Clinton: geweld Mexico lijkt op opstand

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Rodham Clinton meent dat het drugsgerelateerde geweld in Mexico steeds meer tekenen vertoond van „een opstand”.

Clinton vergeleek tijdens een toespraak bij een Amerikaanse denktank over buitenlands beleid de situatie in Mexico met die van twintig jaar geleden in Colombia, waar FARC-opstandelingen hun strijd financierden met opbrengsten uit cocaïnehandel. „Drugshandelaren hebben de macht over sommige delen van het land”, verklaarde Clinton gisteren. Ze voegde eraan toe dat de Verenigde Staten extra hulp gaan aanbieden aan Mexico om de strijd met de drugshandelaars aan te gaan. De VS hebben eerder al 1,4 miljard dollar (1,1 miljard euro) beloofd aan het buurland om te helpen in de strijd tegen het drugsgeweld.

De Mexicaanse president Felipe Calderon heeft duizenden agenten en 50.000 soldaten ingezet om de drugshandelaren te bestrijden. Sinds hij president werd eind 2006 zijn 28.000 doden gevallen bij drugsgerelateerd geweld. Dat ondermijnt zowel het imago als de economie van Mexico.

Ondanks al die inspanningen ziet Clinton „tekenen van een opstand”. De minister verklaarde dat ook collega’s uit Midden-Amerika en het Caraïbische gebied haar zorgen delen over de toestand in Mexico.

Mexico zegt dat het de visie van Clinton respecteert, maar de Mexicaanse overheid haar mening niet deelt. Vooral de vergelijking met Colombia valt de Mexicanen zwaar. „Wij nemen harde maatregelen om de drugskartels aan te pakken. Er zijn erg grote verschillen tussen Colombia toen en Mexico nu”, zei Alejandro Poire, verantwoordelijke voor nationale veiligheid binnen de regering. „In Colombia controleerden rebellen 40 procent van het land en waren de kartels geïnfiltreerd in de politiek. Dat is in Mexico niet zo.” De enige vergelijking die hij ziet is dat de drugskartels in stand worden gehouden door de vraag naar illegale drugs uit de Verenigde Staten. (Reuters, AFP)