Banken onder druk

Op de Europese financiële markten is de zomer voorbij. Na een paar maanden van relatieve rust staat de houdbaarheid van de schuldenlast van overheden in de eurozone daar weer bovenaan de agenda. De afgelopen weken liepen de verschillen in de rentevoeten voor de staatsschuld van stevige landen als Duitsland en Nederland en die van als zwak beschouwde lidstaten als Griekenland, Spanje, Portugal en Ierland wederom sterk uiteen. Deze ‘spread’ bereikte voor Ierland vorige week zelfs een record. Het in het voorjaar afgesproken reddingspakket van 750 miljard euro voor landen die mogelijk in financiële problemen komen, heeft kennelijk een beperkte invloed gehad op het vertrouwen van beleggers in het vermogen van deze landen om hun schuldverplichtingen op termijn volledig na te komen.

Daarmee hangt nieuwe onrust in de bankensector samen. Portugese banken doen voor recordsommen een beroep op de Europese Centrale Bank, omdat zij door andere banken worden uitgesloten van de normale onderlinge financiering. Nu steeds duidelijker wordt dat de stresstests die zijn gehouden onder Europese banken om aan te tonen dat zij fundamenteel gezond zijn, op zijn minst onvolkomen waren, staat de hele sector weer onder druk. De staatsschuld die zij op hun balans hebben staan, blijft omringd met vragen, die des te prangender worden nu die schuld ondanks alle maatregelen een wankel bezit blijft. De strategie die gekozen is om het probleem van de te hoge overheidsschulden en de daarmee samenhangende problemen bij de banken te lijf te gaan, lijkt het kopen van tijd.

Banken maken over het algemeen weer winst. Zij kunnen die gaan aanwenden voor het versterken van het eigen vermogen. De eisen voor het minimumvermogen zullen daarnaast toch al stijgen als naar verwachting komend weekeinde een akkoord gesloten wordt over het zogenoemde Basel-3: een nieuw stelsel van eisen waaraan het vermogen van banken minimaal moet voldoen. De sector krijgt, vooral door Duitse druk, ook in dat akkoord ruim de tijd om zich aan te passen. Doel is de bankensector te herscheppen tot een branche die crises voortaan beter doorstaat.

Tijd en rust zijn hier een cruciale factor, en dat geldt in wezen ook voor de Europese overheden zelf. Een herstellende economische groei en een geloofwaardig program voor het saneren van de overheidsfinanciën op de middellange termijn moeten samen het werk doen.

Het gekozen pad is gezien de omstandigheden het beste, maar het is niet zonder risico’s. Een nieuwe recessie of een periode van ondermaatse economische groei blijft mogelijk. Het is ook nog maar de vraag of het op de beurzen rustig blijft rond wat dit voorjaar nog de ‘Europese schuldencrisis’ heette. De forse renteverschillen tussen de staatsschuld van de sterke en de zwakke landen zijn er niet voor niets en impliceren het risico dat de laatste hun schulden uiteindelijk niet volledig aflossen. Die realiteit, of zij nu enkel in de hoofden van beleggers bestaat of ook daarbuiten, blijft.