Wil je een kussen of wil je de wei in

We moeten niet meer links-rechts denken, zegt een wiskundige.

Maar in een kussen-wei-stelsel. Weide voor kansen; kussen voor bescherming.

Soms kan het helpen een probleem op te lossen door er op een nieuwe manier naar te kijken. In de media en bij de traditionele politieke partijen wordt gesproken van een coalitie ‘over rechts’, een ‘breed middenkabinet’ of het probleem dat de VVD heeft met ‘Paars Plus’ omdat het in een ‘linkse coalitie’ gevangen zou zitten. Tegelijkertijd ontstaan er scheuren binnen het CDA, de centrumpartij, die eigenlijk niet lijkt te weten of haar partijprogramma samenwerking met de PVV toestaat. De spanning binnen het CDA, het vormen van een nieuwe coalitie en alle gesprekken daarover zouden versimpelen als we een beter politiek assenstelsel zouden kiezen.

In 1637 schreef René Descartes, filosoof en wiskundige, de Géometrie. Hij legde daarmee de basis voor de algebraïsche meetkunde. Hij introduceerde een assenstelsel, waarmee je vergelijkingen voor krommen, zoals bijvoorbeeld een cirkel of een parabool, kon opstellen. De nachtmerrie voor de gemiddelde middelbare scholier was hiermee geboren. In het assenstelsel gebruiken we een x-as (de horizontale as) en een y-as (de verticale as). Met behulp van twee assen kun je in het platte vlak een plek vastleggen, zoals bijvoorbeeld op een kaart.

Na de Tweede Wereldoorlog was het politieke spectrum in Nederland, net als in veel andere Europese landen, eenvoudig weer te geven op één as, en de politieke partijen varieerden dus van ‘links’ tot ‘rechts’, waarbij ‘links’ socialistisch en ‘rechts’ liberaal was. De dialoog tussen links en rechts leverde ons uiteindelijk de verzorgingsstaat op. Een sociaal-liberale samenleving, waarin links en rechts weliswaar nog van mening verschillen, maar waarin de overgrote meerderheid van de bevolking het eens is over de grondslagen van deze maatschappij.

We helpen elkaar en vooral de zwakkeren in de samenleving, maar iedereen krijgt tegelijkertijd de individuele vrijheid om zich te ontwikkelen. We betalen belasting, er is sociale zekerheid en er zijn pensioenen. Althans, dat is het idee. Het onderscheid tussen ‘links’ en ‘rechts’ vervaagde, de partijen ‘schoven naar het midden’.

Maar de ontwikkeling van de sociaal-liberale samenleving is niet de enige ontwikkeling die sinds de Tweede Wereldoorlog van invloed was op het politieke landschap. De wereld is plat geworden. Het transport is versneld en zowel fysiek als virtueel staat alles met iedereen in verbinding. Voor een individu en een samenleving als geheel werpt dit nieuwe vragen op.

In de kern komt het neer op de vraag of we in een ‘kussenmaatschappij’ of in een ‘openweimaatschappij’ willen leven. In de kussenmaatschappij beschermen we het individu tegen blootstelling aan de voortdurende stroom aan nieuwe informatie en invloeden van buitenaf. We binden dikke donzen kussens om alle mensen in ons land. Er zijn kussens om mensen, families en buurten te beschermen tegen onbekende bedreigingen. Veilig, warm en comfortabel. Het zorgstelsel werkt uitstekend, er is veel politie op straat en we zorgen goed voor de groeiende groep ouderen.

Een nieuwkomer die een plekje zoekt in deze maatschappij heeft een zware taak. Het is lastig in contact te komen met al die ingepakte mensen. Bovendien is de nieuwkomer zelf niet beschermd. De kussens geven ons een gevoel van geborgenheid, maar ze zorgen er ook voor dat we geïsoleerd zijn van ontwikkelingen in de buitenwereld. Grote internationale problematiek, zoals het klimaat en de financiële crisis, worden weliswaar gedempt door de kussens. Maar het gevaar dreigt dat onze donzen veertjes uiteindelijk in een rampzalige overstroming niets meer waard zijn.

In de openweimaatschappij worden kussens beschouwd als middelen die sociale uitsluiting bevorderen. Niemand krijgt in die maatschappij dus kussens, iedereen mag en moet vrij rondrennen in de wei. De wei zorgt ervoor dat we de stijging van de zeespiegel al van verre zien aankomen en hele hoge dijken zullen bouwen. De hele wereld is welkom en iedereen loopt in en uit ons land, waardoor de economische activiteit enorm is. Er is een constante uitwisseling van informatie, waardoor de kennis en innovatie tot ongekende hoogten stijgen. Iedereen heeft onbegrensde mogelijkheden om zichzelf te ontwikkelen en de wei mooier te maken.

De openweimaatschappij gelooft dat onderwijs de sleutel is om de individuen in staat te stellen zichzelf te ontplooien. Het probleem is dat er geen kussens zijn die bescherming bieden. Als je niet snel genoeg begrijpt hoe de wei er morgen uit zal zien, voel je je al snel niet meer thuis. Als je valt, word je waarschijnlijk wel door iemand geholpen weer op te staan. Maar wat als je de taal van diegene die je helpt niet spreekt?

Met andere woorden: stellen we ons open en stellen we individuen bloot aan de globaliserende wereld, of sluiten we ons af en beschermen we individuen tegen de grote cultuurveranderingen? Deze vragen spitsen zich tegenwoordig niet meer alleen toe op economische vraagstukken, maar ook en vooral op sociale en culturele vraagstukken. Wordt er een moskee gebouwd? Mogen er mensen met hoofddoekjes in ons land rondlopen? Moet er meer politie op straat komen? Is Nederland een voorstander van Europese integratie? Dit zijn de openwei- versus de kussenvraagstukken van deze tijd.

We kunnen het politieke landschap dus niet meer simpelweg afbeelden met een rechte lijn van links naar rechts en de illusie hebben dat we daarmee in abstractie kunnen spreken over de tegenstellingen binnen de politieke partijen.

We hebben een beter assenstelsel nodig. Daarvoor voegen we volgens het idee van Descartes een y-as toe aan de traditionele, veelal op economische vraagstukken georiënteerde links-rechts-as. De y-as drukt het kussen- versus het openwei-idee uit. Voegen we hier wat dynamiek aan toe om de richting uit te drukken waarin partijen zich bewegen, dan komen we verbazingwekkend snel tot een overzicht van de huidige problematiek: de coalitievorming in het algemeen en de onrust binnen het CDA in het bijzonder. Bovendien kunnen we het stelsel gebruiken om te voorspellen wat een kansrijke coalitie zou zijn en welke partijen er nog meer in de problemen dreigen te komen.

De plaatsen van de politieke partijen op de afbeelding zijn misschien niet exact zoals ik ze hier heb voorgesteld. Wel blijkt al dat we een heel ander beeld van het politieke speelveld krijgen wanneer we er op een andere manier naar kijken. Het is van belang om de discussie over coalitievorming in een moderne maatschappij in het licht de hedendaagse problematiek te plaatsen en niet te vervallen in Koude Oorlog-retoriek waarin de wereld simpelweg te verdelen was in twee kampen.

Het illustreert ook dat de drie traditionele stromingen een vraagstuk hebben te beantwoorden. Welke positie willen zij innemen op de verticale as? Wil de VVD achter de PVV aan blijven rennen? Waar gaat de PvdA heen en waar staat zij eigenlijk precies? Is de christen-democratie bereid om alle deuren open te gooien en de open-weimaatschappij te omarmen? Of heeft het CDA de kussens eigenlijk nodig om de hoekstenen van de samenleving te beschermen en moet de dialoog met de PVV gevoerd worden?

Zeker is dat het CDA een sleutelrol blijft vervullen binnen het machtsspectrum. En dat de PVV en D66 het meest uitgesproken antwoord geven op de vragen van de moderne maatschappij. Zij bieden een duidelijk standpunt over de verhouding tussen overheid en individu in een globaliserende wereld, waarin culturele en sociale vraagstukken steeds complexer en bedreigender worden.

De PVV wil kussens uitdelen, D66 wil een openweimaatschappij. Daarmee is de groei van deze twee partijen tijdens de jongste verkiezingen te verklaren.

Thekla Teunis (25) behaalde gisteren haar master mathematical sciences aan de Universiteit Utrecht.