De truc van Fuchs

‘Het is een truc’, zei Rudi Fuchs tegen me. Een truc? Ik had hem een compliment gemaakt over wat hij bij de opening van de tentoonstelling Vertical earthquake van Carlos Amorales (Mexico, 1970) had gezegd.

Meestal krimp ik tijdens openingstoespraken van ellende ineen. Aarzelingen van de spreker lopen synchroon met de naden waarlangs stukjes van internet en passages uit oude persberichten aan elkaar zijn geplakt. Hoe ruimer de afstand van de spreker tot het werk van de bezongen kunstenaar, des te leger de woorden.

Fuchs begon zijn verhaal met de beschrijving van een Mexicaans landschap zoals hij het kent uit verhalen. Hij beschreef een streek waar de aardkorst scheurt van dorst. Een onberekenbaar en meedogenloos landschap.

Ik zat aan een lange tafel in de Annet Gelink Gallery. Fuchs legde als een tweede tafelkleed het droge landschap voor de gasten neer. We zaten er middenin. Onze gevulde borden en glazen stonden onwennig in de woestijn. Een verzamelaar tegenover me verstoorde het vreemde landschap door een stuk van zijn biefstuk te snijden. Het gekras van zijn mes lokte boze blikken uit. Men bleef liever in het Mexicaanse landschap.

Zou deze illusie van verplaatsing de truc van Fuchs zijn geweest? Misschien rekte hij het landschap iets te ver op. We zaten nu al wel erg lang in de woestijn. Wist Fuchs nog wel dat hij het over het werk van Amorales moest hebben?

Amorales heeft de wanden van de galerie gevuld met tekeningen die ook beschrijvingen zijn. Aanleiding tot het werk is een aardbeving in Mexico die hij meemaakte als kind. Het zou het beginpunt zijn geweest voor Amorales om na te denken over wat maakbaar – en breekbaar – is.

De beschrijvingen bestaan uit enorme concentrische cirkels, als figuren die de kracht van een aardbeving weergeven. De lijnen zijn getrokken door onderbrekingen van een metalen liniaal die als een bliksemschicht vanuit het centrum over de tekening hangt. Elke tekening heeft zo’n eigen instrument dat gevormd is als een hoekige scheur in de aardkorst.

Amorales heeft een eigen manier gevonden om spanningen weer te geven in haast onnavolgbare landkaarten die gebieden en momenten van destructie voorspellen. Tijd, geografie en geschiedschrijving raken in dit werk verknoopt.

Net toen ik dacht dat Fuchs zich aan het verliezen was in een vormexperiment door Amorales te negeren, zei hij dat de cirkels van de kunstenaar een goed voorbeeld zijn van wat de generatie van Amorales ten opzichte van de kunstgeschiedenis te doen staat: abstracte kunst negeren zonder deze te vergeten. De zekerheid waarmee Fuchs deze opdracht bekend veronderstelde, verpletterde me.

Na afloop van de toespraak vroeg ik Amorales of hij ook zo onder de indruk was van de opdracht aan ‘onze generatie’. We hadden er nog nooit zo over nagedacht. Maar het klopte helemaal, besloten we enthousiast.

Eenmaal thuis begon ik te twijfelen. Je zou ook kunnen zeggen dat de opdracht aan de hedendaagse kunstenaar is: abstracte kunst vergeten, zonder deze te negeren. Of: omarm abstracte kunst, zonder ervan te houden.

Voordat ik Fuchs kon vragen in welk gedeelte van zijn toespraak hij de truc precies had toegepast, was hij verdwenen.

Mogelijk bestond zijn kunstgreep erin mij slechts een vluchtige blik in zijn manier van werken te gunnen, om me nieuwsgierig achter te laten.