Voor Kampusch werd de kelder normaler dan de buitenwereld

Wat ze at, wat ze deed, wanneer het licht uitging. Alles werd bepaald door de almachtige ontvoerder – zelfs hoeveel ze woog en hoe ze heette. Maar, schrijft Natascha Kampusch in 3096 Tage (in de vandaag verschenen Nederlandse vertaling: De diefstal van mijn jeugd), „in de schaduw van die macht, die mijn hele bestaan bepaalde, kon ik paradoxaal genoeg voor het eerst in mijn leven mezelf zijn”.

Mezelf? Het lot van het meisje dat in 1998 als tienjarige op weg naar school door Wolfgang Priklopil – in het boek bijna steeds aangeduid als ‘de dader’ – werd ontvoerd, door hem ‘Bibiana’ werd genoemd en dat zichzelf pas acht jaar later wist te bevrijden, schokte de wereld. Wat de nu 22-jarige over die 3.096 dagen in gevangenschap te zeggen heeft, is zeker zo verontrustend.

Van het ‘Stockholm-syndroom’, waarin het slachtoffer zich met de dader identificeert, wil Kampusch niets weten. Toenadering tot de dader was voor haar „een strategie om in een uitzichtloze situatie te overleven”. Die situatie werd in de loop der jaren min of meer ‘normaal’. Toen ze na jaren in haar kelder af en toe mee naar buiten mocht, zag die wereld er „vijandig en onvriendelijk” uit. De buitenwereld was een decor geworden, de kelder van vijf vierkante meter zonder daglicht was de realiteit. Ook al was die nog zo verschrikkelijk.

Toch voelde haar ontsnapping in 2006 voor Kampusch niet alleen als een bevrijding, maar ook als een schok. Wat zij als ‘haar leven’ was gaan beschouwen, bleek ineens een misdaad, haar kelder heette Tatort – plaats delict.

De twee werelden die toen op elkaar botsten, heeft Kampusch nog steeds niet goed weten te verenigen. Dat heeft in Oostenrijk tot vijandige reacties geleid. Van de amateurdetectives die onderzoek naar haar zaak deden op basis van complottheorieën, van rechercheurs die blunderden bij het onderzoek in 1998 en politici die na 2006 die fouten probeerden te verdoezelen.

Veel gewone Oostenrijkers omschrijven haar op internetfora als „een leugenaar”; ze zou vrijwillig bij Priklopil zijn gebleven. Kennelijk, schrijft Kampusch, wil niemand begrijpen dat er tussen slachtoffer en medeplichtige nog een derde mogelijkheid bestaat.

De verwachtingen van de uitgever zijn hoog gespannen. Van 3096 Tage zijn 50.000 exemplaren gedrukt. Een tweede oplage is al in voorbereiding. Maar gisteren, toen in Oostenrijk de verkoop begon, viel de belangstelling tegen. In Weense boekhandels gingen twintig tot zestig exemplaren over de toonbank. In Salzburg slechts drie.

Morgen in de bijlage Boeken een recensie van ‘3096 Tage’