Acteren voor de heren van de censuur

Iraanse kunstenaars ervaren steeds meer beperkingen. Toch is de kunstwereld in Iran levendiger dan ooit. Kunstenaars vinden steeds nieuwe niches.

‘Het is het mooiste werk dat ik doe”, vertelt amateur-acteur Amir Matinfar (25) enthousiast als we in de taxi zitten naar het Mofid-kinderziekenhuis in Teheran. We rijden langs een park dat overbevolkt is met picknickende families. Het is vrijdagochtend, de straten van het door smog geplaagde Teheran zijn rustig en de temperatuur is al boven de 41 graden Celsius.

Matinfar heeft psychologie gestudeerd, diverse theaterworkshops gevolgd en samen met vijftien andere jonge acteurs de theatergroep Mofid – Farsi voor ‘nuttig’ – opgezet. Hun optredens in het ziekenhuis zijn een van de vele niches die Iraanse kunstenaars hebben opgezocht om hun creativiteit te kunnen blijven uiten ondanks de alom aanwezige overheidscontrole.

„We spelen hier iedere vrijdag voor kinderen met kanker”, vertelt Matinfar in een lege behandelkamer waar de groep aan het repeteren is. „Ons enige doel is hen aan het lachen te maken.” Uitgerust met traditionele instrumenten en gekleed in kleurrijke, zelfgemaakte broeken verdeelt de groep zich over de diverse kamers om hun interactieve intermezzo’s te doen. Het samenspel is ontroerend. Binnen enkele minuten weten de acteurs de soms doodzieke kinderen in een dialoog te verwikkelen.

Samen met het ziekenhuis voert Matinfar ook wetenschappelijk onderzoek uit naar de effecten van het theater op de psyche van de kinderen. Zo kunnen ze op de medewerking rekenen van de artsen en verpleegsters.

Het werk van theatergroep Mofid is een voorbeeld van nieuw maatschappelijk engagement onder jonge kunstenaars in Teheran. Vele cultuurmakers hebben afgelopen jaar deelgenomen aan de protesten tegen de omstreden herverkiezing van president Mahmoud Ahmadinejad. Het geweld dat toen tegen de demonstranten werd ingezet, was een duidelijk signaal dat de regering onafhankelijk politiek activisme niet tolereert. Daardoor zijn sociale activiteiten zoals die van theatergroep Mofid vaak nog de enige manier voor kunstenaars om maatschappelijk actief te zijn en kleine veranderingen tot stand te brengen.

De politieke en religieuze regels maken het het voor experimenteel werkende cultuurmakers vaak onmogelijk om in publieke ruimtes te werken. Een jonge rockgitarist vertelt dat de fabriek van zijn vader de enige plek is waar hij met zijn band kan repeteren. Het atelier van een kunstenaar wordt gebruikt als oefenruimte voor een dansoptreden. Het ministerie van Cultuur vindt het niet behoorlijk dat mannen en vrouwen met elkaar dansen.

Poppenspeler Hadi Hassanali (28) is sinds kort ook lid van de Mofid Theatergroep. „Ik vind het optreden op ongebruikelijke plekken spannender, want er komt makkelijker een dialoog tot stand met het publiek. Met mijn poppen speel ik ook in parken, scholen, fabrieken en zelfs op olieplatforms”, vertelt hij in het tuincafé van het filmmuseum, dat gevuld is met hip geklede jongeren die druk met hun mobieltjes zijn. Een jongetje loopt rond om pakketjes zakdoeken te verkopen met briefjes met gedichten van de Perzische soefidichter Hafiz. Hassanali’s opdrachtgevers huren zijn poppenspelers in om hun werknemers te informeren over veiligheid op de werkvloer maar ook om teamgeest te ontwikkelen en het drugsmisbruik onder de jeugd aan de orde te stellen.

Kortgeleden heeft Hassanali een studiebeurs van de universiteit Warschau ontvangen om zijn studie theater met een promotie voort te zetten. Hij zou dan ook graag eens voor een Europees publiek willen optreden.

Deze ervaring heeft de gerenommeerde poppenspeelster Zahra Sabri (43) al opgedaan in onder meer Frankrijk, Polen en Duitsland. Gespannen kijkt Sabri nu naar de generale repetitie van haar nieuwste productie, Het huis van Bernarda Alba van de Spanjaard Federico García Lorca. Er zitten twee mannen van de censuur in de zaal. Hun goedkeuring is van belang voordat het stuk in première kan gaan in het stadstheater van Teheran.

Het stuk speelt zich af in een conservatief dorpje in Spanje, waar vrouwen geen toestemming krijgen om hun eigen echtgenoot te kiezen. Sabri heeft het verhaal in twee lagen gesplitst: de drie acteurs, allen gehuld in habijten, spelen het verhaal, terwijl ze tevens als non geklede handpoppen bewegen. De poppen vertellen uitsluitend de gedachtes van de drie stiefdochters van Bernarda Alba, van wie de jongste en mooiste uiteindelijk zelfmoord pleegt.

„Mijn insteek is dat je door te leven meer kunt veranderen dan als je voor de dood kiest”, licht Sabri na de repetitie toe. Ze is opgelucht. De heren van de censuur hadden geen kritiek en niets hoeft aan de scènes veranderd te worden. Volgens de richtlijnen van de islamitische republiek zijn kritiek op de overheid en op de islam, evenals erotische verwijzingen niet toegestaan op het toneel. „Soms horen we pas een uur of twee voor de première dat een scène moet veranderen”, vertelt de regisseur Reza Gouran (31). „Dat gaat vaak ten koste van de kwaliteit van de voorstelling.”

Teheran kent een actief theaterleven. De wild geplakte affiches in de straten van de stad verraden het grote aantal voorstellingen. Mohammad (32), die niet met zijn achternaam in de krant wil, is een van de ontwerpers van deze affiches. Hij vertelt dat de overheid afgelopen jaar zijn studio heeft gesloten omdat hij pamfletten had ontworpen voor de demonstranten die afgelopen jaar massaal tegen de verkiezingsuitslag de straat op gingen. Mohammad geeft lessen in vormgeving en webdesign in een centrum voor Afghaanse vluchtelingen, dat is opgericht in het zuiden van Teheran door Shirin Ebadi, de juriste die in 2003 de Nobelprijs voor de Vrede ontving.

„Een van van mijn cursisten studeert nu vormgeving in Nieuw-Zeeland, een ander in Scandinavië”, zegt hij enthousiast. Naast zijn werk als ontwerper handelt Mohammad in kunst. Vooral het werk van vrouwelijke kunstenaars ondersteunt hij: „Voor een beeldhouwster is het in onze vooral door mannen gedomineerde samenleving erg moeilijk om bijvoorbeeld marmer of brons aan te schaffen, of stenen materialen te bewerken. De werkplaatsen voor deze materialen werden door mannen geleid en het is ongebruikelijk dat vrouwen daar komen”, vertelt hij in de auto op weg naar de Mah Art Gallery, een van de oudere kunstgaleries in Teheran.

Op de achterbank ligt een sculptuur van de kunstenares Farzaneh Hoseini (26). Drie uit brons gemaakte en boven elkaar gestapelde knotsen verwijzen naar de traditionele, aan soefirituelen gerelateerde sport Zurkhaneh, die vooral in de volkswijken van Teheran en Isfahan populair is. De sportieve lichaamsactiviteit is nauw verbonden met een moralistische deugd: de verdediging van de armen en zwakken en de verering van de profeet en de imams.

De veelzijdigheid van thema’s en culturele activiteiten die cultuurmakers in Teheran ontplooien is verbazingwekkend. Tegelijk valt op dat jonge kunstenaars maatschappelijk actief blijven en op die manier buiten de politieke arena om hun idealen blijven realiseren. Los hiervan blijft de belangstelling van de culturele sector in Iran voor uitwisseling met het Westen groot. Feit is wel dat sommige uitwisselingsprojecten voorlopig onzeker blijven omdat onduidelijk is welke koers de Iraanse overheid met haar cultuurbeleid zal varen.