De Britten maakten de wereld 'globish'

Hoe grijpbaar én ongrijpbaar taal kan zijn, blijkt uit twee intrigerende boeken. Robert McCrum reconstrueert de triomfmars van het Engels, dat dankzij het British Empire en de expansiedrift van de VS onstuitbaar oprukte. Jammer dat de auteur met zijn liefde voor het oratorisch talent van Churchill, ook zelf wat doorschiet in zijn beweringen. Daar tegenover staat Günter Grass’ ontdekking van het woordenboek van de gebroeders Grimm, een boek dat bij Hugo Brandt Corstius weer de zoek-, tel- en lachlust opwekte waar Grass soms debet aan is.

Ook in China rukt het Engels op, vaak in de vorm van 'chinglish'; vaak onzinnige vertalingen van het Chinees, zoals de uiteenlopende visies op steeds dezelfde zinsnede laten zien. Foto's www.chinglish.de

Robert McCrum: Globish. How the English Language Became the World’s Language. Viking, 310 blz. € 27,-.

In de jaren negentig werden twee nieuwe termen aan de internationale woordenschat toegevoegd: globalization en globish. Wat globalisering is, weet tegenwoordig iedereen: alles op de wereld hangt met alles samen, en wel in toenemende mate. ‘Globish’ is veel minder bekend. Dit neologisme werd in 1995 gelanceerd door Jean-Paul Nerrière, een Franse IBM-manager en amateurtaalkundige. Globish bestond volgens hem uit een basiswoordenschat van zo’n 1.500 Engelse woorden, die naar behoefte kon worden uitgebreid, afhankelijk van het werkterrein en de kennissenkring van de gebruiker. Globish was volgens Nerrière niet één uniforme standaardtaal, maar eerder een linguïstische archipel waarin vele soorten Engels circuleerden.

Het is waarschijnlijk niet toevallig dat een Fransman de term Globish heeft uitgevonden: voor de meeste Fransen is de opmars van het internationale Engels een verontrustend en bedreigend verschijnsel waartegen andere talen, en vooral het Frans, beschermd zouden moeten worden. Aan de vooravond van het Verdrag van Maastricht werd een zin toegevoegd aan artikel 2 van de Franse Grondwet: ‘La langue de la République est le français.’

In Globish betoogt Robert McCrum dat zulk taalprotectionisme een hopeloos achterhoedegevecht is. De wereld van de 21ste eeuw heeft volgens hem behoefte aan een lingua franca en het Engels is de enige serieuze kandidaat voor die rol. Op dit moment spreken ongeveer een miljard mensen – eenderde van de wereldbevolking – allerlei varianten van elementair Engels. Alleen het Chinees telt meer sprekers, maar steeds meer Chinezen leren Engels. De kans dat het Chinees ooit een wereldwijde lingua franca zal worden, lijkt erg klein.

McCrum zoekt een historische verklaring voor de opmars van de Engelse taal. Kort samengevat komt zijn analyse op het volgende neer. De eerste etappe van de voorgeschiedenis van het Globish was de vorming van het Britse wereldrijk. Tussen 1815 en 1860 vertrokken ongeveer zeven miljoen mensen vanuit de Britse eilanden naar overzeese bestemmingen in Amerika, Azië, Afrika en Australië. In de settler-koloniën in Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland werd de inheemse bevolking grotendeels uitgeroeid, zodat de taal van de kolonisten er de voertaal werd.

In Zuid-Afrika was de situatie gecompliceerder, maar toch werd ook daar het Engels er op den duur het dominante idioom. In India besloot het Britse bestuur al in de eerste helft van de 19de eeuw Indiase mannen voor lagere bestuurfuncties op te leiden in de Engelse taal en literatuur. In de talrijke Britse koloniën in Azië en Afrika ontstond eveneens een Engels sprekende inheemse elite, hoewel minder talrijk en minder goed opgeleid dan in India.

In de wereldhandel speelde het Engels vanaf de 18de eeuw een belangrijke rol, en vele vormen van ‘pidgin’-Engels werden gemeengoed op schepen en in havensteden over de gehele wereld. Het Engels speelde eveneens een sleutelrol in het wereldwijde telegraafnet dat aan het begin van de 20ste eeuw 170.000 zeemijl oceaankabels omvatte. Het resultaat was dat omstreeks 1900 de niet-inheemse Engels-sprekers al ver in de meerderheid waren. Langzaam maar zeker ontglipte de controle over het Engels aan de oorspronkelijke Britse bezitters van de taal.

De tweede fase van het verhaal – het zal niemand verbazen – is de opkomst van de Verenigde Staten als wereldmacht. Tot de Eerste Wereldoorlog waren Frans en Duits de talen van de Europese diplomatie. De beslissende Amerikaanse interventie aan het westelijke front bezorgde het Engels een belangrijke plaats in de internationale communicatie. De Tweede Wereldoorlog, gevolgd door de Koude Oorlog, maakte het Amerikaanse Engels definitief tot de belangrijkste taal in de diplomatie, de wereldpers, radio en televisie, en de filmindustrie.

De Koude Oorlog werd behalve op het militaire vooral op het culturele front gevoerd. De notie van ‘The West’, die na 1945 gemeengoed werd, berustte op het Anglo-Amerikaanse bondgenootschap, waarvan Roosevelt en Churchill de grondslagen hadden gelegd. Het wereldwijde beeld van het Westen werd grotendeels bepaald door Hollywood en de massieve export van Amerikaanse consumptiegoederen.

De derde fase van de opmars van het Globish situeert McCrum in de wilde jaren negentig van de 20ste eeuw. De val van de Berlijnse muur luidde een tijdperk in van agressief en snel expanderend kapitalisme, geloof in ‘the end of history’, en de nieuwe wereldwijde communicatiestromen die door internet mogelijk werden.

In 1995, het jaar dat Jean-Paul Nerrière het woord Globish bedacht, lanceerde Netscape de eerste commerciële zoekmachine. De taal van deze communicatierevolutie was vrijwel overal het Engels, maar niet het Engels van Shakespeare en de King James-bijbel. Het worldwide web produceerde in hoog tempo nieuwe woorden en een nieuw idioom. Het aantal anglicismen in andere talen nam bijna net zo snel toe. Ook mensen die geen Engels konden spreken, voelden de behoefte zich een aantal Engelse termen eigen te maken. Als een soort taalvirus kroop het Engels overal naar binnen en nestelde zich in het weefsel van de andere talen. Globish wordt ook gebruikt waar geen enkele Brit of Amerikaan te zien is, zoals bijvoorbeeld op de Chinees-Afrikaanse internationale conferentie in 2006. Volgens McCrum zijn 350 miljoen Chinezen Engels, of eigenlijk Globish, aan het leren. Waartoe dat allemaal zal leiden, valt nu nog niet te zeggen.

McCrums voorgeschiedenis van het Globish is redelijk overtuigend: Brits wereldrijk, Amerikaans imperium, Koude Oorlog, val van het sovjetcommunisme en ten slotte de communicatierevolutie van het einde van de 20ste eeuw: elke volgende etappe deed het aantal Engelssprekers groeien en vergrootte de rol van het Engels in het wereldwijde communicatienetwerk.

Helaas heeft McCrum het daar in zijn boek bij niet gelaten. Hij wil ook aannemelijk maken dat de Engelse taal intrinsiek meer geschikt is voor de rol van wereldtaal dan andere talen. Malory’s epos over koning Arthur, Shakespeare, de King James-bijbel en nog veel meer worden erbij gehaald om aan te tonen dat het Engels altijd al een open en democratische taal was, en daardoor het natuurlijke embryo van het huidige Globish. McCrums grote voorliefde voor het oratorische talent van Winston Churchill wordt eveneens moeiteloos ingevoegd in de successtory van het Globish.

Maar serieuze vergelijkende argumenten ontbreken, en waar McCrum een poging in die richting onderneemt, gaat het mis. Zo stelt hij dat het Engels meer geschikt is als wereldtaal dan het Frans omdat de Académie française het Frans overmatig streng gecodificeerd heeft. Het Engels zou veel meer ‘popular’ en van onderop gevormd zijn. Een paar biertjes aan de bar van een café in, laten we zeggen, Savoie, had de auteur snel de onzinnigheid van dit soort simplisme doen inzien.

Het Engels is waarschijnlijk eerder gecodificeerd dan het Frans, dat aan het begin van de 20ste eeuw nog verdeeld was in talloze lokale patois. Het protestantisme en de, ook door McCrum besproken, King James-bijbel hebben de Engelse taal al in de 17de eeuw gefixeerd op een manier die de Fransen pas in de loop van de 19de eeuw zouden evenaren.

Alle talen zijn dynamisch en veranderlijk, en goed in staat zich aan te passen aan nieuwe behoeften. De minimale grammatica van het Engels is zeker een voordeel, maar andere talen hebben weer eenvoudigere uitspraakregels. Het probleem met Chinees is niet dat het een intrinsiek moeilijkere taal is dan andere, maar dat het leren van de talloze karakters van de schrijftaal een onevenredige inspanning vraagt.

Het alfabet is met recht een democratische uitvinding genoemd. McCrums liefde voor zijn eigen Engels is begrijpelijk en ontroerend, maar het voegt niets toe aan de historische verklaring van de opkomst van het Globish die hij zelf heeft gegeven.