De dierenpolitie

Ik keek vroeger heel graag naar programma’s als Animal Rescue, waar je de avonturen van de dierenpolitie volgde. Het speelde meestal in een Amerikaans stadje met troosteloze, licht vervallen veranda’s. De helden waren altijd een wat oudere man met spiegelende zonnebril en een dikke vrouw met een paardenstaart. Als ze naar de plaats delict reden zei een invoelende voice-over iets als: “Dan and Sandy hurry off to find the neglected dog. But they are worried that he might be agressive. He has probably not seen humans for quite some time”, voor een spannend ‘zal de hond in de tussentijd zijn gemuteerd’-element. Als de hond was gevangen en naar het asiel werd gebracht, zei de politieagente vol ingehouden woede: “Ik hoop dat ze de eigenaar vinden en hem wegstoppen.” De aflevering eindigde altijd met het geredde dier in een tuin dat speels zijn snuit tegen de cameralens drukte.

Maar sinds ik ben opgehouden met vlees eten, lukt het me niet meer om naar zulke programma’s te kijken. Zodra een ondervoede chinchilla is gered, denk ik aan de enorme varkensstal dertig kilometer verderop, waarin duizend varkens op ijzeren roosters staan terwijl ze aan elkaar knagen van krankzinnigheid. De aflevering eindigt nooit met dartele biggetjes of een varkenssnuit in beeld. Een megavarkensstal vol ellende is eigenlijk geen probleem.

De woede van mensen over dierenmishandeling was onlangs goed te voelen na filmpjes van een vrouw die een kat in een container stopt en een meisje dat puppy’s in een rivier gooit. Die woede is van alle tijd, maar door internet neemt de collectieve verontwaardiging een vlucht. Meer mensen zien het, reageren (‘kankerhoer, was de doodstraf er maar’) en er ontstond een klopjacht op de identiteit van de vrouwen.

Natuurlijk is er altijd een soort hypocrisie in ons gevoel, maar nu lijken de extremen wel heel ver uit elkaar te liggen: een internationale hetze voor het vermoorden van een nest puppy’s, en aan de andere kant van het spectrum eten we gretig van de meest massale en anonieme dierenproductie die we ooit hebben gekend.

De meeste mensen worden boos van dierenmishandeling – gelukkig. Waarschijnlijk worden zij ook boos van de bio-industrie. Die is alleen een stuk minder zichtbaar, en dat komt ons wel zo goed uit.

Renske de Greef