De Jordaan

Na het zien van de mooie fototentoonstelling van Dolf Toussaint over de Jordaan in het Stadsarchief Amsterdam liep ik snel naar de museumshop. Daar kon ik eindelijk voor 29,90 euro het befaamde fotoboek De Jordaan uit 1965 van Toussaint aanschaffen. Dat fotoboek was een collector’s item geworden waarvoor bedragen van meer dan 150 euro werden gevraagd.

Deze pas uitgekomen herdruk maakte dit fotoboek weer voor alle liefhebbers bereikbaar. Goed nieuws! Eindelijk kon iedereen de inleiding lezen die Simon Carmiggelt destijds voor dit boek geschreven had. De herdruk was zelfs de reden om de tentoonstelling in het Stadsarchief op te zetten. Ik pakte het boek, keek bevreemd naar het formaat (kleiner dan vroeger) en de foto op het omslag (een andere dan van het origineel). Vervolgens zocht ik de inleiding van Carmiggelt op.

Ik vond wel inleidingen, maar niet die van Carmiggelt. Merkwaardig. Dit was weliswaar een herdruk, maar een gewijzigde.

Ik belde directeur H. Bekking van Bekking & Blitz Uitgevers. Uit andere bron had ik inmiddels vernomen dat Bekking de tekst van Carmiggelt gedateerd had gevonden. „Gedateerd? Niets daarvan”, zei hij. „Toussaint heeft enkele jaren geleden uitdrukkelijk zelf bepaald dat die tekst eruit moest.” Toussaint vond dat de foto’s voor zichzelf moesten spreken. Daar is wat voor te zeggen, maar waarom dan wel die andere teksten in het boek? De fotograaf is inmiddels hoogbejaard en kan het niet meer uitleggen.

Het is geen halszaak, maar wel jammer. De tentoonstelling van Toussaint in het Stadsarchief blijft mooi, en dat fotoboek ook, maar het was zo’n gaaf tijdsdocument, mede door die combinatie van Toussaint met Carmiggelt. Ooit heb ik zijn tekst, staande bij een antiquaar, snel gelezen. Carmiggelt wist waar hij het over had, hij kende de Jordaan, in het laatste oorlogsjaar woonde hij met zijn gezin aan de Egelantiersgracht. „Wij zijn daar in die Jordaan niet ongelukkig geweest”, schreef hij. „Want er was iets aan het gebeuren dat we sinds onze prille jeugd met iedere vezel hadden gewild: Hitler ging eraan.”

Een bezoek aan de tentoonsteling kan ik ook om een andere reden aanraden. In het fotoboek ontbreken de namen van de straten en plekken die op de foto’s staan. Ook in de eerste druk waren die nauwelijks opgenomen. Maar op de tentoonstelling heeft men wél keurig vermeld waar welke foto is genomen. Zeker voor de Jordanezen is die toelichting de moeite waard.

Voor dat argument blijkt ook de uitgever gevoelig. Aan de tweede druk (van deze herdruk) zal binnenkort een inlegvel worden toegevoegd met alle relevante feiten. Zou dan op de achterkant van dat inlegvel niet ook die inleiding van Carmiggelt…? „Nee”, zegt directeur Bekking, „dat zal niet gebeuren.”

De volbloed Carmiggelt-fans zullen dus toch die minimaal 150 euro moeten betalen. Ze kunnen ten opzichte van Carmiggelt ook een andere goede daad verrichten. In het Weteringplantsoen staat een borstbeeld van Carmiggelt. Een of andere grapjas heeft een poosje geleden een slot door de bril van Carmiggelt gestoken en het sleuteltje meegenomen. Zo staat Carmiggelt daar met bezwaard gezicht, alsof het al niet spijtig genoeg is dat hij nog maar weinig wordt gelezen. Welke handige Amsterdammer bevrijdt hem?