Fransen bevangen door koppig onheilsgevoel

Frankrijk is in verwarring. Het land vreest zijn huidige welvaart te verliezen. Maar hoe vernieuw je zonder oude wortels te verraden? René Moerland maakt na vijf jaar de balans op.

Gaan denken en seks samen? Is het belangrijk belasting te betalen? Heeft een republiek transparantie nodig? En wanneer is een maaltijd goed?

Antwoord op de enige niet-retorische vraag in dit rijtje: pas als de ingrediënten niet alleen smaken, maar ook „goed om te denken” zijn. Het café-restaurant dat deze kwesties aan de orde stelt, Les Philosophes in Parijs, verwijst netjes naar de juiste bron, de vorig jaar overleden antropoloog Claude Lévi-Strauss. De filosoof van het rauwe en het gekookte staat prominent op de menukaart.

Typisch Frans, zou je zeggen, die kokette combinatie van geestelijke en fysieke geneugten (en een vleugje politiek) rond een bord. Maar je kunt niet vijf jaar werken als correspondent in Frankrijk en alsmaar genoegen nemen met couleur locale. Zoals je ook niet de jaarlijkse actiedagen tegen president Sarkozy – de opkomst is alweer bijna even hoog als vorig jaar - kunt afdoen als alleen maar folklore. Krabben, krabben maar. Wat voor land ligt hieronder?

Iedereen kan ermee beginnen: lees eerst eens verder op de menukaart. Les Philosophes, staat daar, maakt deel uit van een netwerk van horecagelegenheden die hun waar zoveel mogelijk betrekken bij een boerderij op 20 kilometer van Parijs, „zodat onze ecologische voetafdruk beperkt blijft”. Je kunt er meer over te weten komen op cafeine.com, als je gratis via wifi op het terras inlogt. De wc’s zijn kunst, design.

Parijs lijkt meteen al wat minder exclusief Frans. Deze verantwoord-modieuze presentatie komt je ook tegen in pakweg New York of Amsterdam.

Het is zichtbaar in alle levenssferen: Fransen gaan mee in internationale trends en veranderingen, en lang niet altijd onder protest. Op handelsscholen is Chinees bijna ongemerkt de op een na populairste taal geworden, na Engels en voor Spaans. Zeven op de tien Fransen werken bij buitenlandse bedrijven. Franse ontwerpers van computergames trekken vol zelfvertrouwen naar de VS.

Ook de kleine en grote maatschappelijke trends zijn herkenbaar. Roken in cafés is verboden. Integratie een probleem. De rechtsstaat in het geding. Het onderwijs in crisis. En de pensioenleeftijd moet omhoog, ook al groeit het protest. Wat een gewoon Europees land zeg!

Les Philosophes is eigendom van Xavier Denamur, een avonturier die zijn ideeën op verschillende wereldreizen opdeed. Hij is nu geslaagd ondernemer, met een horeca-imperiumpje in de Marais. Maar met de Franse restauratie gaat het volgens hem niet goed: die is in een neerwaartse spiraal van lagere lonen en slechter eten. Hij voert zijn eigen protestbeweginkje aan (voor een hoger btw).

Nog even krabben. Fransen hoor je regelmatig over hun eigen land klagen als een museum, een vastgelopen vooruitgangsmachine, een door de wereldeconomie ontaarde beschaving. Velen zijn bang dat hun breekbare welvaart niet vol te houden is, en nog minder voor de kinderen.

Dat onheilsgevoel verdwijnt op vallend genoeg niet als mensen hun weg vinden. Neem tekenaar Cédric Nagau, uit een probleemwijk in voorstad Evry. Hij heeft aardig wat werk sinds hij in 2007 meewerkte aan een lexicon voor banlieuetaal. Maar als hij naar zijn nieuwe kantoortje in Parijs gaat, zegt hij dat hij „zich exporteert”. Hij is somber over de openheid van de media en elite voor de vitaliteit in de rauwe voorsteden waar iedereen door elkaar leeft – meestal vreedzaam en vriendelijk, soms angstig door drugscriminaliteit en rellende jongens.

Op een verwarmd terras bij het Palais Royal vertelde Alexandre Lallet, een talentvolle hoge ambtenaar uit in een provinciestadje, eens gefrustreerd waarop hij beoordeeld wordt, op zijn weg naar de top. Ervaring in de maatschappij telde niet. Het ging om zijn kennis van de zestiende eeuw. Boekenwijsheid.

Drie jaar later liepen studenten en professoren wekenlang protestrondjes op een Parijs’ plein nadat Sarkozy het belachelijk had genoemd dat aankomende ambtenaren de zeventiende-eeuwse roman La Princesse de Clèves moeten kennen. Cultuurbarbaar!

De patstelling tussen maatschappelijke dynamiek en taaie tradities en patronen, die vaak gepaard gaan met starre hiërarchie, noemen sociologen en economen de Franse schizofrenie. De breuklijn loopt niet per se langs bevolkingsgroepen, maar ook door de mensen heen.

Nu gaan we weer krabben, aan een van de favoriete Franse gespreksonderwerpen: de president. Waarom roept Nicolas Sarkozy eigenlijk zoveel weerstand op?

Toen de politicus-advocaat in 2007 gekozen werd, was hij de belichaming van de Franse schizofrenie. Enerzijds beloofde hij modernisering en hervormingen, anderzijds zou hij gezag, orde en nationale trots herstellen. Maar zijn meest gewaagde belofte was dat hij meer ruimte zou maken voor maatschappelijke dynamiek. Hij zou het gesloten circuit van de Republiek doorbreken, waarin succes gebonden is aan drie voorwaarden: de juiste diploma’s, belangrijke politieke vrienden en een strikt kleurloos en geloofloos gelijkheidsdenken.

Onder Sarkozy zouden immigranten uit de voorsteden eindelijk doorbreken. Een paar talenten benoemde hij in de regering. Self-made ondernemers werden tot held verklaard, sterren in sport en cultuur bewierookt. Frankrijk moest af van zijn schroom voor geld en individueel succes.

De economische crisis van eind 2008 bracht de breuk. Voortaan wilde hij alleen nog de „kapitein op het schip” zijn waar de Fransen nu eenmaal „behoefte aan hebben”. De bescheiden hervormingen die hij doorvoert, brengen Frankrijk wel dichter bij andere Europese landen: van de moeizame pensioenhervormingen tot de strengere regels voor immigratie en integratie.

Maar de maatschappelijke revolutie is uitgebleven. Wat het probleem ook is, altijd staat de president, en dus de staat, garant voor de uitweg: er komt meer werk, meer koopkracht, minder belasting, autofabrieken mogen niet meer sluiten, recidiverende criminelen niet meer vrijkomen, er wacht een groene revolutie, een onberispelijke republiek, ga zo maar door. „Ik zal u niet teleurstellen!”, roept hij graag.

Maar Sarkozy heeft de Fransen wel teleurgesteld. Niet zozeer met concrete voorstellen. Massaprotesten tegen pensioenhervorming maken deel uit van het onderhandelingsproces op zijn Frans. En misschien boekt hij wel succes met weer nieuwe beloftes over veiligheid en bescherming, al reageerden de Fransen afwijzend toen hij ook de nationale identiteit wilde gaan „beschermen”. Stormen deren hem niet: als Sarkozy denkt dat hard optreden tegen zigeuners en dreigend praten over immigranten stemmenwinst oplevert, zal hij niet wijken voor kritiek.

Maar zijn stijl, de geest hierachter, gaat er niet in. Sarkozy is altijd met zichzelf bezig, hoor je overal in het land. Hij houdt teveel van geld. Hij beschermt en helpt zijn vriendjes. Hij minacht en vernedert critici. Hij is de erfgenaam van de autoritaire lijn van de Franse geschiedenis, van Napoleon, maar hij is geen staatsman, zoals De Gaulle. Ook in Frankrijk wordt Sarkozy steeds vaker ingedeeld bij de internationaal opkomende stroming van populisten die liever vertrouwen op angst dan op de rechtsstaat en respectvol pluralisme. Hij lijkt losgeraakt van het moderne Frankrijk dat, klagend, compromissen zoekt tussen verworvenheden en nieuwe kansen.

Op het terras van Les Philosophes wordt aan het ene tafeltje gepraat over het veelbelovende stakingsseizoen, daar zit een koppel van Noord-Afrikaanse afkomst te giechelen, iets verder, voorbij de toeristen, vraagt een student met een fikse krullenbos aan een meisje: „Wat is kunst?” – en geeft zelf lang en warrig antwoord.

Wil Frankrijk wel af van zijn schizofrenie?

Dit is de laatste bijdrage van René Moerland als correspondent in Parijs