'Die arme moslimstumper is mijn held'

De Poolse regisseur Jerzy Skolimowski maakte een film over een ontsnapte Talibaan-strijder. „Ik hou van ambivalentie.”

Een Talibaan als tragische Rambo, op de vlucht voor de CIA in een besneeuwd Pools naaldwoud: een ongebruikelijke actieheld. Eerst in gevecht in een kurkdroge, rafelige bergkloof. Gevangen door de Amerikanen, in oranje overall en met zwarte kap op gemarteld. Dan de ontsnapping, de jacht, bloed in de sneeuw.

Jammer dat u dit meesterwerk misschien nooit te zien krijgt. Want met Essential Killing, deze week in competitie in Venetië, bouwt de Poolse regisseur Jerzy Skolimowski (72) stoïcijns voort aan zijn reputatie van ‘cultregisseur zonder cult’.

Niet alleen om de tegendraadse held, halverwege de film gebeurt er ook iets raars. De heroïsche achtervolging verandert in een dierlijke, eenzame overlevingsstrijd van een vreemdeling in een sprookjesachtig mooi landschap. „Ik gebruikte bewust de conventies van een actiefilm om mensen mijn film in te sleuren”, zegt Skolimowski in Venetië. „Zo snel ik hun aandacht heb, vertraag ik het tempo. En wat is de held? Een strijder? Een terrorist? Ik hou van die provocatie en ambivalentie, en ik denk dat het werkt.”

Het idee ontstond op een winternacht in de besneeuwde heuvels van Mazurië, Noord-Polen. De regisseur streek daar neer na een verblijf van twintig jaar in Californië, waar hij na zijn laatste film in 1982 succesvol kunstschilder werd. Hij liet er een 19e-eeuws jachthuis verbouwen, ver van de beschaving. „Ik wilde weer filmen, maar niet in Hollywood. Dus ging ik terug naar Polen en maakte in 2008 Four Nights with Anna. Daarna dacht ik: wat kan ik nog meer doen hier in het bos?”

Op nog geen twintig kilometer verderop lag een prachtig onderwerp: de landingsbaan Szymany, waar de CIA vluchten moslimverdachten voor de ‘black site’ Stare Kiejkuty binnenvloog. De Poolse staat heeft, anders dan buurland Litouwen, het bestaan van dat illegale verhoorcentrum nog niet toegegeven. Een groep openbare aanklagers begon onlangs een strafrechtelijk onderzoek.

Skolimowski: „Maar dat zwarte CIA-kamp is politiek. Niets voor mij, no way. Tot ik op een winternacht in mijn jeep over zo’n bergpad naar huis reed en bijna een afgrond in slipte. Terwijl ik achter het stuur zat na te hijgen, schoot het me te binnen: die Amerikaanse konvooien met die arme moslimstumpers namen deze route ook. Als er nou eens een jeep van de weg raakte? Kan heel goed met al dat wild hier op de weg: herten, wilde zwijnen. Ik had mijn film.”

Skolimowski, in 2009 met een retrospectief vereerd op het filmfestival van Rotterdam, is een boezemvriend van Roman Polanski – diens vrouw heeft een rol in deze film – sinds de filmacademie van Lódz in de jaren vijftig. Polanski was altijd net iets commerciëler, en Skolimowski’s versnipperde zijn talent: hij was bokser, muzikant, acteur, regisseur en schilder.

In zijn films wringt altijd wat: je ziet ook nu de Nederlands filmdistributeurs zich weer op het hoofd krabben. Ja, het is prachtig, Essential Killing. Maar hoe verkopen we het? De eerste helft is te gewelddadig voor het oudere filmhuispubliek, de tweede helft te verstild voor de actiefilmjeugd. En dan zo’n ambivalente held die de hele film lang geen stom woord spreekt.

Skolimowski noemt zijn film „een sprookje, of morele fabel” over eenzaamheid en overleven, zonder politieke bijbedoelingen. Toch valt het contrast op tussen die ‘held’ en zijn achtervolgers. De Talibaan leeft in het hier en nu, de Amerikanen zijn steeds ergens anders: afgeleid door drugs, keiharde heavy metal, ranzige gesprekken.

Skolimowski: „We weten allemaal dat het Amerikaanse leger het machtigste ter wereld is. Maar winnen ze oorlogen? Ik tel hooguit moeizame aftochten en patstellingen. Zo’n enorme militaire overmacht en nooit winnen, waar ligt dat aan?” Een stilte: dit lijkt warempel wel politiek. Vervolgt: „Maar Essential Killing is geen docufilm, geen realisme. Als ik een Onderwerp had, met hoofdletter O, dan zou ik research moeten doen. Waarvoor ik veel te lui ben.”

Vermoeide zucht. Misschien gaat hij hierna toch maar weer schilderen. Geen conflicten en intriges zoals op de filmset – hoofdrolspeler Vincent Gallo, ook aanwezig in Venetië als regisseur van het experimentele Promises Written in Water, staat bekend om zijn kolossale ego. Was het moeilijk, de omgang met deze arthouse prima donna? „Ach”, zegt Skolomowski. „Ik heb gewerkt met Klaus Maria Brandauer en leef nog. Ik koos Vincent om zijn dierlijke, van elke charme verstoken uitstraling. En ik ben geen control freak: suggesties zijn altijd welkom.”