Dodende straal

Dit is een oud verhaal over Pietje en Jantje. In hun klas zegt de meester: „Kinderen, als jullie eens àlles zouden kunnen uitvinden, wat zou je dan het liefst willen uitvinden?” Pietje steekt zijn vinger op. „Ik zou een knopje uitvinden en als ik daar op drukte, zou ik niets meer hoeven te doen.” Nu is Jantje aan de beurt. „Ik zou een knopje uitvinden waardoor ik niet meer op het knopje van Pietje zou moeten drukken.” Twee voorlopers van de digitale revolutie.

In mijn stukje van vorige week heb ik Brave New World van Aldous Huxley en George Orwells 1984 geciteerd, twee anti-utopieën waarin totalitaire samenlevingen worden beschreven. Techniek en wetenschap die dan op een fantastische manier vooruit zijn gegaan, spelen daarbij een cruciale rol. De afgelopen jaren hebben we ons op een ongelofelijke manier aan al die digitale vorderingen aangepast. Het lijkt alsof we met de computer geboren zijn, zo vanzelfsprekend is het. Maar 99 procent van de mensen die digitaal aan het werk zijn, (onder wie ik) begrijpt absoluut niets van wat er in die plastic doosjes gebeurt.

Dit stukje schrijf ik, voorzien van een half jaar oude laptop met een Vodafone globetrotter kaart, in een uithoek van Europa. Werd daar op mijn digitale wenken bediend, had contact met de hele wereld, keek naar CNN, las de Nederlandse scheldpartijen, tot opeens Vodafone het verdomde. Een oorzaak daarvoor kon ik niet vinden en de Nederlandse deskundigen die ik via mijn mobieltje belde, stonden ook voor een raadsel. Dan maar naar de internetwinkel. Daar hadden ze de nieuwste faciliteiten, die je allemaal door het drukken op knopjes in werking kon stellen, maar die zo ingewikkeld waren dat ik de hulp moest inroepen van de mevrouw die daar alles beheert. Als u dit leest, is bewezen dat ik alles weer onder de knie heb.

In de predigitale tijd heeft W.F. Hermans eens het vage plan gehad een boek te schrijven over de toestand van onze beschaving, nadat miljoenen vraatzuchtige wormen binnen één nacht al het papier ter wereld hadden opgegeten. De mensheid beroofd van haar geheugen, zonder communicatie, bewijzen om elkaar te controleren, kaarten tegen het verdwalen, betaalmiddelen. Radeloos in chaos. Zo kun je je ook voorstellen dat een kwaadaardige vernuftige geest erin zal slagen een straal te ontdekken, uit te vinden, waardoor al het digitalisme van de ene seconde op de andere buiten werking zal worden gesteld. Geen chips meer, geen laptops, email, google, wat heb je verder. Wat dan? Eerst radeloosheid, dan woede, razernij, en ook chaos.

Maar onderschat de overlevingsdrift van de mensheid niet. En er is pas één generatie die volledig met of in het digitalisme is opgevoed. Er lopen nog genoeg mastodonten rond die zich goed kunnen herinneren hoe het vroeger was. Zij zullen proberen, de oude samenleving van de schrijfmachines en de postzegels te reanimeren, de orde van toen te herstellen. Zullen ze daarin slagen? Dit zal dan het waagstuk zijn dat in deze utopie of anti-utopie wordt beschreven. Misschien zullen ze tot de ontdekking komen dat de afgelopen vijftien jaar een nieuwe mens is ontstaan. Een individu dat zich de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie niet zomaar weer laat afpakken. Zo gaat dan de beschaving te onder in de ruïnes van het digitalisme. Vrees niets, zo’n antidigitale straal bestaat niet; het is maar een idee voor een anti-utopie.