De mens is slechts een verlepte vleesbloem

Nog voor verschijning was er al een rel over de nieuwe Houellebecq.

Waar windt iedereen zich zo over op? La carte et le territoire is een mooie Houellebecq light.

Een nieuwe roman van Michel Houellebecq betekent per definitie rumoer. Dit keer waren het de leden van de jury van de Prix Goncourt die, nog vóór het boek in de winkel lag, openlijk in de clinch gingen over La carte et le territoire. Bernard Pivot sprak zich positief uit. Tahar Ben Jelloun, wiens werk ver van dat van Houellebecq verwijderd is, was allesbehalve gecharmeerd: ‘Hij wil ons zijn visie op de wereld verkondigen, maar daar hebben we lak aan. Wat kan het mij schelen wat meneer Houellebecq vindt van industriële wereldrijken, de moderne architectuur of de schilderkunst, vooral omdat hij debiele uitspraken doet over Picasso.’

Inderdaad, Picasso moet het ontgelden. ‘Picasso is lelijk, hij schildert een afschuwelijk vervormde wereld want zijn ziel is afschuwelijk. Hij zou hoogstens zestigjarigen met een flinke bankrekening kunnen verleiden.’ Verder worden meer of minder bekende Fransen gekarikaturiseerd, onder wie schrijver Frédéric Beigbeder en de buiten de Franse grenzen onbekende presentator Jean-Pierre Pernaut.

Maar dat is het wel. Deze keer geen aanval op de islam, geen bespuwing van Chinezen, geen seksuele excessen, geen diepe vrouwenhaat, geen xenofobie. Het is alsof Houellebecq ditmaal geen zin had op zijn bekende aambeeld van provocatie, seks en religie te hameren, maar, ouder, wijzer en vele illusies armer, liever wilde freewheelen rondom andere hete hangijzers in onze huidige maatschappij. De kunstmarkt en het grote geld, de vader-zoonrelatie, moord en doodslag én Europa in de toekomst.

Dus waar windt Ben Jelloun zich zo over op? La carte et le territoire is, vergeleken met zijn eerdere werk, een Houellebecq light, met meer (zwarte) humor, een flinke dosis zelfspot en minder loodzwaar cynisme. ‘Mild’ zou je bijna zeggen, als dat bijvoeglijk naamwoord niet zo onverenigbaar was met het beeld dat Houellebecq in de loop der jaren heeft opgebouwd. Wat bij Ben Jellouns tirade ongetwijfeld een rol speel, is dat Houellebecq dit jaar wel degelijk een serieuze kans maakt op de Goncourt. In 1998 werd Elementaire deeltjes gepasseerd vanwege zijn scandaleuze karakter en in 2005, toen Mogelijkheid van een eiland verscheen, ging Frankrijks meest prestigieuze prijs nogmaals aan Houellebecqs neus voorbij. De jury wilde zijn handen niet vuil maken aan een zo omstreden auteur. Dus als het maar enigszins kan, dán dit jaar, zal een aantal juryleden gedacht hebben.

Inmiddels is er echter alweer een andere reden die de jury ervan kan weerhouden de roman te bekronen: een beschuldiging van plagiaat. Houellebecq zou zonder bronvermelding fragmenten van Wikipedia hebben overgenomen.

De hoofdpersoon van La carte et le territoire is een beeldend kunstenaar, Jed Martin, een nogal contactgestoorde buitenstaander zonder veel vrienden, een man ‘die nooit echt jong is geweest’ en die in alle opzichten verwant is aan Houellebecqs eerdere personages. Jed Martins vroege werk op de kunstacademie en in de jaren erna bestaat uit het maken van 11.000 foto’s van gebruiksvoorwerpen, een ‘hommage aan de menselijke arbeid’ en een poging tot een ‘volledige catalogus van door de mens gefabriceerde objecten in het industriële tijdperk’.

Na het bericht van het overlijden van zijn grootmoeder reist Martin naar het platteland in het hart van Frankrijk, de Creuse, waar ze woonde. Hij koopt een Michelin-kaart om de route te bepalen en raakt erdoor in vervoering. ‘Nooit had hij zo’n prachtig voorwerp gezien, zo rijk aan emotie en betekenis. Het wezen van de moderne tijd gekoppeld aan de essentie van het dierlijke leven. In ieder van die gehuchten, dorpjes, voelde je het hart kloppen van honderden zielen – sommigen vervloekt, anderen bestemd voor het eeuwige leven’. De ‘esthetische openbaring’ leidt tot zijn volgende fotografische project (het fotograferen van Michelin-kaarten onder verschillende hoeken) en zijn doorbraak als kunstenaar. ‘De kaart is interessanter dan het territorium’ luidt de titel van Martins eerste expositie, gesponsord door Michelin. Fictie is interessanter dan de realiteit, zou de suggestie kunnen zijn.

Een curieuze vermenging van fictie en werkelijkheid volgt. Jed Martin zoekt de schrijver Michel Houellebecq op in Ierland met het verzoek een introductie te schrijven op zijn volgende tentoonstelling. Houellebecq introduceert dus zichzelf als personage in zijn roman. Provocerend is het allemaal niet, geestig en zelfrelativerend wel. Een portret van een loser, iemand die na drie jaar de verhuisdozen nog niet heeft uitgepakt en aan de drank is. Een autist, die lijkt ‘op een oude zieke schildpad’ en zoveel last van eczeem heeft dat zijn leven bestaat uit ‘een eindeloze krabsessie’. Zo creëert Houellebecq (de echte) twee alter ego’s, als waren het – geheel in stijl – klonen van zijn eerdere personages. Beiden hebben een ‘nogal arm innerlijk leven’. Beiden realiseren zich dat ze ‘culturele producten’ zijn. Ze maken niet actief deel uit van de wereld, voelen zich ‘vredig en vreugdeloos’ en ‘voorgoed neutraal’. In hun werk – typisch Houellebecquiaans – is hun blik op de wereld ‘meer die van een etnoloog dan die van een politiek commentator’.

Houellebecq (de fictieve) verhuist van Ierland naar een dorpje op het Franse platteland en trekt zich terug in zijn voormalige grootouderlijk huis. Zijn leven ‘loopt ten einde’, maar niet bepaald vredig: Houellebecq (de fictieve) wordt op gruwelijke wijze vermoord. ‘Het was geen slechte schrijver’, laat Houellebecq (de echte) iemand zeggen, ‘hij was prettig leesbaar en hij had een juiste visie op de samenleving’. De rechercheur, ‘een voorstander van siliconenborsten’, die de moord moet oplossen, heeft een hele kluif aan de zaak. In een Sri-Lankees klooster heeft hij een cursus ‘lijkmeditatie’ gedaan: iedere dag staren naar een nieuw lijk, denkend ‘dit is mijn lot, ik kan er niet aan ontsnappen’. Zo raak je gewend aan moord, dood en verderf.

De dood is een terugkerend motief in deze roman. Het verval is alom. Dat geldt ook voor vrouwen, die Houellebecq vriendelijker portretteert dan in eerdere romans. De mooie Russische Michelin-topvrouw, ‘die prachtige vleesbloem’ begon ‘ook al te verwelken’, de aftakeling ‘zou alleen maar sneller gaan’. Het is in bredere zin het beeld dat je bijblijft van deze roman. De oververhitte wereld waarin de mens zich god waande, doet een stapje terug. In Europa is het industriële tijdperk ten einde, de overblijfselen daarvan zijn geportretteerd, de resten gearchiveerd, de glorietijd is voorbij.

In zijn epiloog vergast Houellebecq ons op een toekomstvisie, zo’n twintig jaar verder in de tijd. De globalisering heeft ons gedwongen terug te keren tot het pre-industriële tijdperk, Europa wordt weer agrarisch. Frankrijk heeft alleen nog zijn ‘hôtels de charme, parfums en pastei te bieden, wat men levenskunst noemt’.

Houellebecq slaat in deze roman nog wel, maar hij slaat melancholiek en minder hard. En het doet beduidend minder pijn.

Lees Houellebecqs reactie op de ‘plagiaatkwestie’: bibliobs.fr

Michel Houellebecq: La carte et le territoire. Editions de Noyelles, (Club France Loisirs, met toestemming van Editions Flammarion), 428 blz. € 26,85