BP denkt nu aan schade ná ramp

BP liet de olieramp bij de VS onderzoeken. Conclusie: er werden acht fouten gemaakt. Vooral door andere bedrijven.

Nu de Britse oliemaatschappij BP het olielek in de Golf van Mexico na maanden ploeteren heeft gedicht, maakt het zich op voor een nieuw en veel langduriger gevecht. Het zal de komende jaren proberen de schade van de vele claims, die het concern tientallen miljarden dollars kunnen gaan kosten, zoveel mogelijk te beperken. Het onderzoeksrapport dat BP gisteren heeft gepubliceerd moet in dat licht worden gezien. In het rapport legt het concern de schuld van de ramp niet alleen bij zichzelf, maar nadrukkelijk ook bij zijn partners Transocean, eigenaar van boorplatform Deepwater Horizon, en technisch dienstverlener Halliburton. De ramp is volgens BP ontstaan door „een opeenvolging van fouten” gemaakt door „meerdere bedrijven”.

Het door BP ingestelde 50-koppige onderzoeksteam, geleid door hoofd veiligheid Mark Bly, somt acht punten op waar het is misgegaan in de aanloop naar de explosie op 20 april, waarbij elf mensen om het leven kwamen. Van die acht punten neemt BP de schuld op zich van één punt: het verkeerd beoordelen van de druktest, die erop wees dat de druk in de pijp snel aan het stijgen was – een aanwijzing dat olie en gas vanuit het reservoir de pijp in stroomden. De bemanning had moeten ingrijpen, maar deed het niet. Toch acht BP zich ook op dit punt niet alleen schuldig. Bemanningsleden van Transocean waren ook bij de beoordeling betrokken. Wie de eindverantwoordelijkheid had, wordt niet gezegd.

Het rapport van BP staat haaks op het beeld dat de onderzoekscommissie van het Huis van Afgevaardigden half juni schetste. Het Britse concern komt hierin naar voren als een bedrijf dat bewust grote risico’s heeft genomen bij het boren van een put, om maar tijd en geld te sparen. Het lag ruim een maand achter op schema. De primaire oorzaak van ramp ligt volgens de commissie dan ook daar: dat het hogere management van BP gedreven was door kostenbesparing. Dat had zijn weerslag op het ontwerp van de put. BP koos voor een goedkopere versie, in plaats van de meestal gebruikte, duurdere versie. Ook Transocean houdt vol dat de schuld primair bij BP ligt, en bij het gekozen ontwerp van de boorput.

BP wijst deze beschuldiging in zijn rapport van de hand. Het ontwerp van de boorput lijkt niet het probleem te zijn geweest, aldus de oliemaatschappij. En zo ontkracht het concern ook de eerdere beschuldiging omtrent de centralizers. Dat zijn springveren die tussen de pijp en het boorgat worden geplaatst. Een werknemer van Halliburton had aangeraden er 21 te gebruiken, om ervoor te zorgen dat de pijp goed in het midden van het boorgat zou komen te zitten. Worden er te weinig centralizers gebruikt, dan neemt de kans toe dat de buis tegen de wand van het boorgat komt, dat de cementlaag niet goed aansluit, en dat olie en gas de pijp in kunnen stromen. BP besloot niet 21 centralizers te gebruiken, zoals aangeraden, maar slechts zes. In het rapport stelt BP dat deze beslissing geen probleem lijkt te hebben opgeleverd. Het concentreert zich veel meer op de samenstelling van het cement. Die was niet goed, en daardoor werd het cement broos. Bovendien had Halliburton van te voren geen tests gedaan met het cement.

De vraag is hoe betrouwbaar en volledig het rapport van BP is. De technische analyses zijn weliswaar zeer uitgebreid en diepgaand, maar het bedrijf heeft niet over alle informatie kunnen beschikken. Het heeft bijvoorbeeld geen proefmonster van het cement uit de put – Halliburton wel. De conclusies die BP trekt rond het broze cement zijn gebaseerd op computermodellen. Ook heeft BP het moeten stellen zonder de blow out preventer – die is net boven water gehaald. In een commentaar stelt onderzoeksleider Bly dat het werk beperkt werd door „een gebrek aan toegang tot sommige getuigen”. Verder waren de beschikbare bewijzen soms „tegenstrijdig, onduidelijk en niet bevestigd”.

Hoewel BP de kritiek krijgt dat het rapport erg is geschreven in de richting van de juridische verdediging, benadrukt het Britse concern dat het onderzoek onafhankelijk is uitgevoerd. De onderzoeksgroep van vijftig mensen bestond voor de helft uit externen.

BP erkent dat andere onderzoeken afwijkende conclusies kunnen trekken, en aan sommige informatie een ander gewicht kunnen toekennen.

Maar de toon is gezet.