Chemie was er nooit

„De Antillen bestaan niet”, verzuchtte toenmalig VVD-leider Jozias van Aartsen op Curaçao tijdens een werkbezoek in 2003. Hij had gelijk. De politieke chemie tussen de eilanden, in 1954 gebundeld als een staat zonder natie onder de noemer Nederlandse Antillen, is nooit van de grond gekomen. Bij gebrek aan nationale partijen bleven opeenvolgende Antilliaanse regeringen een verzameling van eilandelijke politici die vooral hun eigen belangen behartigden, waarbij Curaçao altijd de boventoon voerde.

Het stadium van ‘Curaçao en de onderhoorigheden’, zoals de kolonie tot 1954 werd genoemd, is de Nederlandse Antillen nooit ontgroeid. Niet alleen fungeerde Curaçao als zetel van de Antilliaanse regering en eerste aanspreekpunt van Nederland, het hoofdeiland bezette ook 12 van de 22 zetels in het Antilliaanse parlement, leverde steevast de Antilliaanse premier en beschikte over een superieure infrastructuur in vergelijking met de vaak schamele voorzieningen op Aruba, Bonaire, Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius.

Achteraf gezien was het een kwestie van tijd voor de eilanden staatsrechtelijk vechtend in de ring stonden. De eerste kopstoot kwam van het zelfbewuste Aruba, dat na een jarenlange politieke strijd in 1986 met een status aparte uit het Antilliaanse staatsverband trad. En terwijl Aruba als autonoom land binnen het koninkrijk een indrukwekkende economische bloei doormaakte, zuchtten de andere eilanden onder een verder toegenomen Curaçaose dominantie; het hoofdeiland bezette nu 14 zetels in het Antilliaanse parlement.

De toenmalige Antilliaanse premier Juancho Evertsz zag het met het uittreden van Aruba al aankomen. „Zes min een is nul”, voorspelde hij toen. Veertien jaar later gaf Sint Maarten de Nederlandse Antillen de doodsteek. In 2000 koos bijna 70 procent van de stemgerechtigden voor een status aparte zoals die van Aruba. „Los van het juk van Curaçao”, verwoordden Sint-Maartense politici hun ongenoegen.

Het duurde vier jaar voor de Nederlandse regering eraan wilde. In 2004 presenteerde de commissie-Jesurun, ingesteld door toenmalig minister Thom de Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, D66), een blauwdruk voor het nieuwe koninkrijk: Curaçao en Sint-Maarten zouden autonome landen binnen het koninkrijk worden, terwijl Bonaire, Sint-Eustatius en Saba in het Nederlandse staatsbestel zouden worden opgenomen.

En dat gaat op 10 oktober 2010 ook gebeuren. Maar dat is in de afgelopen zes jaar zelden vanzelfsprekend geweest. De eilandbevolkingen stemden tijdens referenda in 2004 en 2005 wel grotendeels langs de lijnen van de commissie-Jesurun, maar de onderhandelingen met Nederland over de invulling van de staatkundige wijzingen leidde daarna tot grote verdeeldheid, vooral op Curaçao en Bonaire.

Sint-Maarten is allang blij na tien jaar wachten eindelijk autonoom land binnen het koninkrijk te worden, maar voor voormalig hoofdeiland Curaçao is toezicht op overheidsfinanciën en rechtshandhaving, in ruil voor sanering van 1,7 miljard van de Antilliaanse staatsschuld, een grote stap terug. Daarnaast geldt op het christelijke Bonaire, Sint-Eustatius en Saba de door Nederland verplichte legalisering van homohuwelijk, abortus en euthanasie als grootste splijtzwam.

De weerstand tegen Nederland wordt op Curaçao en Bonaire tevens gevoed door een grote toestroom rijke Europese-Nederlanders, zich voortbewegend in SUV’s en woonachtig in Piet Boon-villa’s, die zich weinig aantrekken van de lokale gebruiken op de eilanden.

Werd de start-Ronde Tafel Conferentie (RTC) in het najaar van 2005 nog als algemeen positief ontvangen, tijdens de volgende conferentie in december 2008 greep de politie ongemeen hard in tegen demonstranten, waarna de RTC officieel als gevolg van een bommelding verhuisde naar de zwaarbeveiligde marinebasis Parera.

Vandaag zitten de politieke vertegenwoordigers van de demonstranten als leiders van de Curaçaose en Bonaireaanse delegaties aan tafel bij de slot-RTC om „te redden wat er van de autonomie te redden valt. ”

Op 10.10.10 bestaan de Antillen niet meer, dan staan de eilanden niet meer tegenover elkaar maar intern verdeeld met Nederland in de ring.