Europa zit met Roma in zijn maag

Het Europees Parlement heeft Frankrijk gisteren gevraagd te stoppen met het uitzetten van Roma.

Europese principes botsen met de weerbarstige praktijk.

In het Europees Parlement in Straatsburg lagen links en rechts deze week twee dagen met elkaar overhoop over de uitzetting van de ongeveer duizend Roma in Frankrijk. Terwijl socialisten en liberalen aandrongen op een collectieve veroordeling van Frankrijk probeerde de machtige Europese Volkspartij (EVP), waarvan ook de UMP van president Nicolas Sarkozy lid is, Frankrijk een affront te besparen. Gisteren vroeg het Europees Parlement Frankrijk in een resolutie te stoppen met uitzettingen. De Franse minister van Integratie Eric Besson zei nog diezelfde dag dat Frankrijk dat niet van plan is.

Toen de Franse autoriteiten deze zomer her en der Roma-kampen ontruimden om de bewoners met 300 euro zakgeld op het vliegtuig te zetten, hebben ze onbedoeld de basis gelegd voor een heftig debat over mensenrechten, over Europese spelregels en over omgang met minderheden en immigranten. De Roma zijn nu ook een verklikker voor het actuele politieke klimaat in Europa: tot hoeveel gastvrijheid zijn welgestelde Europeanen bereid als de gasten arm zijn en niet makkelijk integreren?

Met dank aan Frankrijk staan de Roma dit najaar met stip bovenaan de politieke agenda – in elk geval even. Of ze er beter van worden, moet worden afgewacht, maar ze leggen alvast de frictie bloot tussen fraaie Europese principes en de weerbarstige praktijk. Want wat was die Franse actie? Een begrijpelijke maatregel van een soevereine staat om orde en veiligheid te garanderen, conform internationale afspraken, zoals Parijs het ziet? Of een „barbaarse deportatie”, een grote en gevestigde democratie als Frankrijk onwaardig, zoals liberalen en socialisten in heel Europa betogen?

Met de uitbreiding van de Unie in 2004 zijn voormalige Oostbloklanden met een grote Roma-populatie lid geworden van een gemeenschap die onder andere is gebouwd op een vrij verkeer van personen. Bulgaren en Roemenen hebben vanaf 2014 dezelfde rechten als alle andere EU-burgers. Nu is nog een overgangsregime met tijdelijke verblijfsrechten van kracht.

Het recht op vrij verkeer geldt voor werkwillige en hoogopgeleide migranten evengoed als voor de Roma. „Roma zijn moeilijke immigranten”, zei Martin Schulz, de Duitse fractievoorzitter van de sociaal-democraten in het Europees Parlement, „maar ook moeilijke immigranten hebben rechten.” Verwijzend naar de Franse ‘vertrekpremie’ zei Daniel Cohn-Bendit, fractieleider van de Groenen: „Je kunt het recht op vrij verkeer toch niet verkwanselen voor 300 euro?” Eerst moest de EU leren dat Europese rechten ook gelden voor Poolse loodgieters, nu dringt door dat het ook geldt voor Roma uit Roemenië.

Het dagelijks bestuur van de Europese Unie riep de Fransen in de zomer direct naar Brussel voor tekst en uitleg. Of de Fransen het Europees recht hebben geschonden, wil Eurocommissaris Viviane Reding (Justitie en Mensenrechten) tot op heden niet zeggen. Ze deed onderzoek, en heeft haar juristen opdracht gegeven nog meer onderzoek te doen. „We kunnen niet zomaar erop los marcheren en een lidstaat de oorlog verklaren.”

Frankrijk mag individuen die een gevaar voor de openbare orde zijn het land uitzetten, ook als het gaat om Roma die afkomstig zijn uit een andere Europese lidstaat. Frankrijk mag geen groepen zonder pardon over de grens zetten.

„Wat in Frankrijk gebeurt is onacceptabel”, zei de liberale fractieleider Guy Verhofstadt over de Roma-kwestie, „en het is helaas geen incident. Geconfronteerd met de problemen van een economische crisis glijden verschillende regeringen af richting populisme, xenofobie en racisme.”

Commissievoorzitter Barroso zei, zonder Frankrijk te noemen, deze week: „Er is in Europa geen plaats voor racisme en xenofobie. Ik doe een krachtige oproep de geesten van Europa’s verleden niet wakker te maken.” Parlementariërs op rechts wezen echter op een gat tussen de zondagspreek en de doordeweekse mores. Zo maakte de conservatief Derk-Jan Eppink duidelijk dat er ook Europeanen zijn die liever geen Roma als buurman hebben. Hij adviseerde collega’s die het voor de Roma op hadden genomen er eens een in huis te nemen.

De enige Roma in het parlement, de Hongaarse Lívia Járóka (EVP), hekelde de hypocrisie van het debat. „Grootschalige uitzettingen mogen dan weerzinwekkend zijn, nog weerzinwekkender waren de loze beloften over mensenrechten van de afgelopen decennia, terwijl er niets is gedaan de vreselijke armoede te bestrijden.”