Zonder veel emotie een feit: gemeente St Eustatius

Vandaag wordt de ontbinding van de Antillen officieel beklonken. Elk eiland krijgt nu een eigen lijntje met Nederland. Het krijgt amper aandacht.

Waar is de strijd? Waar zijn de tranen? Een land verdwijnt. Twee nieuwe landen worden opgericht. En ten slotte krijgt een land er ook nog eens drie nieuwe gemeenten bij. Er wordt allemaal vandaag toe besloten. In Den Haag zelfs. Sterker nog: het gaat over Nederland. Maar in Nederland zelf wordt het nauwelijks opgemerkt. In de Haagse Ridderzaal wordt vanmiddag besloten tot het opheffen van de Nederlandse Antillen. De zogeheten Ronde Tafel Conferentie die daar wordt gehouden, vormt het sluitstuk van jarenlang overleg tussen politieke bestuurders in Nederland en hun collega’s in het laatste restje tropisch Nederland in de West. Als alles volgens plan verloopt en de handtekeningen vanmiddag zijn gezet, komt er volgende maand, op de symbolische datum 10-10-10, een eind aan de structuur die de verhoudingen tussen Nederland, Curaçao, Aruba, Bonaire en St Eustatius en Saba sinds 1954 heeft bepaald.

De onderlinge band tussen de eilanden wordt opgeheven, de eilanden krijgen elk voor zich hun eigen lijnen met Nederland. Curaçao en Sint Maarten worden nieuwe landen binnen het Koninkrijk met een eigen autonomie. Zij krijgen daarmee dezelfde positie die Aruba al sinds 1986 bezit. De drie kleinere Bovenwindse eilanden Bonaire, St Eustatius en Saba worden nieuwe speciale gemeenten (eigenlijk ‘openbare lichamen’) die niet onder een provincie vallen. De drie eilanden vallen dan rechtstreeks onder Nederland.

Het is ogenschijnlijk slechts een bestuurlijke verandering. Dat verklaart wellicht de geringe betrokkenheid in Nederland voor wat er gaande is. Het waren afgelopen dinsdagavond vooral Antillianen die de toch al matig bezette publieke tribune van de Tweede Kamer innamen, toen er voor de laatste keer over de staatkundige hervormingsplannen werd gesproken. In de vergaderzaal zelf was het met de belangstelling van Tweede Kamerleden trouwens niet veel anders gesteld. Meer dan de acht woordvoerders wist het laatste parlementaire debat over de opheffing niet te trekken.

Het zegt veel over hoe de verhouding tussen moederland Nederland en zijn laatste overzeese gebiedsdelen zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. De Antillen waren voor Nederland vooral een geldverslindend probleemgebied. Een beeld dat wordt versterkt door Antilliaanse probleemjongeren.

Andersom was Nederland voor de verschillende eilanden een bemoeizuchtig moederland met neokoloniale trekken. De landen hadden afgezien van hun historie weinig meer met elkaar. Of, zoals het Eerste Kamerlid Van Kappen (VVD) eerder tijdens een debat zei: „Het Koninkrijk bestaat, maar het koninkrijksgevoel bestaat niet. Het feit dat we allemaal hetzelfde paspoort in onze zak hebben, verandert daar blijkbaar niets aan.”

Theoretisch kan dat gevoel tussen Nederland en een deel van de eilanden door de nieuwe verhoudingen worden gecreëerd. Bonaire, St Eustatius en Saba worden immers integrale onderdelen van Nederland, inclusief de voorzieningen zoals deze ook in Nederland en Nederlandse gemeenten bestaan. De bewoners van de eilanden krijgen bijvoorbeeld allemaal een ziektekostenverzekering, betere onderwijsvoorzieningen, en ze kunnen aanspraak maken op sociale huurwoningen. En, iedere bewoner van deze eilanden boven de achttien jaar mag straks gaan stemmen voor de Tweede Kamer.

Maar tegenover deze ‘lusten’ staan ook wat een deel van de bestuurders van de Antillen als ‘lasten’ beschouwt. Onderdeel uitmaken van Nederland betekent immers ook het overnemen van controversiële Nederlandse wetgeving die abortus, euthanasie en het homohuwelijk mogelijk maakt. Alleen mogen de eilanden wel even de tijd nemen om deze wetten in te voeren: twee jaar.

Vandaag wordt dit in Den Haag beklonken. De nog niet opgeloste geschilpunten zijn overgeheveld naar overgangswetgeving. Want 10-10-10 is onvermijdelijk geworden. Dan moet het gebeuren. Wellicht dat op die datum dan één keer ergens tranen vloeien.