Dominee op de mediagolf

Een onbekende halvegare weet de publieke opinie van de halve wereld te gijzelen. Dat, schrijft Bas Heijne, is de dynamiek van de moderne mediacultuur.

Dat de eerwaarde Terry Jones, predikant van een kleine christelijke gemeente in Florida, het recht heeft om morgen zoveel korans te verbranden als hij wil, wordt door vrijwel niemand betwist. President Obama kon hem dan ook alleen maar sméken om het niet te doen: „Hij zegt dat zijn geloof hem drijft. Ik hoop dat hij luistert naar de betere engelen.” De predikant verklaarde dat een telefoontje van het Witte Huis, het ministerie van Defensie of van Buitenlandse Zaken hem wellicht van zijn actie zou doen afzien. Daarna was er een fotomoment waarop Jones een imam een hand gaf en zei dat de boekverbranding van de baan was, vervolgens verklaarde hij om de tuin geleid te zijn (zie kader). Zo houdt de predikant ons nog even in spanning.

Je kunt je erover verbazen dat een volslagen onbekende halvegare er zo gemakkelijk in slaagt de publieke opinie van de halve wereld te gijzelen. Dat is de dynamiek van de mediacultuur: moeiteloos dwingt Jones de Amerikaanse regering in de verdediging, Angelina Jolie keurt zijn voornemen af en zelfs Geert Wilders voelt zich geroepen zich uit te spreken. Deze laatste dankt zijn wereldwijde bekendheid aan dezelfde tactiek: de aankondiging van zijn anti-islam filmpje Fitna ging gepaard met de suggestie dat hij de Koran zou verscheuren. Uiteindelijk zag hij af van blasfemie. Dat was meteen het gedenkwaardigste moment van de film: zijn afkeer van islam kende kennelijk toch grenzen.

Voor wie met een dramatisch gebaar of aangekondigde uitzinnigheid de open zenuw van een samenleving weet te raken, staan web en televisie garant voor een razendsnelle uitvergroting en de gevestigde orde heeft het nakijken. Een symbolische daad kan – eventjes – voor wereldwijde ontwrichting zorgen. Maar alleen wanneer er een speciale maatschappelijke constellatie is die bestaande gevoeligheden extra gevoelig maakt. Er wordt al gewezen op YouTube-filmpjes waarop te zien was hoe korans alle mogelijke vernederingen moeten ondergaan. Die hebben nooit enige ophef veroorzaakt. Maar door de discussie over het islamitisch centrum is de islam ook in de VS een brisant onderwerp geworden, een bron van angst en woede. Dat geeft Jones zijn kans.

Ik heb het eerste zelfgenoegzame opiniestuk al gelezen waarin de omzichtigheid van de Amerikaanse regering en ook van Wilders wordt uitgelegd als een knieval voor de overgevoelige islam. In het westen heeft men de vrijheid om dit soort dingen te doen. Het is die vrijheid die verdedigd moet worden. Punt uit.

Het zijn zulke betogen die uitnodigen tot provocaties als die van Jones. Het gemakzuchtige ervan is dat het morele oordeel wordt opgeschort. Dat Jones de wet niet overtreedt, ontslaat hem niet van zijn verantwoordelijkheid. Maar met zijn actie maakt de predikant uit Florida ons wel bewust van een wezenlijk verschil tussen het verfoeien van de Koran en het verbranden ervan. Het erkennen van een taboe hoeft geen verkwanselen van vrijheid te zijn. In dit geval is het een bewijs van beschaving.