Glibberend naar premierschap

Door de crisis in het CDA opereerde Mark Rutte als kandidaat-premier lange tijd in de luwte. Kan hij wel de minister-president van alle Nederlanders zijn?

Een jaar geleden, op een reis van fractievoorzitters naar Suriname, leek een liberaal-progressief bondgenootschap tussen Mark Rutte, Alexander Pechtold en Femke Halsema dichterbij dan ooit. Het drietal kon het goed vinden, bij het zwembad, wandelend langs de Surinamerivier of wijndrinkend in het hotel. Journalisten spraken al van het Roti-akkoord. Dat was wat overdreven. Maar de leeftijdgenoten hadden aansluiting. Dat was duidelijk.

Het „geglibber” (Pechtold) van de rechtse coalitie richting het bordes heeft de verhoudingen weinig goed gedaan. „Aanmatigend”, zegt de D66-leider over de manier waarop Rutte dinsdag het Kamerdebat over de formatie voerde. VVD-leider Rutte begon met te zeggen dat hij in 30 seconden klaar was. „Dat was een gemiste kans”, zegt Pechtold. Rutte had volgens hem ook een gloedvol betoog kunnen houden dat hij nu weliswaar probeert een coalitie met 76 zetels te smeden, maar dat hij die andere 74 zetels er straks ook bij betrekt. „Hij had kunnen zeggen: ik ga jullie uitdagen, ik ga jullie betrekken bij onze hervormingsplannen. Helaas deed hij dat niet”. GroenLinks-leider Halsema vindt dat Rutte, net als Geert Wilders, zich schuldig maakt aan „provocaties”, in plaats van serieuze pogingen te doen om tegenstellingen tussen de rechtse partijen en de rest te overbruggen.

Kan Mark Rutte straks de minister-president van alle Nederlanders zijn? Die vraag is actueel na het debat van dinsdag waarin de polarisatie van de politiek zo duidelijk naar voren kwam. Rutte had een paar dagen eerder, toen de rechtse onderhandelingen net geklapt waren, gezegd: „Rechts Nederland zou de vingers aflikken bij wat er op papier stond.” Dat kon worden opgevat als: Links Nederland zou het moeilijk krijgen.

De kritiek van zijn generatiegenoten Pechtold en Halsema is natuurlijk deels functioneel. Zij zien de rechtse coalitie niet zitten. Toch had Rutte tactischer kunnen opereren, meent Pechtold, omdat de PVV straks niet alle hervormingsplannen zal steunen en het minderheidskabinet op zoek moet naar andere meerderheden in de Kamer. Pechtold kan zich voorstellen dat het kabinet straks tegen D66 zegt: wij reserveren een mooi bedrag voor onderwijs maar dan moeten jullie wel een ander plan steunen. „Van zo’n houding was nog niets te merken.”

De positie van de aanstaand premier werd gisteren ook, verrassend genoeg, door de nieuwe informateur aan de orde gesteld. Herman Tjeenk Willink maakte op een persconferentie vileine opmerkingen dat een nieuwe formatiepoging onder leiding van de VVD niet opnieuw mag mislukken. „Voor een derde keer tot de conclusie komen dat een samenwerking tussen VVD en CDA met PVV er niet inzit, tast niet alleen de geloofwaardigheid aan van het werk van informateurs maar ook – dit is belangrijker – van de toekomstige minister-president en eigenlijk alle betrokkenen.” Dat opgeteld bij de opmerking van één van de vorige informateurs, Ruud Lubbers, dat de koningin het nog „een waagstuk” had gevonden om Rutte al de leiding te geven in de formatie, doet vermoeden dat in kringen rond de koningin Rutte nog niet wordt gezien als een staatsman. Overigens nuanceerde Tjeenk Willink de uitlating van Lubbers: niet de koningin had het een waagstuk genoemd maar één van haar adviseurs.

Rutte werd dinsdagavond nog voor een 2,5 uur durend onderhoud op paleis Noordeinde ontboden. De VVD-leider erkende dat er die dag „een rommelig beeld” was ontstaan, want staatsrechtelijk was het niet helemaal goed gegaan. Zijn advies om zelf een regeerakkoord te schrijven trok hij voor cameraploegen in na de ommezwaai van Wilders. Of de koningin hem een standje had gegeven? „Nee hoor, nee nee”, zei Rutte .

De VVD-leider bleef dankzij de crisis in de CDA-gelederen buiten beeld. Dat is na deze week veranderd, zeker nu het premierschap dichterbij komt.