Tell me a story , zo simpel is het eigenlijk wel

Maak verhalen leuk, neem jezelf niet al te serieus en durf te entertainen.

Dat is de Amerikaanse les voor het nieuwe NOVA en het nieuwe Netwerk.

Illustratie Bas van der Schot

Ook in het seizoen van de herhalingen werd in Hilversum deze zomer overgewerkt. Bij bijna iedere omroep braken journalisten zich het hoofd over de formule voor een nieuwe actualiteitenrubriek. Vanaf deze week zijn de eerste resultaten zichtbaar en zal in de praktijk verder worden gesleuteld. Maar waarom het wiel opnieuw uitvinden als het beste concept al veertig jaar voor het oprapen ligt?

Het Amerikaanse actualiteitenprogramma 60 Minutes werd voor het eerst uitgezonden in 1968 en is nog steeds een hit. Er kijken wekelijks veertien miljoen Amerikanen naar en het is een van de meest winstgevende programma’s van het commerciële CBS. 60 Minutes is de standaard – kijk er goed naar, en je weet wat de wetmatigheden zijn van een succesvolle actualiteitenrubriek. Het zit hem niet in de kleur van het decor of de oogopslag van de presentator. Volgens bedenker Don Hewitt, die zich er tot zijn dood vorig jaar mee bemoeide, kon de formule worden samengevat in vier woorden die ieder kind kent: ‘Tell me a story!’ Gewoon een goed verhaal, goed verteld. Met een kop, een staart en een spanningsboog die je bij de les houdt.

Klinkt logisch. Maar kijk naar de Nederlandse actualiteitenrubrieken en wat vaak opvalt zijn impressionistische verslagen: muziekje, wat mooie beelden, iemand zegt wat… but where’s the story? En: waar is de tekst? Had de verslaggever geen tijd meer om uit te leggen waar het om gaat? Kern van het 60 Minutes-verhaal is een scherpe, geschreven tekst. Het script is zo goed dat je het ook zonder beelden prima kunt volgen. Als ik niet in de VS ben, download ik de audioversie op mijn iPod. De verhalen (steevast drie van vijftien minuten) zijn net zo goed te volgen als op tv.

Als 60 Minutes een moeilijke kwestie uitlegt, doen ze dat zo dat je er geen erg in hebt. De kijker ook maar een seconde vervelen was voor Hewitt een doodzonde. Dus geen uitleg met grafieken over de hoge kosten van de gezondheidszorg; wel een verhaal over de terminale patiënt die – in strijd met zijn eigen wensen – tientallen peperdure onderzoeken krijgt opgedrongen (doktoren en ziekenhuizen krijgen per procedure betaald, leren we terloops; eindeloos en zinloos levens rekken is een van de grootste kostenposten in de Amerikaanse zorg). Hewitt: „Zelfs de schrijvers van de Bijbel waren slim genoeg om te weten dat je verhalen over mensen moet vertellen. Het thema was het kwaad in de wereld. Maar het verhaal ging over Noach.”

En als verslaggevers ook mensen zijn, waarom zou je ze dan niet mogen zien? Dat de reportages van rubrieken als NOVA, EenVandaag en Netwerk vaak op elkaar leken had een simpele reden: de reporters bleven meestal buiten beeld. Anonieme en daardoor inwisselbare journalistiek. De verslaggevers van 60 Minutes zijn zo vaak in hun reportages aanwezig (wel op gepaste momenten en steeds kort) dat ze zijn uitgegroeid tot heuse sterren, het gezicht waarmee de rubriek zich onderscheidt van de concurrentie. Een soort huisvrienden ook, van wie de kijker wil weten waar ze deze week zijn geweest, wie ze hebben gesproken, wat ze boven tafel hebben gekregen. Omdat de kijker ze kent, vertrouwt hij op hun keuzes. 60 Minutes doet geen onderzoek naar wat het publiek wil; verslaggevers en redacteuren komen met hun eigen ideeën – als zij erin geloven, zo redeneert men, is dat de beste garantie voor een boeiend verhaal. Nederlandse actualiteitenrubrieken zijn door het raden naar de voorkeuren van de kijker steeds beperkter geworden in hun onderwerpskeuze. Het publiek wil vast nóg meer zien over Marokkaanse kwajongens, denken ze op redacties, dus hup, gaan we weer een achterstandswijk in. Het publiek wil geen buitenland, denkt men te weten, dus daar blijven we zoveel mogelijk weg. 60 Minutes brengt verhalen waarvan de kijker nog helemaal niet wist dat hij ze wilde zien. Ik had nog nooit gehoord van Bartholomeus, tot 60 Minutes me onlangs aan hem voorstelde. Blij dat ik dankzij hun briljante reportage nu wel weet dat deze man, wonend in eenvoud en in een land met 99 procent moslims (Turkije), de leider is van maar liefst 300 miljoen orthodoxe christenen.

Natuurlijk is niet alles goed aan 60 Minutes. Reporters hoeven echt geen miljoenen te verdienen. En als hun gemiddelde leeftijd rond de 80 ligt, zoals bij 60 Minutes het geval was, zal de kijker ook niet veel jeugdiger zijn. Het team is nu verjongd – met door de wol geverfde verslaggevers, dat wel, geen groentjes – en het blijft respect tonen voor de wijsheid die komt met ouderdom, dus is er nog steeds plaats voor Lesley Stahl (68), Morley Safer (78) en Andey Rooney (91).

Het stemt hoopvol dat Brandpunt terugkeert; daar kenden ze vroeger sommige van de 60 Minuteslessen al wel. Maar ook voor de rest: doe zoals de Amerikanen. Durf te verrassen, verruim onze blik op de wereld, schrijf en vertel het verhaal zo dat we erin opgaan, laat ons zien wie het vertelt en – last but not least – maak de verhalen leuk, neem jezelf niet al te serieus, durf te entertainen. Het zijn beproefde verteltechnieken en de reden waarom 60 Minutes, in de woorden van acteur Alan Alda, „zo makkelijk weg eet als een ouderwetse hotdog terwijl het toch de voedingswaarde heeft van spruitjes”.

Max Westerman is journalist, oud-correspondent van RTL Nieuws in de VS en auteur van diverse boeken over Amerika.