Donner maant Kamer tot haast

De Kamer debatteerde gisteren met minister Donner over de problemen van de pensioenfondsen. Donner waarschuwde dat die nog erger worden.

Demissionair minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) doet een dringend beroep op de Tweede Kamer om zo snel mogelijk de verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar wettelijk te regelen. Dat is noodzakelijk gezien de toenemende financiële problemen waarin een aantal pensioenfondsen verkeert.

Donner deed zijn oproep gisteren in een debat met de Tweede Kamer over de problematische situatie van de fondsen. De Kamer is ernstig bezorgd over het feit dat een aantal grote pensioenfondsen waaronder ABP en Zorg en Welzijn, morgen bekend zal maken dat hun vermogenspositie in augustus is verslechterd. Daardoor zijn ook zij mogelijk gedwongen om lopende uitkeringen aan gepensioneerden te verlagen. Vorige maand bleek al dat er veertien pensioenfondsen zijn die dermate zwaar zijn getroffen door de kredietcrisis (lage rente, slechter beleggingsresultaat) dat ze misschien al per 1 januari op uitkeringen moeten korten.

Minister Donner onderstreepte in het debat echter dat niet alleen de lage rente pensioenfondsen parten speelt. De snel stijgende levensverwachting bezorgt de fondsen volgens hem een veel groter probleem. Zeker nu het Actuarieel Genootschap onlangs bekendmaakte dat mensen in een sneller tempo jaren ouder worden dan aanvankelijk was voorspeld.

Daardoor nemen de verplichtingen van „jaar op jaar zwijgend en sluipend toe”, zei Donner. Pensioenfondsen moeten meer geld in kas hebben om de uitkeringen te kunnen blijven garanderen. Maar als mensen langer doorwerken scheelt dat in de verplichtingen.

Een motie van Kamerlid Jolande Sap (Groen Links), gesteund door de PvdA en de ChristenUnie, om op zeer korte termijn met De Nederlandsche Bank, sociale partners en pensioenkoepels afspraken te maken over verandering van de methode waarmee de rente wordt berekend, wees de minister daarom van de hand.

„Het is geen eenvoudige discussie, in de trant van: neem een andere rente en het probleem is verdwenen”, zei Donner. „Dan hebben we het probleem alleen maar verstopt, dan zien we het niet meer.” Ook volgens de minister lijdt het geen twijfel dat het korten op pensioenen het laatste middel moet zijn waartoe fondsen moeten overgaan.

Tegelijkertijd wees hij erop dat wil het Nederlandse pensioensysteem in de toekomst houdbaar blijven, het stelsel op meer gebieden dient te worden aangepast zoals verhoging van de AOW- en pensioenleeftijd naar 67 jaar. In dit verband verklaarde Donner zich bereid om het wetsontwerp dat hij eerder dit jaar naar de Kamer heeft gestuurd aan te passen aan het pensioenakkoord zoals de sociale partners dat in juni hebben gesloten. In het akkoord gaan werkgevers en vakbonden immers verder dan het wetsvoorstel van het demissionaire kabinet. Zo wordt de verhoging van de pensioenleeftijd in hun voorstel al gekoppeld aan de stijgende levensverwachting. Zonodig kan de pensioenleeftijd zelfs tot 68 jaar of hoger worden opgetrokken. In het voorstel gaat de pensioenleeftijd in 2020 naar 66 jaar, in 2025 naar 67 jaar. Elke vijf jaar wordt bekeken of de leeftijd afhankelijk van de levensverwachting opnieuw moet worden aangepast.

Hij maande de partijen het aangepaste wetsontwerp dan ook zo snel mogelijk te behandelen. „Als dat blijft liggen, zullen de pensioenbeheerders niet de beslissingen kunnen nemen over de verhoging van de levensverwachting.”

Een meerderheid van de Kamer, die zich eerder al voor 67 jaar had uitgesproken, toonde zich genegen om het wetsontwerp over verhoging van de AOW-leeftijd op korte termijn te behandelen. „Als de minister bereid is het wetsontwerp aan te passen zodat de afspraken in het pensioenakkoord erin verwerkt zijn, kan hij op onze steun rekenen”, zei Kamerlid Roos Vermeij (PvdA) na afloop van het debat. Kamerlid Stef Blok (VVD) vroeg de minister op zijn beurt zo snel mogelijk aangepaste wetgeving voor te stellen zodat „wij licht aan het einde van de tunnel kunnen bieden”.