Nederland gestegen op ranglijst

De economische crisis lijkt goed voor het Nederlandse concurrentievermogen. Op de mondiale concurrentie-index van het World Economic Forum is Nederland gestegen van plek 10 naar 8.

Maar het wereldwijde onderzoek bevat ook waarschuwingen voor Nederland. Grootste daler in de toptien is Denemarken. Dat is opvallend, omdat de andere Scandinavische landen het goed doen. Belangrijkste reden voor het verlies aan concurrentievermogen en het oplopende verschil met de buurlanden is het veel strengere migratiebeleid dat de rechtse Deense regering voert. Dat leidt tot een braindrain van hoogopgeleide mensen. „Het heeft tot gevolg dat je geen goede mensen meer kunt aantrekken, maar ook dat goede mensen weg gaan omdat ze zich minder prettig voelen. Je innoverende vermogen gaat dan achteruit”, zegt hoogleraar Henk Volberda van de Rotterdam School of Management, dat in Nederland het onderzoek heeft uitgevoerd.

Denemarken zakte op het ranglijstje dat de aantrekkelijkheid voor buitenlandse kenniswerkers meet van de 15ste naar de 28ste plaats. Nederland staat daarin op een 11ste plaats. „Maar de toenemende xenofobie in Nederland, dat als kracht had dat het altijd open stond voor andere ideeën, kan dat in gevaar brengen. Dat zou een waarschuwing moeten zijn voor een nieuw kabinet in Nederland. Door samenwerking van de overheid en bedrijven is nu net een stap gezet om de papieren voor kenniswerkers sneller in orde te krijgen, dat moet niet teruggedraaid worden”, vindt Volberda.

Vooral omdat een braindrain ook om andere redenen dreigt. „Wij zien onze beste promovendi nu al naar Singapore gaan. De aantrekkingskracht vanuit China zal de komende jaren alleen maar oplopen. Het is onvoorstelbaar met welke faciliteiten de universiteiten daar nu worden uitgerust.”

De afgelopen jaren was Nederland langzaam weggezakt in die toptien. Dat had te maken met de slechte situatie rond de banken en hun afnemende kredietverlening. „De solvabiliteit van de banken is niet verbeterd. Maar investeringen in de fysieke infrastructuur – havens, luchthavens en het spoor – werpen hun vruchten af”, zegt Volberda. „Daarnaast is ondanks de crisis de werkloosheid laag gebleven, hetgeen een teken is dat de arbeidsmarkt goed functioneert.” Ook het macro-economisch beleid en de efficiënte gezondheidszorg worden hoog gewaardeerd.

Maar er zijn meer bedreigingen voor Nederland. De door de politiek zo gewenste kennismaatschappij is nog geen stap dichterbij gekomen. „Zeker als je het vergelijkt met landen als Zweden en Finland. Anders dan daar, zie je in Nederland geen hogere investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Ze dalen zelfs. Er blijft bovendien een grote afstand tussen bedrijven en universiteiten”, zegt Volberda.