Goede films over ballet zijn zeldzaam

Scène uit de ultieme balletfilm: 'The Red Shoes' Scene uit de film The Red Shoes (1948)

Zeg ‘balletfilm’ en filmcritici beginnen zich schichtig richting nooduitgang te bewegen. En gelijk hebben ze. Veel goede bioscoopfilms zijn er niet die tegen de achtergrond van de balletwereld spelen. Zelfs onverbeterlijke balletliefhebbers zullen dat erkennen, terwijl zij nog plezier kunnen beleven aan de dansfragmenten. De gemiddelde balletfilm – de meeste zijn van Amerikaanse makelij en halen terecht de Nederlandse bioscoop niet – is een aaneenschakeling van clichés, gebed in een flutplot à la ‘getalenteerd balletmeisje verwezenlijkt ondanks tegenslag of tegenwerking haar droom’.

Des te opmerkelijker dat het jongste filmfestival van Venetië opende met zo’n onding. En nog opzienbarender: als we het gros van de critici mogen geloven, zou Black Swan van regisseur Darren Aronofsky (eerder maker van onder meer Requiem for a Dream en The Wrestler) wel eens kunnen worden toegevoegd aan het korte lijstje memorabele balletfilms: The Red Shoes, The Turning Point, Billy Elliot. Sommigen voorspellen zelfs een Oscarnominatie voor hoofdrolspeelster Natalie Portman. Zij speelt een perfectionistische ballerina die langzaam in paranoïde wanen afglijdt, opgejaagd door de spreekwoordelijke ‘ballet mom’, een al dan niet bestaande rivale en een choreograaf die zijn sterdanseres via empirische weg laat kennismaken met haar donkerder lustgevoelens.

Dat klinkt misschien als wat veel van het goede, maar in de ‘echte’ balletwereld komen dergelijke situaties vaak genoeg voor. Sterker nog, het wemelt er van de verhalen over ambitieuze balletmoeders, keiharde concurrentie en choreografen die ook buiten de studio graag ‘hands-on’ met hun dansers (dames of heren) werken.

Aronofsky ontkomt, zo lijkt het, aan het cliché door er een surrealistische psycho-thriller van te maken. Een meesterzet, want ook in de balletwereld is de werkelijkheid vaak dramatischer dan fictie. Dat bewijst bijvoorbeeld de recent uitgekomen film Mao’s Last Dancer. De film is gebaseerd op de autobiografie van Li Cunxin. De jonge Li verhuist van het Chinese platteland naar Beijing om tot balletdanser te worden gekneed en bij hoge uitzondering – we spreken jaren zeventig – mag hij een stage bij een Amerikaanse dansgroep volgen. De rest is voorspelbaar: hij ontdekt de vrijheid, de liefde, wordt een ster en wil in de VS blijven.

Interessante levensgeschiedenis, maar een stomvervelende film, met sporadisch wat huiveringwekkende Amerikaanse kitschdans.

Kennelijk hebben dergelijke verhalen iets extra’s nodig. Of minder: een documentaire over Li zou waarschijnlijk boeiender zijn dan deze film.

Documentaires leveren sowieso vaak de meest indrukwekkende blik achter de schermen: Ballet en La Danse van Frederic Wiseman bijvoorbeeld, of het onthutsende Terpsichore’s Captives van Yefim Reznikov.

De ultieme balletfilm, The Red Shoes, is geïnspireerd op de werkelijkheid – de tirannieke neigingen van Sergej Diaghilev, leider van de legendarische Ballets Russes – maar bevat ook surrealistische elementen, ontleend aan het gelijknamige sprookje van Hans Christian Andersen. Een goede fictiefilm over de balletwereld kan misschien niet zonder.