De vraag is niet of, maar hoeveel de burger verarmt

Onderhandelaars van VVD, CDA en PVV hebben zichzelf een snij-opdracht gegeven. Maar als de PVV niet wil hervormen wordt het de botte bijl.

Hakken of hervormen, dat is de cruciale vraag die op de tijdelijk verlaten onderhandelingstafel ligt van Mark Rutte, Maxime Verhagen en Geert Wilders. Als de fractievoorzitters van VVD, CDA en PVV van informateur Herman Tjeenk Willink hun gesprekken mogen hervatten, dan zullen arbeidsmarkt en zorg veel aandacht opeisen. Juist hier staan VVD en CDA volgens ingewijden tegenover de PVV in de onderbroken formatie.

Terwijl de beweging van Geert Wilders er bepaald geen voorstander van is ziekenhuizen meer vrijheid te geven hun prijzen zelf vast te stellen, zijn VVD en CDA wel voor meer marktwerking. Zij denken dat dit de manier is om de kostenstijging in de zorg te beteugelen en efficiëntie in de sector te bevorderen. Een draai van de PVV op dit onderwerp doet de beweging pijn. Kamerlid Fleur Agema ontpopte zich de afgelopen jaren als een fel bestrijder van verdere marktwerking in de zorg. De PVV hecht in de onderhandelingen daarom grote waarde aan extra investeringen in de thuis- en ouderenzorg. De ouderenzorg is zelfs expliciet genoemd als een van de dossiers die verbeterd moeten worden, wil de PVV een kabinet van VVD en CDA gedogen.

Een vergelijkbaar meningsverschil aan de onderhandelingstafel is er over de arbeidsmarkt. VVD en CDA denken met een ingrijpende verkorting van de duur van de WW-uitkering en met een verlaging van de ontslagbescherming een gezondere arbeidsmarkt te creëren. Op lange termijn schept dat banen en geeft het de overheid minder lasten. In het prille begin van de toenmalige ‘Groep Wilders’ gingen zulke voorstellen erin als Gods woord in een ouderling. Maar de PVV van Geert Wilders heeft afstand gedaan van zulke neoconservatieve sympathieën. De sociaal-economische agenda van de PVV is het best te omschrijven als behoudend links.

De PVV is een van de minst hervormingsgezinde partijen in de Kamer. Als Wilders cum suis al een verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 accepteert – een majeure concessie – waarom dan ook nog door de bocht gaan met de WW en het ontslagrecht?

Het rechtse kabinet in oprichting loopt in deze discussie tegen zijn eigen beginafspraak aan: in één kabinetsperiode 18 miljard euro bezuinigen. Of Obama nu 180 miljard dollar in de economie wil steken of niet en of demissionair minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) nu 3 miljard euro extra bezuinigt of niet, het doel van Rutte over rechts blijft 18 miljard euro bezuinigingen.

In deze overzichtelijke benadering staan de hervormingsplannen per definitie op achterstand. Het Centraal Planbureau toonde eerder dit jaar bij de analyse van verkiezingsprogramma’s dat slimme hervormingen op lange termijn de overheidsfinanciën verbeteren, op korte termijn is het succes beperkt. Begrijpelijk dat de onderhandelaars naar verluidt nog meer willen bezuinigen op het openbaar bestuur dan de 4 miljard euro die het CPB in een bui van mildheid als maximaal haalbaar beschouwde.

Maar ‘platte’ bezuinigingen hebben twee grote nadelen ten opzichte van hervormingen: het biedt weinig perspectief op lange termijn terwijl de burger er op korte termijn harder door geraakt voelt. Economen als de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Paul Krugman zien in de drang om staatsbegrotingen weer op orde te krijgen een misplaatste vrees voor financiële markten terwijl het de broze economie schade toebrengt. In Griekenland zijn de ingrijpende saneringen direct terug te zien in de economie, die krimpt nu met procenten.

De koopkrachtplaatjes krijgen traditioneel veel aandacht in de Haagse politieke arena, maar dit jaar is er ook een reden voor. Hoe ingrijpend zal de burger er de komende jaren op achteruitgaan? Zonder dat een nieuw kabinet is aangetreden hebben Nederlandse werknemers inmiddels al te maken met een reële loondaling. De inflatie is hoger dan de loonstijging, zo blijkt uit de jongste cijfers van het CBS.

De koopkracht zal zich nog slechter ontwikkelen, gezien de kostenstijgingen die zich aandienen. Vele pensioenfondsen stevenen af op een verlaging van de uitkeringen, en wat gaan al die gemeenten en provincies straks doen als zij door Den Haag op rantsoen worden gezet? Verhoging van lokale belastingen is een geliefde methode van gemeenten om hun financiële problemen op te lossen.

De inkomenseffecten van een Rijk dat 18 miljard euro bezuinigt komen daar nog bovenop. De koopkrachtcijfers gaan rood kleuren, dat is zeker. De vraag is alleen hoe dieprood het wordt.