Taalpolitiek

Willem I had het er moeilijk mee. De Europese mogendheden hadden hem na de val van Napoleon in 1815 aangewezen als vorst van een nieuw Koninkrijk, dat de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden (Nederland en België) met elkaar verenigde. Jammer genoeg was eenheid ver te zoeken: tussen rijken en armen, calvinisten en Bourgondiërs, protestanten en katholieken bestonden grote verschillen. Maar het belangrijkste verschil was de taal. Al een eeuw of tien was België gespleten in een Franstalig en een Nederlandstalig deel. Bovendien bestond er sinds de Napoleontische tijd een sociale taalgrens: de gehele elite sprak Frans. Nederlands was de taal van het Vlaamse klootjesvolk.

Willem begreep dat Noord en Zuid nooit echt één zouden worden als beide talen naast elkaar bleven bestaan. Daarom trok de koning ten strijde. Hij richtte Rijksscholen op waar leraren alleen in het Nederlands mochten lesgeven en bovendien werden geacht ‘zaden van Nederlandsche deugden in de jeugdigen te strooien’. Het gebruik van Frans binnen de centrale overheid was voortaan verboden. En in de gebieden waar het volk al Nederlands sprak (of een dialect dat daarop leek) moesten lokaal bestuur, rechtspraak en pers – domeinen van de elite! – deze taal overnemen.

Maar daar was de gegoede burgerij niet van gediend, evenmin als de geestelijkheid. Invloedrijke pastoors hitsten vanaf de kansel het volk op tegen Willems ‘calvinistische politiek’. Zo kon het dat in 1829 zo’n 360.000 mensen – onder wie ironisch genoeg veel Nederlandstalige Vlamingen – een handtekening (of een kruisje) zetten onder een petitie die eiste ‘dat men aen Vlaemingen en nog veel meer aen Waelen het Hollandsch niet opdringe’. De koning schrok en deed concessies om de vrede te bewaren. Tevergeefs: het onbehagen sloeg om in een Opstand die ertoe leidde dat België onafhankelijk werd van Nederland.

Inmiddels is er veel veranderd in België. Vlaanderen kreeg een actieve nationalistische volksbeweging, nam op economisch gebied het roer over van Wallonië en heeft geen Franstalige elite meer. Maar het gedoe over taal en cultuurverschillen is gebleven – niet zo’n beetje ook, want door de crisis in de Belgische formatieonderhandelingen dreigt een splitsing. Zo lijkt het voormalige Verenigd Koninkrijk der Nederlanden van Willem I in steeds meer brokken uiteen te vallen.