De Appelwand in het Stedelijk Museum lijkt niet meer geschilderd

Niet alleen het Stedelijk Museum is gerestaureerd, maar ook de twee kunstwerken die Karel Appel voor het museum maakte, de Appelbar (1951) en de grote wandvullende schildering (1956) in het voormalige museumrestaurant, de Appelwand. De wandschildering, gedaan in mineraalverf op een pleisterlaag, toont een dansend kind, weelderige plantvormen en een exotische vogel. Deze schildering is gereinigd waardoor de kleurcontrasten van tinten groen, blauw en rood weer levendig en helder zijn, wat mooi is. Het kunstwerk heeft wel minder ruimte dan voorheen, omdat het plafond anderhalf keer zo dik is geworden vanwege de techniek die erin zit gestopt. Van een afstand bezien verdwijnt nu de bovenste rand van de Appelwand achter het plafond. Dit is jammer, maar overkomelijk.

Er is een ander probleem: het lijkt alsof de kleurvlakken als stickers op de spierwitte muur zitten geplakt. Het kille witte kunstlicht in de zaal waar eerst het daglicht naar binnen stroomde, verergert dit effect.

We moeten natuurlijk niet te snel oordelen. De verbouwing is nog niet voltooid, straks gaat de doorgang naar de nieuwbouw open en zal het licht wellicht anders zijn. Ook zal er dan weer licht schijnen door het rozet van gebobbeld glas, of glas-appliqué, dat Appel opnam in de schildering en dat nu nog onverlicht is.

Maar dit alles zal niet verhelpen dat schildering en wand niet langer een eenheid zijn. Vreemd genoeg heeft men er bij het witten van de wand voor gekozen om de contouren van de schildering in de witte verf te volgen. Er is een witte rand om de kleurvlakken geschilderd die qua textuur afwijkt van de rest van de witte wand en die als een omlijstende rand oplicht. Dit ziet er heel raar uit, de expressieve schilderwijze van Appel verdraagt een dergelijke rand niet. Hier en daar lijkt de schildering te zijn geretoucheerd met wit, terwijl elders restjes van de oorspronkelijke gelige muur zichtbaar zijn. De verfstreek zou in het wit niet zichtbaar mogen zijn. Ook in de lege ruimten tussen de kleurvlakken is dit problematisch, daar zijn witte contouren te zien die zijn opgevuld met wit.

Het is te vergelijken met de restauratie van een schilderij waarbij de plekken die de schilder had opengelaten en waar het doek is te zien, opgevuld zijn met verf. In plaats van schildering en muur te nemen als één geheel, zoals het was bedoeld, is de Appelwand opgevat als een applicatie op de muur – vergelijkbaar met het nieuwe, speciaal voor deze plek gemaakte werk van Lawrence Weiner op de tegenoverliggende muur dat inderdaad een soort applicatie is, in vinyl. Weiner werkt in de nieuwe museumzaal, Appel wordt geweld aangedaan.

janneke wesseling