CDA-mastodonten

Zelfs in de partij die als geen andere pretendeert dat ze beproefde tradities hoedt, het CDA, is ervaring geen kwaliteit meer. Ooit genoten ‘prominenten’ enig respect. Nu worden ze als ‘mastodonten’ te kijk gezet. De suggestie is duidelijk. Voor archeologische diersoorten is geen plaats meer in de moderne politiek. Jongere mensen, die de polderpolitiek achter zich hebben gelaten, zijn aan de beurt.

Het idee dat de jeugd de tijdgeest beter begrijpt is een van de erfenissen uit de jaren zestig/zeventig. Het door dertigers gedomineerde kabinet-Den Uyl (1973-1977) was daarvan een uitloper. Een generatiekloof werd zo omgezet in politieke polarisatie. De jeugd van toen wilde bovendien eeuwig jong blijven. Forever Young van dichter/zanger Bob Dylan was het lied dat dit gemoed vertolkte. „May you grow up to be righteous / May you grow up to be true [...] May you stay forever young”, zong hij in 1974. Kortom, wie kennis en inzicht vergaart en toch niet opportunistisch of cynisch wordt, blijft jong. Maar die nuance beklijfde niet.

Forever Young bleek toch meer een leuze om de ouderdom te lijf te gaan. De huidige weerzin jegens mastodonten is een herhaling van die tijd. Wederom doorsnijdt de politieke polarisatie Nederland. Een mogelijk kabinet-Rutte, waarbij rechts zijn „vingers aflikt”, lijkt in die zin op een omgekeerd kabinet-Den Uyl, dat juist „leuke dingen voor links” deed.

Op zichzelf zit daar een element van wrekende rechtvaardigheid in. De naoorlogse ‘geboortegolf’ domineert door zijn demografisch overwicht al zo lang dat enig contrapunt geen kwaad kan. Maar dat wil nog niet zeggen dat er ook een heldere kloof tussen de generaties is, zoals het woord mastodont doet vermoeden, en dat die overbrugd kan worden als de jeugd de macht overneemt. Anders dan een halve eeuw geleden hebben jong noch oud afgebakende en onderscheidende programma’s. Er is hooguit sprake van een algehele stemming dat de ‘oude politiek’ schuldig is aan, paradoxaal genoeg, het verlies van het ‘oude’ Nederland.

De moeizame besluitvorming over de maatschappelijke dilemma’s, voortkomend uit ontgroening en vergrijzing, wordt niet alleen veroorzaakt door spanningen tussen jong en oud. Ruw taalgebruik is niet louter leeftijdgebonden. Ook politici van middelbare leeftijd bedienen zich ervan onder het motto dat het volk hen dan wel begrijpt. Het gebrek aan decorum, deze week in de Tweede Kamer aan de dag gelegd, kan slechts indirect als een generatiestrijd worden geanalyseerd, namelijk als een poging om het koninklijke netwerk van oud-bestuurders op de achtergrond de pas af te snijden.

Er is dus geen sprake van een generatiekloof maar van een politiek conflict dat dwars door generaties, regio en sociale lagen loopt. Dat conflict gaat in essentie over de traditionele politieke cultuur, met zijn nadruk op vormvaste procedures, beperkte macht van de getalsmatige meerderheid en respect voor minderheden. De beleden behoefte aan schoon schip is niet meer dan een gelegenheidsargument. Het ridiculiseren van mastodonten lijkt fier, maar is vooral demagogie.