Vechten om de erfenis van het Yukos-concern

Rechtszaken in Moskou, Straatsburg en Amsterdam. 7 jaar na het faillissement van Yukos wordt er hard gevochten om de erfenis van de oliemaatschappij.

Vladimir Poetin herhaalde deze week zijn harde beschuldigingen richting Michail Chodorkovski. Op een bijeenkomst in Sotsji zei de Russische premier niet te begrijpen waarom iedereen zich zo druk maakt om de voormalige olietycoon, die door een rechtbank is veroordeeld tot acht jaar in een strafkamp in Siberië. Wegens belastingfraude, maar Poetin kon niet nalaten te zeggen dat Chodorkovski „bloed aan zijn handen” zou hebben. „Chodorkovski is niet voor moord veroordeeld. Maar de chef van zijn veiligheidsdienst wel”, zei hij. „Ik begrijp dat de zaken mogelijk met elkaar verbonden zijn.”

Of Poetin de Russische overheid met deze beschuldigingen helpt in een reeks van lopende zaken voor Russische en buitenlandse gerechtshoven, is de vraag. Juist de tegenstanders, die op alle mogelijke manieren het faillissement – en daarmee in feite de onteigening – van het energieconcern proberen aan te vechten, voeren in rechtszaken aan dat de veroordeling van Chodorkovski en het faillissement van zijn oliemaatschappij een puur politiek karakter hebben. En daardoor onrechtmatig zijn.

Het gaat terug tot 2003 als Chodorkovski blijk heeft gegeven van politieke ambities en een oppositiepartij financiert. In oktober van dat jaar wordt hij gearresteerd en later veroordeeld wegens fraude en belastingontduiking. Yukos kreeg in 2004 een naheffing van 25 miljard dollar van de Russische belastingdienst, die het niet op kon brengen omdat tegelijkertijd de tegoeden bij banken werden bevroren. Het faillissement werd in 2006 aangevraagd door een groep westerse banken, waaronder ING.

In het nu lopende proces in Moskou, dat volgens critici zou moeten voorkomen dat Chodorkovski en zijn mededirecteur Platon Lebedev binnenkort vrijkomen, worden beide mannen beschuldigd van het stelen van 350 miljoen ton olie. In dat proces werd duidelijk dat accountantskantoor PricewaterhouseCoopers drie jaar geleden de goedkeurende verklaring bij tien jaarrekeningen van Yukos Oil heeft ingetrokken. Deze week zei PriceWaterhousecoopers niet onder politieke druk gezet te zijn om dat te doen. Het zegt voorgelogen te zijn door Chodorkovski en Lebedev over een aantal belangrijke transacties.

Dat is voer voor advocaten in de zaak die morgen speelt voor het Amsterdams gerechtshof in Amsterdam. Daarin gaat het erom of de Russische curator eigendommen van de in Nederland gevestigde dochters, postbusmaatschappijen Yukos Finance en Yukos International, had mogen verkopen. En of de kopers hun recht daarop mogen doen gelden.

Nee, zei de Amsterdamse rechtbank in 2007. Die vond de wijze waarop de Russische overheid de oliemaatschappij in problemen heeft gebracht in strijd met de fundamentele beginselen van een behoorlijke rechtsgang, oordeelde dat in strijd met de Nederlandse openbare orde en erkende het faillissement niet. De Russische curator had daardoor, volgens de rechtbank, niet mogen beschikken over de buitenlandse bezittingen van het bedrijf. Voor de kopers op veilingen daarvan is dat dan jammer.

Kopers op een van deze veilingen betwisten dat nu in hoger beroep. Voor hen is kern van de zaak dat zij op eerlijke wijze de aandelen hebben verworven van een Nederlandse onderneming. Het Russisch faillissement speelt daarbij geen rol en daarover hoeft de Nederlandse rechter zich niet uit te spreken. Verder stellen ze dat de belastingontduiking door Yukos, dat tientallen vennootschappen had in fiscale paradijzen als de Maagdeneilanden en Cyprus, wel degelijk is aangetoond.

Daarbij speelt ook nog een zaak die de voormalige bestuurders van Yukos Oil tegen Rusland hebben aangespannen voor het Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg. Daar vechten ze de onteigening aan als een politieke daad. Ze putten er hoop uit dat het Hof zich ontvankelijk heeft verklaard. De uitspraak wordt op korte termijn verwacht.