Amsterdam, dat is die stad met al die roestige oplaadpalen

De elektrische auto heeft de toekomst, melden de media.

Maar dat blijkt niet uit de verwachtingen. Burgers willen gewoon in één keer naar de vakantiebestemming.

Hebben elektrische auto’s echt de toekomst, zoals de media ons doen geloven? Hoeven we alleen maar te wachten op een betere en betaalbaarder accu? En is de elektrische auto een oplossing van het klimaatprobleem?

Om met het laatste te beginnen: zolang de meeste stroom nog wordt opgewekt met fossiele brandstoffen als steenkool, maakt het voor het klimaat weinig uit of auto’s op benzine of elektrisch rijden: de CO2-uitstoot per kilometer is nagenoeg gelijk.

Er moet dus hard gewerkt worden om elektriciteit op te wekken zonder CO2-uitstoot. Maar wat zien we? Vooral veel rumoer in de marge.

Amsterdam pronkt met de eerste oplaadpunten voor elektrische auto’s, er moeten er de komende jaren tienduizend worden aangelegd in de stad. En er zijn vragen over het recyclen van accu’s, over het verkorten van de oplaadtijden en over het schamele bereik van elektrische auto’s. Maar wat je niet hoort is dat de burger eigenlijk niet wíl inleveren op zijn mobiliteit. De burger wil straks best wel zuinig rijden in een elektrische auto, maar die wil toch wel in één keer naar de vakantiebestemming, in een ruime gezinsauto en ook nog met een caravan.

Gek genoeg richt de discussie zich op de batterijtechnologie. Maar uit onderzoek blijkt dat de eerste auto’s die straks volledig elektrisch gaan rijden, de ‘tweede auto’s’ van het gezin zijn; autootjes die zo’n 25 kilometer per dag rijden (boodschappen, kinderen naar school e.d.). Deze hebben aan een bereik van 100 tot 150 km genoeg. Tienduizenden Amsterdamse oplaadpalen is dan misschien een beetje veel voor auto’s die maar één keer per week thuis aan het stopcontact gelegd hoeven worden.

Als je deze realistische verwachting afzet tegen de inspanningen rond het ontwikkelen van een zogenoemd slim elektrisch netwerk (smart grid) dat bedoeld is om vraag en aanbod van elektriciteit op elkaar af te stemmen – waarbij het gezamenlijke accupark van de elektrische auto’s gebruikt wordt als opslag van overtollige stroom – dan vraag je je af of Nederland niet een beetje te ver voor de muziek uit loopt.

Maar de toekomst is toch aan de elektrische auto? Dus toch aan oplaadpunten en aan accu’s die een bereik van minimaal 500 kilometer kunnen leveren? Dat valt nog maar te bezien. Waar het voor de langeafstandsauto’s eerder naartoe gaat is aandrijving door elektromotoren die de elektriciteit krijgen van een generator in de auto zelf, ‘on board generation’. De generator zal in eerste instantie een benzine- of aardgasmotor zijn. Omdat die motor geen grote vermogens hoeft te leveren kan hij klein worden uitgevoerd en zal hij extreem zuinig zijn, waardoor met bestaande technologieën de CO2-uitstoot al fors wordt verminderd.

Op de lange termijn (vanaf ca. 2035) komt er een variant van deze hybride auto, en zal de generator met behulp van een brandstofcelsysteem op waterstof gaan draaien. Dan is de auto volledig schoon, omdat er alleen water uit de uitlaat komt. Waterstof kan gemaakt worden met overtollige kernenergie, met zon en wind. Het kan zelfs decentraal opgewekt worden – wat dan een argument is om een slim netwerk aan te leggen. Aan de opslag van waterstof, nu nog een zwak punt omdat het gemakkelijk door allerlei materialen heen kruipt, wordt hard gewerkt.

Bijkomend voordeel van on board generation is dat de huidige brandstofinfrastructuur (tankstations) niet aangepast hoeft te worden. Het aantal oplaadpunten kan dan veel kleiner worden. Het geld dat men daarmee bespaart kan in de ontwikkeling van generatoren worden gestoken en het ontwikkelen van een recyclingtechnologie voor de accu’s van de ‘tweede autootjes’. De auto met generator en elektromotor heeft een accu die niet veel groter is dan die in conventionele auto’s.

Voor de goede orde: on board generation is afkomstig van de auto-industrie zelf. Een voorbeeld van een dergelijke auto is zelfs al commercieel te verkrijgen in Amerika: de Honda FCX Clarity, een waterstofauto met een brandstofcel. Dat on board generation niet wordt opgepikt door de media is wellicht het gevolg van het politieke spel eromheen, met vele petten en spelers en belangen.

Eén ding is zeker: Nederland rijdt over tien jaar zeker niet massaal elektrisch. Misschien rijdt er hier en daar een boodschappenwagen en maken sommige besteldiensten er gebruik van. Maar Amsterdam staat wel vol roestige oplaadpalen.

Ir. Daan Maatman is programmaleider technologie bij Hiteq en auteur van ‘Batterij(d)en, op weg naar elektrische mobiliteit in Nederland’ (2009).