Is de recessie toch ergens goed voor

Opnieuw is de uitstoot van broeikasgassen in Nederland gedaald. Maar zodra de economie aantrekt zal blijken dat meer maatregelen nodig zijn.

Het lijkt goed nieuws. Voor het vijfde achtereenvolgende jaar daalt de Nederlandse emissie van broeikasgassen, meldden gisteren het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

We hebben vorig jaar 201 miljard kilogram CO2 of vergelijkbare gassen uitgestoten. Die 201 miljard is bijna precies de hoeveelheid die Nederland mocht uitstoten, toen in 1997 in het Japanse Kyoto de eerste harde afspraken daarover werden gemaakt. Namelijk 6 procent minder dan in het ‘basisjaar’ 1990. Toen stootte Nederland nog 213 miljard kilo uit.

Nog feestelijker klinken de cijfers voor wie bedenkt dat de reductie van 6 procent is behaald in eigen land. Nederland beoogt namelijk ook in het buitenland jaarlijks ongeveer 13 miljard kilo broeikasgassen te vermijden, door emissiebeperkende projecten in ontwikkelingslanden, en door financiële steun aan bijvoorbeeld een windmolenpark in Roemenië. Die buitenlandse reducties mogen landen volgens ‘Kyoto’ meetellen.

Toch is het de vraag of Nederland de buitenlandse reducties buiten beschouwing kan laten, zegt Joop Oude Lohuis, sectorhoofd klimaat, lucht en energie van het PBL. De afrekening met de Kyoto-klimaatdoelstelling vindt plaats over het totaal van 2008-2012. Dus: „Als de emissies in 2011 en 2012 weer toenemen is aankoop van emissierechten uit het buitenland zeker noodzakelijk.”

De recessie maakt het in elk geval een stuk gemakkelijker. Vorig jaar zijn veel minder aardolieproducten en steenkool verbruikt. „Tweederde van de vermindering van de CO2-uitstoot deed zich voor bij de industrie en de raffinaderijen, een kwart bij het wegverkeer”, aldus het CBS en het PBL. „Transportbedrijven hebben ruim 7 procent minder dieselolie verbruikt doordat zij minder kilometers hebben gereden.”

De daling is ook te danken aan een al langer lopende ontwikkeling: huizen met meer isolatie en betere verwarmingsketels; efficiënter produceren in de industrie, en de beperking van andere broeikasgassen. Maar, zegt Oude Lohuis, „het tempo van de efficiencyverbetering neemt af”. De besparing lag aanvankelijk op ruim 1 procent per jaar, maar inmiddels is die weer gedaald. En dat terwijl 2 procent energiebesparing per jaar het streven is.

Bovendien zal de uitstoot vermoedelijk stijgen, als de economie weer volledig op gang komt. De fabrieken gaan weer draaien, vrachtwagens rijden volop en ook het reguliere wegverkeer zal zijn steentje weer bijdragen. Om een indruk te geven: een auto stoot tijdens een rit van tien kilometer één à anderhalve kilo CO2 uit.

En dan is de vraag of Nederland de zelf opgelegde doelstelling voor over tien jaar haalt: een reductie van 30 procent ten opzichte van 1990. Klimaatonderzoekers denken eerlijk gezegd van niet. Deze ambitie vergt veel méér maatregelen. Klimaatwetenschapper Oude Lohuis denkt dat 20 procent, zoals de Europese Unie wil, misschien nog wel haalbaar is.

„Maar dan moet er wel worden geïnvesteerd in hernieuwbare energie” en zullen ook maatregelen in de transportsector nodig zijn, alsmede hardere afspraken over het isoleren van woningen. „We denken dat we maar een kwart van de beoogde besparing bij woningen gaan halen”, zegt Oude Lohuis. „Misschien zouden deze maatregelen een meer verplichtend karakter moeten krijgen.”