Aanpak Roma raakt waarden EU in het hart

De Franse uitzetting van Roma wekt overal woede. Europese principes over minderheden en migratie botsen op een weerbarstige praktijk. „Een barbaarse deportatie?”

Ze zijn in Europa met ongeveer 11 miljoen, ze wonen verspreid over de Europese Unie, met grote concentraties in het zuiden en oosten. Ze leven soms aan de rafelrand van de samenleving en sinds de zomer zijn ze het middelpunt van een debat dat raakt aan de politieke grondvesten van Europa: de Roma.

Toen de Franse autoriteiten hartje zomer her en der schamele Romakampen opruimden om de bewoners met 300 euro zakgeld op het vliegtuig te zetten, legden ze onbedoeld de basis voor een heftig debat over mensenrechten, over Europese spelregels en over omgang met minderheden en immigranten. De Roma zijn nu ook een verklikker voor het actuele politieke klimaat in Europa: tot hoeveel gastvrijheid zijn welgestelde Europeanen bereid als de gasten arm zijn en niet makkelijk integreren?

Met dank aan Frankrijk staan de Roma dit najaar met stip bovenaan de politieke agenda – in elk geval even. Of ze er beter van worden, moet worden afgewacht, maar ze leggen wel alvast de frictie bloot tussen fraaie Europese principes en de weerbarstige praktijk.

Want wat was die Franse actie? Een begrijpelijke maatregel van een soevereine staat om orde en veiligheid te garanderen, conform internationale afspraken, zoals Parijs het ziet? Of een „barbaarse deportatie”, een grote en gevestigde democratie als Frankrijk onwaardig, zoals liberalen en socialisten in heel Europa betogen?

In het Europees Parlement in Straatsburg lagen links en rechts deze week twee dagen met elkaar overhoop over de uitzetting van de ongeveer duizend Roma. Terwijl socialisten en liberalen aandrongen op een collectieve veroordeling van Frankrijk probeerde de machtige Europese Volkspartij (EVP), waarvan ook de Franse UMP van president Sarkozy lid is, Frankrijk een affront te besparen. Vanmiddag vroeg het parlement Parijs in een resolutie te stoppen met uitzettingen.

Met de uitbreiding van de Unie in 2004 zijn voormalige Oostblok-landen met een grote Roma-populatie lid geworden van een gemeenschap die onder andere is gebouwd op een vrij verkeer van personen. Bulgaren en Roemenen hebben vanaf 2014 dezelfde rechten als alle andere EU-burgers. Nu is nog een overgangsregime met tijdelijke verblijfsrechten van kracht.

Het recht op vrij verkeer geldt voor werkwillige en hoogopgeleide migranten evengoed als voor de Roma. „Roma zijn moeilijke immigranten”, zei Martin Schulz, de Duitse fractievoorzitter van de sociaal-democraten in het Europees Parlement, „maar ook moeilijke immigranten hebben rechten.”

Vervolg Roma: pagina 5

Roma leggen dilemma bloot

Verwijzend naar de Franse ‘vertrekpremie’ zei de immer puntige Daniel Cohn-Bendit, fractieleider van de Groenen: „Je kunt het recht op vrij verkeer toch niet verkwanselen voor 300 euro?” Eerst moest de EU leren dat Europese rechten ook gelden voor Poolse loodgieters, nu dringt door dat het ook geldt voor Roma uit Roemenië.

Het dagelijks bestuur van de Europese Unie riep de Fransen in de zomer subiet naar Brussel om tekst en uitleg te geven. Of de Fransen Europees recht geschonden hebben, wil commissaris Viviane Reding (justitie en mensenrechten) tot op heden niet zeggen. Ze deed onderzoek, en heeft haar juristen opdracht gegeven nog meer onderzoek te doen. „We kunnen niet zomaar erop los marcheren en een lidstaat de oorlog verklaren”, zei ze.

Frankrijk mag individuen die een gevaar voor de openbare orde zijn het land uitzetten, ook als het gaat om Roma die afkomstig zijn uit een andere Europese lidstaat. Frankrijk mag geen groepen zonder pardon over de grens zetten.

De Roma-controverse past in het bredere Europese immigratiedebat. In Nederland zetten drie partijen net een kabinet in de steigers waarvan er op zijn minst twee een strikter immigratiebeleid voorstaan. In Duitsland jaagt een centrale bankier met harde woorden over immigranten dezer dagen de politieke elite in de gordijnen en groeit uit tot een kleine volksheld. Franse politici kruisen de degens over de Roma en of criminele of polygame immigranten hun ontnomen kan worden.

„Wat in Frankrijk gebeurt is onacceptabel”, zei de liberale fractieleider Guy Verhofstadt over de Roma-kwestie, „en het is helaas geen incident. Geconfronteerd met de problemen van een economische crisis glijden verschillende regeringen richting populisme, xenofobie en racisme.”

Commissievoorzitter Barroso zei, zonder Frankrijk te noemen, deze week: „Er is in Europa geen plaats voor racisme en xenofobie. Ik doe een krachtige oproep de geesten van Europa’s verleden niet wakker te maken.”

Parlementariërs op rechts wezen echter op een gat tussen de zondagspreek en de doordeweekse mores. Zo maakte de conservatief Derk-Jan Eppink duidelijk dat er ook Europeanen zijn die liever geen Roma als buurman hebben. Hij adviseerde collega’s die het voor de Roma op hadden genomen er eens een in huis te nemen.

De enige Roma in het parlement, de Hongaarse Lívia Járóka (EVP), hekelde de hypocrisie van het debat. „Grootschalige uitzettingen mogen dan weerzinwekkend zijn, nog weerzinwekkender waren de loze beloften over mensenrechten van de afgelopen decennia, terwijl er niets is gedaan de vreselijke armoede te bestrijden.”