Lezen tegen isolement

Jaarlijks verlaten veertigduizend kinderen de basisschool met een leesachterstand. Dat is erg maar is slechts het begin van de echte ellende. Deze kinderen verleren het lezen en schrijven allengs verder en worden verborgen paria’s.

Door het groeiend belang van internet heeft de maatschappij geletterde burgers op elk niveau nodig. Welnu, dat kunnen die achtstegroepers, net begonnen aan de toekomst, al vergeten. Deze week van de alfabetisering, die gisteren culmineerde in de Dag van de Alfabetisering, wordt alarm geslagen.

Drie jaar geleden werd al becijferd dat gemiddeld een op de tien Nederlanders op zijn minst moeite heeft met lezen, schrijven of rekenen. Er zijn dus anderhalf miljoen burgers laaggeletterd of volledig analfabeet. Dat is niet per definitie een probleem van allochtonen met achterstallig Nederlands. Eén miljoen laaggeletterden is autochtoon.

Nauwelijks kunnen lezen en schrijven is behalve een sociale ook een persoonlijke ramp. Zo gaat de hoofdpersoon van Bernhard Schlinks bekende novelle De voorlezer, verfilmd als The Reader, liever jarenlang ten onrechte de gevangenis in dan dat ze bekent dat ze niet kan lezen.

Die tragiek is extreem, maar haar lotgenoten ondervinden vergelijkbare schaamte en onmacht. Wie niet kan lezen en schrijven, is gesjochten. Geld pinnen gaat niet. Ondertitels zijn raadsels. Etiketten zonder afbeelding ook. Formulieren worden kwijtgemaakt. Naar gebruiksaanwijzingen wordt geraden. Nee, laat dat menu maar, ik neem wat jij neemt.

Laaggeletterdheid begint thuis. Wie niet van jongsaf het belang van taal meekrijgt, staat op achterstand. Maar daarna is het de beurt aan school. Daar moet iedereen leren lezen en schrijven, ook het kind uit de taalzwakke familie. Slaagt dat onvoldoende, dan is het aan de leerkracht om dat op te merken. Die moet vervolgens optreden, omdat de toekomst van zo’n kind in zijn hand ligt.

Op school kunnen lees- en schrijfachterstand nog in een veilige situatie worden opgelost, zonder veel gezichtsverlies. Daarna begint de laaggeletterde zijn leven te beperken tot de veilige eigen kring, smoezen verzinnend om zijn gebrekkige kennis te verbergen, in een wereld die hem steeds verder ontglipt. De schaamte groeit, de kans op ontdekking slinkt en een oplossing raakt steeds verder uit zicht.

Het is aan de overheid ervoor te zorgen dat geen scholier wegkomt met laaggeletterdheid. Het herkennen van falend lezen en schrijven hoort officieel deel uit te maken van de professionele bagage van elke leerkracht. Kleine klassen en individuele aandacht zijn onmisbaar.

Na de school is de omgeving aan zet. Herkent een buur, winkelier, beambte of collega signalen van laaggeletterdheid, dan moet hij de discretie durven doorbreken en hulp bieden. Hoe moeilijk dat misschien ook is, omdat het kan leiden tot verwijten over bemoeizucht. Maar niet kunnen lezen en schrijven leidt tot uitsluiting, eenzaamheid en angst.

Een week van de alfabetisering is eigenlijk te weinig. Dat zouden er 52 per jaar moeten zijn.