxford Second Edition en de helft zo breed als het nooit vernieuwde Woordenboek der Nederlandsche Taal.

Günter Grass is, naar eigen zeggen, binnenkort dood, en dan kan zijn Volledig Werk verschijnen. Daarna moet de een of andere Gramm of Gromm zijn biografie gaan schrijven.