Vissers vrezen Haagse bouwplannen

De staandwantvisserij voor de kust van Scheveningen is geen economische factor van belang, maar wel milieuvriendelijk én een toeristische attractie.

„Tongen, tongen, tongen”, roept Nick Marinus (21), hulp op vissersboot KW 2 Astrid, om de zoveel minuten. Het lijkt deze vroege zaterdagmorgen, op zo’n vijf kilometer van de Scheveningse kust, te helpen. De ene na de andere grote tong belandt aan boord van het bootje. Het hoogtepunt is de vangst van een „joekel” van een tarbot. Maar het tweede deel van de ochtend luisteren de vissen niet meer: in de netten zitten nauwelijks nog tongen.

Vandaag is geen goede dag. De vangst bedraagt zo’n 50 kilo tong en verder wat tarbot en bot, schat visser Rems Cramer. Dat levert op de visafslag zo’n 600 tot 800 euro op; niet genoeg om van rond te komen. Daarvoor moet eigenlijk het dubbele worden binnengehaald.

Tien jaar geleden was Cramer (56) nog manager en aandeelhouder van een uitzendbureau. Financieel ging het hem voor de wind, maar omdat er meer is in het leven besloot Cramer, telg uit een echt vissersgeslacht, een vissersboot te kopen. Hij vaart vanuit Scheveningen, al heeft hij een Katwijkse boot. „Ik weet talloze dingen waar je makkelijker geld mee kunt verdienen, maar dit is een prachtig beroep.” Hij geniet van de vrijheid en het lekker buiten bezig zijn. „Wat wil een mens nog meer?”

In de jaren 70 leerde Cramer de staandwantvisserij kennen. De vissers zetten de ‘staande’ netten uit over een lengte van een paar kilometer op de bodem van de zee. Bodemvissen als tong, schol en tarbot raken verstrikt in de netten. Op een later moment, doorgaans de volgende dag, komen de vissers terug om de netten binnen te halen. De staandwantvisserij is de afgelopen jaren fors gegroeid. In Scheveningen zijn nu zo’n twintig van zulke vissersboten, die worden bestierd door één of twee personen. In heel Nederland zijn het er ongeveer zeventig, schat Cramer, die een breed publiek bekend wil maken met de staandwantvisserij.

Die zal niet uitgroeien tot een economische factor van belang. De kotters en hektrawlers van de grote rederijen zijn verantwoordelijk voor de bulk van de visvangst in Scheveningen. Deze schepen vissen wereldwijd en hebben een opslagcapaciteit van duizenden tonnen. De staandwantvisserij is wel een voortrekker op het gebied van duurzaamheid, meent Cramer. Het energieverbruik is volgens hem laag, de bodemberoering „nihil” en de bijvangst „minimaal”. Vorig voorjaar werd de staandwantvisserij beloond met het internationale keurmerk MSC (Marine Stewardship Council).

De gemeente Den Haag is blij met de staandwantvissers. „De visserij gaat de duurzame en kleinschalige kant op. In Scheveningen is veel vraag naar verschillende vissoorten van hoge kwaliteit. En voor toeristen zijn kleine bootjes die dagelijks met verse vis aan wal komen ook nog eens leuk om te zien. Het mes snijdt aan twee kanten”, zegt verantwoordelijk wethouder Marnix Norder (PvdA).

De visafslag van Scheveningen is de snelst groeiende van het land. De aanvoer is in 2009 ten opzichte van 2005 bijna verdubbeld. Met een omzet van 22,5 miljoen euro (2009) behoort Scheveningen tot de middenmoot van de tien Nederlandse visafslagen, terwijl het vijf jaar geleden nog de kleinste afslag was. De haven is in totaal (als verwerking en handel worden meegerekend) goed voor zo’n 850 arbeidsplaatsen en een omzet van 180 miljoen euro. En de rek is er nog niet uit, verwachten kenners van de Scheveningse haven.

In tegenstelling tot in andere vissersplaatsen hebben Scheveningse bedrijven de afgelopen jaren niet ingrijpend hoeven saneren. Door het omvangrijke achterland is er veel vraag naar vis, met gunstige prijzen op de afslag tot gevolg. En Scheveningen loopt voorop met innovatieve vormen van visserij, zegt voorzitter van het Nationaal Overleg Visafslagen Johan van Nieuwenhuijzen.

Een paar jaar geleden werd nog openlijk getwijfeld aan de toekomst van de visserij in Scheveningen. Eind 2006 verhuisden de ferrydiensten van rederij Norfolk naar Vlaardingen. De vrees bestond dat andere grote rederijen en vissersbedrijven Scheveningen ook de rug zouden toekeren. Vanuit het Haagse stadhuis bleef het lange tijd stil. De gemeente heeft nooit veel voor de visserij gedaan, klinkt het in de haven. „Ze bouwen alleen maar woningen in de haven, maar een mooie schuur voor ons zit er niet in”, zegt garnalenvisser Nico Letsch.

Volgens wethouder Norder heeft de gemeente twintig jaar lang onzekerheid laten bestaan over de visserij. Daar moest maar eens verandering in komen. „Scheveningen zonder vis is geen Scheveningen”, zegt Norder. Eind vorig jaar werd het vispact, een overeenkomst tussen de gemeente, de visserijsector en een groep projectontwikkelaars, gesloten. Het pact moet van Scheveningen „hét centrum van de Nederlandse visserij” maken.

Het vispact is in Scheveningen met veel enthousiasme ontvangen, maar Johan van Nieuwenhuijzen is wel van mening dat de verschillende ambities in Scheveningen met elkaar botsen. „Je kan huizen bouwen op de kade, maar daarmee verminder je de ruimte voor havenactiviteiten. Terwijl de vishandel juist wil groeien.” Norder zegt dat de gemeente, ondanks de crisis, de vernieuwing in Scheveningen voortzet. Wel wordt een aantal plannen misschien later uitgevoerd.

Ook de voorgenomen demping van de derde haven gaat door, zegt Norder, hoewel heel visminnend Scheveningen die haven wil openhouden. De twee grootste Scheveningse bedrijven, Jaczon en W. van der Zwan, dreigen met vertrek. „Scheveningen is de enige plek in Nederland waar een haven wordt gedempt”, zegt Gerard Zwijnenburg, directeur van rederij W. van der Zwan.

Norder wijst erop dat de derde haven pas sinds een paar jaar – na het vertrek van Norfolk – in gebruik is door de visserij. „We zullen ervoor zorgen dat de schepen kunnen blijven bewegen, ook na het dempen van de derde haven.” Achteruit de haven invaren is in ieder geval „geen optie”, zegt Auke van de Kerk, directeur van Jaczon. „De gemeente moet oppassen dat na Norfolk niet meer bedrijven worden weggejaagd.”