Drijvend Koninkrijk

De opheffing van de Nederlandse Antillen is vooral een bestuurlijke operatie. Politiek zal de slotconferentie van vandaag een tussenstap blijken. De afruil binnen het Koninkrijk der Nederlanden bestond uit meer toezicht voor Nederland versus meer zelfstandigheid voor (sommige) eilanden. Tegen een forse prijs. Nederland saneert de Antilliaanse overheidsfinanciën voor een bedrag van 1,5 miljard.

Het Koninkrijk ondergaat een grote onderhoudsbeurt: financieel een consolidatie, bestuurlijk een reorganisatie, waarvan de doeltreffendheid nog moet blijken. Kan Nederland nu wel een coherent Koninkrijk vormen met drie Caraïbische ‘landen’ en wat overzeese gemeenten erbij?

Politiek-bestuurlijk is dit besluit een prestatie, geleverd door diverse kabinetten in wisselende samenstelling. De vraag die nu rest is: gaat dit werken en zo niet, wat is dan de volgende stap? Een los ‘gemenebest van naties’ met het Huis van Oranje als symbool? Onafhankelijkheid à la Suriname?

Zeker is dat de ‘Nederlandse Antillen’ als staatkundige eenheid nu definitief is mislukt. Tussen de eilanden onderling was weinig vertrouwen en geen besef van een gemeenschappelijke toekomst. De band met Nederland was nooit vanzelfsprekend en is de laatste jaren verslechterd. Frustratie en wantrouwen kenmerkten eigenlijk alle onderlinge betrekkingen. De toestroom van kansloze Antillianen zorgde voor ernstige problemen in Nederlandse binnensteden. Financieel wanbeheer en criminaliteit in ‘de West’ konden maar moeilijk worden bestreden.

De vaststelling dat het Koninkrijk vooral op papier bestond, is al oud. Op de Antillen groeide de weerzin tegen de rijke, blanke elite uit Nederland die de West als tropisch Drenthe gebruikt. De verhouding met Nederland is nooit losgekomen van het koloniale verleden. Vooral het ongedeelde staatsburgerschap is een last geworden. Op de indiening van de Rijkswet personenverkeer uit 2008, die onderlinge uitzetting regelt „om redenen van openbare orde of openbare veiligheid”, wordt node gewacht.

Het proces van onderhandelen dat vandaag wordt afgesloten, was bestuurlijk rommelig en democratisch vaak zwak. De verdeeldheid in de West is groot. Curaçao en Sint Maarten zijn zo slecht voorbereid dat hun ‘landstatus’ nog voorlopig is. Irritaties zijn er genoeg. De Tweede Kamer heeft bijvoorbeeld de nieuwe Caraïbische ‘gemeenten’ verplicht abortus, euthanasie en het homohuwelijk binnen één of twee jaar te legaliseren. De bevoogding houdt dus niet op. Mogelijk is ze pas nu echt begonnen.

Sinds de ‘status aparte’ voor Aruba in 1986 is het Koninkrijk verder uiteengedreven. Er mag nu dan een regionale regering zijn opgeheven, een ‘rubberen bestuurslaag’ volgens staatssecretaris Bijleveld, er komt harde Nederlandse verantwoordelijkheid voor in de plaats. Daardoor worden de verhoudingen duidelijker – en dus ook de spanningen. Is een trans-Atlantisch ‘Koninkrijk’ nog van deze tijd? Twijfel en scepsis groeien verder.